BLOG

Bestuurders en professionals aan zet!? Of de minister?

De noodzaak tot enorme  bezuinigingen, ook in de zorg, staat politiek niet meer ter discussie. De maatregelen met gegarandeerde opbrengst zijn gemakkelijk: gewoon het pakket verzekerde zorg verkleinen,  het simpel ophogen van de eigen betalingen door de burger, of het snijden in honoraria, tarieven en budgetten: alleen maar verliezers.

Het voortouw

De vierde mogelijkheid is de koninklijke maar o zo moeilijke weg: het leveren van betere en veiligere zorg tegen (veel) lagere kosten. Dat kan alleen maar door professionals en zorgbestuurders samen worden geëffectueerd, zo veel mogelijk ondersteund door de minister. De opbrengst is potentieel enorm zonder dat de patiënt eronder lijdt. Maar: kunnen we als gezondheidszorgsector de minister ook garanties bieden, zodat de maatregelen die ten koste gaan van de burger en/of die zo oneerlijk doorwerken in de sector zo veel mogelijk vermeden kunnen worden? Centrale vraag is dan ook: Laten we de minister de invulling van de noodzakelijke bezuinigingsopdracht bepalen of kan de sector zelf het voortouw nemen? Deze centrale vraag leidt tot drie subvragen: Is het mogelijk kosten te besparen door betere en veiligere zorg? Durft de sector garanties te geven aan de minister, en: Wat zou de minister kunnen/moeten doen om dit te stimuleren?

Bestuurders met lef besparen slim!

In zijn blog op 23 april j.l. laat ZonMw-directeur Henk Smid met wetenschappelijk bewezen feiten  zien dat aanzienlijke verbeteringen in kwaliteit en veiligheid vrijwel altijd gepaard gaan met vaak enorme kostenbesparingen. Het is de missie van zijn organisatie om deze doelmatigheidswinst wetenschappelijk verantwoord aan te tonen en de resultaten van de onderzoeksprojecten van ZonMw laten zien dat het wel degelijk kan. Daarom richt Henk Smid zich tot ‘de bestuurders met lef’ met de oproep zelf het initiatief te nemen. Het grote probleem is immers niet meer of doelmatigheidswinst mogelijk is, maar veel meer hoe deze resultaten overal kunnen worden doorgevoerd. Het gaat om (in mijn woorden): “doen wat we weten en wat in de praktijk al mogelijk is gebleken”. In deze blog wil ik zijn oproep versterken en verder uitwerken.

Best practices

Wanneer de ‘best practices’ op alle gebieden landelijk overal zouden worden nagevolgd is het mogelijk miljarden (!) te bezuinigen, terwijl de patiënt er alleen maar beter van wordt.

Drie snelle voorbeelden: tien procent van alle ziekenhuisopnames wordt veroorzaakt door medicatiefouten: wat zou de opbrengst zijn als we hier de helft van zouden kunnen voorkómen?
Herontwerp van zorgprocessen levert een verdere daling van opnameduur op van zeker twee dagen en dus vermindering van bedden en verpleegkundigen (die we elders hard nodig hebben). Voorschrijven conform de richtlijn maagzuurremmers en cholesterolverlagers zou honderden miljoenen besparen. Wordt de patiënt hier slechter van?

Terugbrengen van niet te verantwoorden variatiebreedte in professioneel handelen en de wijze van organisatie van zorg is mogelijk gebleken: het betekent leren van de ‘best practices’. Immers, deze ‘best practices’ beschikken over dezelfde kennis, dezelfde soort mensen en dezelfde hoeveelheid geld als alle anderen en zij laten zien dat een veel hoger prestatieniveau met vrijwel altijd minder kosten mogelijk is. Bestuurders en professionals met lef bezuinigen zelfs extra omdat we allemaal weten dat vaak de “cost voor de baet” uitgaat en dat innovatiegeld, een beetje extra investeringsgeld, noodzakelijk blijft om de gewenste resultaten te bereiken: het gaat niet vanzelf.

Bewijsmateriaal

Onderzoek van ZonMw, de landelijke aanpak van Sneller Beter, de Doorbraakprojecten van het CBO, de logistieke projecten van Plexus, de landelijke aanpak van patiëntveiligheid, lokale initiatieven van veel zorginstellingen in eerste en tweede lijn laten overduidelijk zien dat het mogelijk is. Dit geldt voor het medisch-professioneel handelen (indicatiestelling voor diagnostiek en behandeling, tegengaan van over- en ondergebruik van zorg), de zorglogistiek (toegangstijden, doorstroomtijden, bedgebruik, herontwerp van zorgprocessen, groepsconsulten, terugdringen van tweedelijnszorg via ketenzorg), de patiëntveiligheid (minder complicaties, heropnames, medicatiefouten, vermijdbare opnames, enzovoorts), en de betrokkenheid van de patiënt zelf (spiegelgesprekken, geneesmiddelencompliance, zelfzorg, health 2.0, enzovoorts). Wanneer zorgprocessen herontworpen worden met vier brillen op zijn enorme verbeteringen èn besparingen mogelijk: de bril van effectiviteit, van ‘waste-reduction’, van veiligheid en van patiëntbetrokkenheid.

