BLOG

De dans om de bekostiging van jeugdzorg

Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin heeft lang na gedacht over een herinrichting van het stelsel van jeugdzorg. Het valt in hem te prijzen dat hij zich door de kabinetscrisis niet heeft laten weerhouden om het resultaat van dat denken met de wereld te delen.

Verbeteringen jeugdzorg

Er zitten goede aanknopingspunten in. Zo hebben de Bureaus Jeugdzorg zelf aangegeven dat zij van hun indicerende taak voor vrijwillige jeugdzorg verlost willen worden. Dat is verstandig, want die taak heeft de afgelopen jaren zijn meerwaarde niet bewezen. Rouvoet heeft dat voorstel overgenomen. Ook ziet de minister een veel steviger taak voor de gemeenten om met goed preventief beleid te voorkomen dat kinderen een beroep moeten doen op –zware- vormen van zorg. Het zou een goede zaak zijn, als die rol van de gemeenten eens zorgvuldig uitgewerkt zou worden.

In veel gemeenten heeft de infrastructuur rond jongeren enorm geleden onder de forse bezuinigingen uit de jaren ’80 en ’90. De laatste jaren is er weer het nodige opgebouwd; het valt te hopen dat dat bouwen doorgaat in de lange periode van nieuwe bezuinigingen die er aan komt.

Bekostiging jeugdzorg

De minister heeft er overigens voor gekozen om de bekostiging van de provinciale jeugdzorg te gaan onderbrengen bij regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten. Het is verstandig dat de minister niet bezweken is voor de druk om alle gemeenten hier in een rol te geven. Dat leidt uitsluitend tot een –mogelijk desastreuze- versnippering van geld en deskundigheid, en een enorme toename van bureaucratie. De ggz heeft precies dezelfde ontwikkeling waargenomen toen AWBZ-geld werd overgedragen naar de Wmo. Wij zijn dus al gewaarschuwd…

Om die reden is het ook een goede zaak dat de minister er voor gekozen heeft de bekostiging van de jeugd-ggz ook in de toekomst te laten verlopen via de Zorgverzekeringswet. Het heeft er alle schijn van, dat de Tweede Kamer in haar onderzoek naar de toekomst van de jeugdzorg tot een andere conclusie zal komen. Sommige Kamerleden vinden dat gemeenten ook de jeugd-ggz moeten gaan inkopen. ‘Jeugd-ggz moet gedwongen worden’ of ‘Jeugd-ggz ontspringt de dans’, valt er zelfs te horen.

Het standpunt van de Kamer staat gelukkig nog niet vast, want wijs is het niet. Sowieso: als er een dans te ontspringen valt, zou de Kamer zich er toch primair verantwoordelijk voor moeten voelen dat niet één instelling daar in terecht komt. Immers: instellingen moeten niet hoeven dansen, zij moeten goede zorg kunnen leveren. En instellingen dwingen? Ga je zo met professionals om?

Toekomst van beleid

Maar los daarvan: wat stelt de Kamer zich hierbij voor? Dat gemeenten de behandeling van alle enkelvoudige stoornissen als ADHD en autisme gaan inkopen? Dat de behandeling van kinderen en jongeren, die in meer dan negentig procent van de gevallen nu een behandeling van het hele gezin betekent, wordt los getrokken van die van hun ouders? Dat er een knip ontstaat tussen kinder- en jeugdpsychiatrie en de volwassenenpsychiatrie, waar iedereen er nu juist hard aan werkt om bestaande kloven te overbruggen? Dat de succesvolle relatie tussen somatische zorg en de jeugd-ggz (eetstoornissen, obesitas, verslaving) wordt doorbroken? Dat instellingen die allen op regionaal of nationaal niveau actief zijn, vele medewerkers moeten gaan aanstellen om geld te collecteren en te verantwoorden bij honderden gemeenten met elk een eigen beleid? Hoe wordt de zorg voor kinderen in de knel daar beter van?

Politieke dagkoersen voorbij

De wens van de Kamer om financieringsstromen te bundelen is een terechte. Daarom pleit GGZ Nederland voor overdracht van alle curatieve jeugdzorg naar de Zorgverzekeringswet. Immers: bij alle multiprobleemgezinnen die nu onvoldoende bereikt worden, is sprake van óf een verstandelijke handicap, óf een psychische stoornis, inclusief verslaving, bij de ouders en/of de kinderen; nog vaker is er sprake van een combinatie van die problemen. Deze gezinnen horen dus thuis in de ggz, of de verstandelijk gehandicaptenzorg, of nog beter, bij een combinatie van die twee. Er is voor deze zorg een bekostigingsstelsel mogelijk dat vraaggestuurd werkt, veel minder last heeft van bureaucratie en politieke dagkoersen dan de overheid, en dat grote betrokkenheid bij kinderen organiseert. Verstandige Kamerleden gunnen daarom ook kinderen die met veel pech en narigheid kampen de Zorgverzekeringswet.

Marleen Barth
Voorzitter GGZ Nederland

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top