BLOG

Nieuw budgettair kader is reëel en resultaatgericht

Het is formatietijd. Een altijd wat deprimerend ritueel: een klein gezelschap politici sluit zich op in kamertjes, ontvangt stapels met brieven van belangenorganisaties en produceert na verloop van een aantal maanden een nieuw regeerakkoord. Vijftig pagina’s met mooie teksten, en tien pagina’s met financiële tabellen waar het echt om gaat.

Onuitvoerbaar

Voor de gezondheidszorg resulteert dit in het Budgettaire Kader Zorg (BKZ) met de groeiruimte per sector en de bijbehorende ombuigingen en intensiveringen. En met de bekende gevolgen: een sector in verzet, een overheid die stuurt vanuit wantrouwen, verder stijgende regeldruk, onuitvoerbare beleidsmaatregelen en de onvermijdelijke overschrijdingen die echter pas twee jaar na dato worden geconstateerd.

Een nieuw BKZ

Kan het anders? Het verleden leert dat pleidooien voor het afschaffen van het BKZ  weinig kans maken  – en dat geldt zeker in een tijd waarin de toestand van de overheidsfinanciën penibel is. Het is zinvoller om te onderzoeken of de komende kabinetsperiode een andere omgang met het BKZ mogelijk is. Ik pleit dan ook voor een nieuw BKZ, waarin betalen voor kwaliteit in de zorg centraal staat. Een BKZ dat is gebaseerd op drie uitgangspunten: een reële raming van de zorguitgaven; ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en eigen regie; en afrekenen op resultaat. Inderdaad: 3xR.

R1: Reëel ramen

Het Centraal Planbureau (CPB) - let op de naamgeving - raamt de reële groei van de zorguitgaven over de periode 2011-2015 op vier procent per jaar. Dat percentage ligt iets onder de trendmatige groei van vier en een kwart procent uit het verleden, maar het is voor het eerst dat het CPB voor de zorguitgaven niet de kaders – die altijd overschreden werden – maar de feitelijke groei uit het verleden als uitgangspunt neemt. Dat is positief: het betekent dat, gecorrigeerd voor inflatie, de uitgaven aan zorg in de komende kabinetsperiode bij ongewijzigd beleid met dertien en een kwart miljard euro zullen toenemen. In de programma’s van de politieke partijen die op dit moment in beeld zijn in de kabinetsformatie wordt daar nog zo’n twee à drieënhalf miljard euro op omgebogen, waarbij in sommige gevallen ook nog lasten naar de patiënt of cliënt worden verlegd in de vorm van hogere uitbetalingen. Laten we nu eens uitgaan van een gewenste uitgavenstijging van elf miljard euro: zou het dan mogelijk zijn om daar als zorgsector gezamenlijk verantwoordelijkheid voor te nemen?

R2: Ruimte

Op dit moment heeft de zorgsector voortdurend last van hijgerige regelgeving en ad hoc ingrepen in de bekostiging. De uitgaven voor huisartsenzorg stijgen? Hup, een tariefsingreep in combinatie met een maatregel doelmatig voorschrijven. Hogere uitgavengroei in de AWBZ? We schrappen een deel van de begeleiding en korten de tarieven. Hoezo patiënt centraal? Hoezo professionals aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Waar blijft de inkooprol voor zorgverzekeraars? En de eigen regie van de cliënt?

Regie op kwaliteit

Maar wat dan wel? Simpel: schep ruimte om te betalen voor kwaliteit van zorg. Dus: geen verplichte prestaties en tarieven vanuit de WMG wanneer zorgverzekeraar en aanbieder met elkaar willen afspreken hoe ze kwalitatief goede zorg willen belonen. Hetzelfde zou moeten gelden wanneer de klant zelf het financiële risico draagt, zoals bij persoonsgebonden financiering of de zorg in het derde compartiment. Alleen zo ontstaat ruimte om echt regie te kunnen voeren op kwaliteit van zorg, om preventie en zelfmanagement voorop te stellen, om echte innovaties door te voeren.

R3: Resultaat

Simpel, maar misschien te simpel? Het is voorstelbaar dat de overheid er niet helemaal gerust op is dat het allemaal vanzelf goed komt. Bij het geven van ruimte hoort daarom het afrekenen op resultaat. Resultaat in de vorm van kwaliteit en betaalbaarheid. En het goede nieuws voor de zorg is: die gaan samen. In de curatieve zorg leidt een consequente keuze voor kwaliteit tot concentratie van zorg bij betere aanbieders, tot taakherschikking naar de eerste lijn, tot vroegtijdiger interventies met lagere vervolgkosten. Volgens een recent rapport van de Boston Consulting Group kunnen de besparingen van portfoliokeuzes van ziekenhuizen alleen al oplopen tot ruim twee miljard euro. En voor de langdurende zorg hebben cliëntenorganisaties de besparingen als gevolg van een consequente inzet op eigen regie becijferd op eveneens zo’n twee miljard euro per jaar.

Betalen voor kwaliteit in de zorg

Het zou getuigen van vertrouwen in eigen kracht als de zorgsector – patiënten en cliënten, professionals, zorgaanbieders en zorgverzekeraars – deze boodschap eensgezind naar de politiek uitdraagt: geef ons de ruimte om een consequente kwaliteitsagenda door te voeren. Die agenda is niet vrijblijvend: kwaliteit moet zichtbaar zijn en beter worden; er moeten echte keuzes gemaakt worden over concentratie, taakherschikking en het mogelijk maken van eigen regie; en de groeiruimte voor de zorguitgaven als geheel bedraagt de komende vier jaar maximaal 11 miljard euro. Maak betalen voor kwaliteit in de zorg de kern van het nieuwe BKZ. Werk deze doelstelling na de totstandkoming van een nieuw regeerakkoord uit in een deltaplan voor betere en betaalbare zorg. En maak duidelijk wat de gevolgen zijn van een mislukking: dan gaat de zorgsector weer aan banden en betaalt de patiënt de rekening.

Pieter Hasekamp

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top