Ook internationaal zijn er aansprekende voorbeelden waar we in Nederland veel van zouden kunnen leren. Om er twee te noemen: Institute for Healthcare Improvement in Boston (www.ihi.org: de beste website voor kwaliteit en veiligheid die ik ken) en het Institute for Learning and Innovation in Engeland. Deze voorbeelden betreffen vooral de curesector, maar ook in de care zijn er vele voorbeelden!


De kennis is er al, voorbeelden zijn er te over, het gaat nu om brede verspreiding en het lokaal en landelijk oogsten van de opbrengsten: daarom opnieuw de oproep aan alle professionals en zorgbestuurders en niet alleen de voorlopers: gaat u het zelf doen of laat u de minister geen keuze?

Garanties voor de minister?

De eerste vraag was: kan het? Ja, het kan. Maar nu de tweede vraag: durven we als sector de minister ook garanties te bieden? Welke zekerheid heeft de minister dat het ook zal gebeuren? Immers, als hij deze zekerheid niet heeft dan heeft hij geen keuze en zal hij om de noodzakelijke bezuinigingen te bereiken veel meer dan eigenlijk nodig is de botte bijl moeten hanteren. Zou daarom de volgende suggestie uitvoerbaar zijn: elke sector verzamelt minstens vijftien initiatieven, waarvan bewezen is dat zij kwaliteit en veiligheid verbeteren èn die gezamenlijk bij brede verspreiding binnen vijf jaar de gevraagde miljarden zouden kunnen opleveren (‘low hanging fruit’)? Hierover maakt elke sector een convenant met resultaatverplichting en biedt dat aan de minister aan. Wie neemt hiertoe het voortouw? Kan ZonMw hier kristallisatiepunt zijn? Is dit niet juist een opdracht aan brancheorganisaties? Durven zorgverzekeraars met zo’n initiatief te komen? Kunnen een paar ‘wijze mensen’ hier de krachten bundelen? Dit moet elke sector zelf oppakken, hoe dan ook.

Ook een rol voor de minister

Nu nog de derde vraag: wat kan de minister doen om dit te stimuleren? Het zou goed zijn als de minister de zorgsectoren zou uitdagen om op korte termijn met deze initiatieven te komen en dat hij toezegt de opbrengsten ervan financieel mee te nemen in het kabinetsbeleid, maar dan ook met een niet-vrijblijvende resultaatverplichting. Belangrijk is ook welke positieve stimulansen hij zou kunnen bieden in de vorm van financiële of beleidsmatige incentives. Immers, je krijgt wat je betaalt. Als je heropnames, complicaties, productie, verrichtingen betaalt, krijg je heropnames, complicaties, productie en verrichtingen. Als ondoelmatige zorg gefinancierd wordt, waarom zou je dan verbeteren? Maar dan ook: als je verbetering van zorg betaalt, krijg je verbetering. Als je effectieve, veilige, logistiek betere zorg betaalt, krijg je ook effectieve, veilige, logistiek betere zorg. De minister is inmiddels bezig om zijn bekostigingssystematiek op deze principes te baseren. Een derde hulpmiddel zou zijn als de minister bereid zou zijn vanuit publieke middelen enig aanjaag- en ondersteuningsgeld ter beschikking te stellen als de sectoren met convenanten zouden komen (‘de cost gaet voor de baet uit’). Landelijke aanjaagprogramma’s als Sneller Beter, Zorg voor Beter, veiligheidsprogramma’s laten zien dat dit wel degelijk helpt: immers de kennis en de voorbeelden zijn er, maar voor brede verspreiding en implementatie is nog wel degelijk kennisoverdracht en ondersteuning nodig: het gaat niet vanzelf. Tenslotte, als deze initiatieven er zijn, kan de inspectie helpen om vrijblijvendheid te voorkómen en terug te dringen.

Aan u de keuze

Feit is dat er giga bezuinigingen op ons afkomen. Er is nu nog een keuze: moet de minister dit noodgedwongen vooral doen via de botte bijl (pakketverkleining, meer eigen betalingen, kaasschaafreducties), omdat hij onvoldoende zekerheid heeft dat voldoende doelmatigheidsopbrengst haalbaar is, of zijn we met elkaar bereid om het via de koninklijke weg te doen? Dat is: betere kwaliteit, lagere kosten. “Ja, maar…” is “nee, want...”.
Doe het voor de patiënt: de zorg wordt beter, veiliger èn goedkoper.
Of doe het voor jezelf: betere zorg is ook leukere zorg en we voorkómen daarmee ook draconische kaasschaafmaatregelen en lastenverzwaringen voor ons allemaal.

Wie neemt deze uitdaging aan? De tijd dringt.


Wim Schellekens
Hoofdinspecteur Curatieve Gezondheidszorg

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top