BLOG

Rem op innovatie binnen gilde van specialisten

Ongeveer twintig jaar geleden, ten tijde van staatssecretaris Simons, was er ook een enorm conflict over de honorering van de medisch specialisten en over de introductie van een budget. Omdat er ten departemente werd geconstateerd dat er veel teveel alleen over geld werd gesproken en niet over de inhoudelijke aspecten van het vak, is toentertijd besloten om een aantal gesprekken te voeren tussen de wetenschappelijke verenigingen en enkele topambtenaren van het departement. Dit met de expliciete doelstelling om het nu eens niet over geld te hebben, maar over de inhoudelijke ontwikkelingen in het vak en de opleiding van de onderscheiden specialismen. Indertijd zijn er een paar boekjes over die gespreksronde gemaakt, die ik onlangs aantrof bij het opruimen van mijn kantoor. Een paar inhoudelijke zaken haal ik nog eens naar boven.

Verplicht promoveren

Ten eerste: de opleiding. Na het behalen van het artsdiploma, gaat men door met de specialistische opleiding, in een academisch ziekenhuis of in een perifeer opleidingsziekenhuis. Er is een aantal specialismen dat eist dat men eerst promoveert alvorens een opleidingsplaats ter beschikking te stellen. Dat is deels volstrekt legitiem, maar men ontkent ook de mogelijkheid dat de kandidaat gewoon graag uitsluitend klinisch te werk wil gaan en geen enkele wetenschappelijke ambitie heeft. De opleiding duurt daardoor voor een aantal nog veel langer dan nodig is. Daardoor meer krapte en ook meer een mentaliteit van: na zoveel jaren moet er dan ook wel heel veel verdiend worden.

Scheve verhoudingen

Ten tweede zou het veel beter zijn om de honorering tijdens de opleiding veel meer in overeenstemming te brengen met het niveau waarop gewerkt wordt. Natuurlijk is er sprake van een dualisme: enerzijds de opleiding, anderzijds de arbeid die verricht wordt, maar gezien die verhouding tussen die twee, lijkt de honorering absoluut voor verbetering vatbaar. Zeker als men in ogenschouw neemt dat de assistent in opleiding, aio, veel declarabel werk verricht voor een relatief lage honorering, terwijl zijn opleider de hoge baten van deze declaraties zelf opstrijkt. Dat geeft scheve verhoudingen en levert straks een opgeleide specialist af, die dan, na zoveel jaren opleiding, ook wel eens wil gaan binnenlopen. Hoe veel aio’s ben ik niet tegengekomen die met grote idealen zijn begonnen en na hun opleiding het gedrag van hun opleiders zijn gaan kopiëren en aan het grootverdienen slaan.

Differentiatie opleiding

Een derde aspect dat in die gesprekken grote verontwaardiging bij de leden van de wetenschappelijke verengingen teweeg bracht, was de suggestie om te gaan kijken of de opleiding niet veel meer gedifferentieerd kon worden. Van de zijde van de ambtenaren werd gewezen op de mogelijkheid een zelfde gelaagdheid in de opleiding aan te brengen zoals die ook gebruikelijk was in de technische opleidingen, namelijk de introductie van een soort HTS-niveau en het academische niveau van Ir. Toentertijd was dat nog een revolutionaire gedachte die geheel tegen het gilde paradigma inging. Tegenwoordig is dat al wat meer aan de orde, nu er een hele reeks van gespecialiseerde opleidingen voor verpleegkundigen zijn. Maar daar hebben we het niet over. Het gaat echt om specifieke opleidingen onder de verantwoordelijkheid van de wetenschappelijke verenigingen die leiden tot HTS-achtige specialisten die zelfstandig een aantal specialistische interventies kunnen doen, zij het onder vigeur van een verlengde arm constructie van de verantwoordelijke medisch specialist. Gedacht kan worden aan eenvoudige en routinematige interventies en ingrepen, goed afgebakend per specialisme.

Functionele indeling

Ten vierde: de hiërarchie. Er zou ook onder de medische specialisten zelf veel meer een hiërarchie dienen te komen die leidt tot een bepaalde differentiatie in het functioneren van de specialist. Bijvoorbeeld de introductie van junior, senior en top consultants, zoals dat in andere landen wel gebruikelijk is. Die functionele indeling dient dan ook te leiden tot bepaalde afbakening van bevoegdheden en van differentiatie in honorering. In andere sectoren van professionele beroepen is daar altijd sprake van geweest. Geen enkele advocaat krijgt van zijn kantoor direct na zijn opleiding een topklus. Het adagium is, zoals in vele andere maatschappelijke sectoren, dat men van onderaan de ladder begint en dat kwaliteit en ijver bepaalt in hoeverre men deze ladder bestijgt. Excellentie is dan weer een ander referentiekader om te komen tot de top van het beroep. Daarbij speelt ervaring, kundigheid, en excellente kwaliteit een belangrijke rol. Een dergelijke benadering staat haaks op de huidige merkwaardige praktijk, waarin men, eenmaal medisch specialist en toegelaten tot het gilde, wordt geacht alle van belang zijnde kundigheden voor de volle uitoefening van het beroep te bezitten aan het begin van de carrière. Zeer uitzonderlijk en volstrekt niet waar te maken in het huidige gecompliceerde vak van de geneeskunst. Een dergelijke differentiatie zou ook een bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen van fouten en missers mede als gevolg van de “hybris”” van menig jong specialist.

Kunstmatige schaarste

Tenslotte nog aandacht voor het aspect van het beleid ten aanzien van de opleidingscapaciteit. Toentertijd, en ook nu, is er nog steeds sprake van een zekere schaarste in het aantal opleidingsplaatsen. Dat beleid wordt officieel wel door een zogenaamd onafhankelijk orgaan bepaald, maar in werkelijkheid heeft het gilde, lees de wetenschappelijke verenigingen, daar nog een hele dikke vinger in de pap. Dat zou bepaald anders moeten. Ten eerste kan het anders bij de invoering van de hierboven bepleitte differentiatie, maar het dient ook afgeschaft te worden teneinde te voorkomen dat er een kunstmatige schaarste in stand wordt gehouden om de spoeling, lees het beschikbare budget, dun te houden. Meer onafhankelijkheid bij de bepaling van opleidingscapaciteit is zeer gewenst.

Lessen trekken

Een deel van de hierboven weergegeven suggesties zijn dus al jaren oud, andere zijn het gevolg van nadenken in het huidige tijdsgewricht van conflict en financiële herverdelingsvraagstukken. Het is tekenend dat van al die suggesties er bitter weinig terecht komt, in het verleden niet en nu ook niet. Een bruut mechanisme van budgetkortingen is geen heilzame weg om tot dit soort verbeteringen te komen. Dat is in ieder geval een constatering die evidence based genoemd kan worden. Een les uit het verleden.


Rob Scheerder

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top