BLOG

Zorgarrangementen: opbrengst onder de streep

De Rivas Zorgroep liet onlangs weten dat zij de minutenregistratie zou gaan vervangen door zogenaamde zorgarrangementen. De hulpverlening overlegt met de cliënten welke hulp zij nodig hebben. Dat wordt dan netjes op de registratieformulieren ingevuld ter verantwoording naar het zorgkantoor en het CAK. Maar dan komt de werkelijkheid van alledag: “Natuurlijk zijn we de ene keer langer bezig dan de andere keer bij een cliënt. Als bijvoorbeeld een cliënt valt, dan zullen we langer bezig zijn dan gepland. Anderzijds zullen we korter bezig zijn als bijvoorbeeld een cliënt bezoek heeft dat een beetje meehelpt”, aldus de woordvoerder van de Rivas groep. En dan komt het: “Uiteindelijk blijkt dat het onder de streep niet zoveel uitmaakt”.

Voordeur en achterdeur

Die laatste conclusie is natuurlijk relevant als het gaat om het verschil in de theorie van de individuele zorgplannen en de dagelijkse praktijk van de thuiszorg en de intramurale verzorging. Maar schieten we nu hier erg veel mee op? Het komt er dus op neer dat aan de voordeur naar de cliënt en het zorgkantoor iets anders wordt gemeld dan dat er feitelijk aan de achterdeur wordt geleverd. Met dit systeem zou je gezeur kunnen krijgen van familieleden die zeggen dat hun cliënten niet de zorg krijgen waar ze recht op hebben, namelijk dat wat bij de voordeur is afgesproken. Die klacht kunnen ze neerleggen bij de instelling, maar ook bij het zorgkantoor, met alle gevolgen van dien. En dan krijgt vervolgens de hulpverlening weer de schuld, respectievelijk de opdracht om alles weer per minuut te registreren en te verantwoorden. En dat leidt dan weer tot onrechtvaardigheden bij de verdeling van de daadwerkelijk benodigde hulp, zoals hierboven de woordvoerder terecht aangeeft.

Theorie versus praktijk

Dit voorbeeld van de Rivas Zorggroep is exemplarisch voor de grote afstand tussen de theorie van de ZZP-aanpak en de dagelijkse praktijk van de zorg. In feite komt de benadering van de Rivas neer op een soort aanpak die enerzijds uitgaat van de individuele noden per dag van de cliënt, en anderzijds van een papieren exercitie als het gaat om het krijgen van het benodigde geld. Gaan we nog een stapje verder, dan komt het eigenlijk neer op het volgende: geef de hulpverleners nu een soort gemiddeld bedrag per cliënt en dan zorgen zij wel voor een eerlijke verdeling van de hulp (met de daarbij behorende kosten). Dat klinkt toch heel redelijk. Waarom zou een dergelijke aanpak niet de voorkeur verdienen boven al die ingewikkelde manieren van bekostiging?

Kostendifferentiatie

Deze vraagstelling doet mij denken aan een onderzoek dat midden jaren negentig plaats vond op verzoek van de toenmalige Nederlandse Vereniging van Verpleeghuizen, de NVvZ. Die vereniging wilde graag een onderzoek naar zorgzwaarte, want het was duidelijk dat de ene patiënt meer kostte dan de andere. Het onderzoek wees uit dat er inderdaad sprake was van een zekere kostendifferentiatie, maar dan moesten er wel objectieve criteria worden ingevoerd om die verschillen in zorgzwaarte te onderbouwen. Anders was de kans groot dat er flink gemanipuleerd zou worden om toch maar zoveel mogelijk budget binnen te krijgen. Toen de resultaten werden voorgelegd en de daarbij behorende eisen van registratie, reageerde de vereniging als volgt: men vond het toch maar een ingewikkeld verhaal, met veel administratieve rompslomp en per saldo leverde het toch niet zoveel op, want het totaalbudget bleef onveranderd, aangezien dat werd bepaald door de overheid. Neen, zo zei de vereniging: laten we het maar houden op een gemiddeld bedrag per patiënt.

En vervolgens concludeerden alle betrokkenen dat deze constatering reeds jarenlang werd gehanteerd bij de bepaling van het budget per instelling. Die constatering uit de midden jaren negentig is geen andere dan de hierboven geciteerde uitspraak: “onder de streep maakt het allemaal niet zoveel uit”.

Makke van politici

Waarom hebben we het toch allemaal zo ingewikkeld gemaakt? Het is de fictie van de sturende zorgvrager, de kapitein op het schip van zorg, zoals Margreeth Smilde één dezer dagen in een blog schreef. Het heeft niets met de praktijk van alle dag te maken. Maar ja, dat is nu een maal de makke van politici

Rob Scheerder

4 Reacties

om een reactie achter te laten

Anonym

3 augustus 2010

Misschien zinnig als VWS dit in haar stageplan meeneemt.

Jaap van den Heuvel

3 augustus 2010

Zie punt 6. van mijn zeven stappenplan voor de zorg

tjark reininga

4 augustus 2010

dit verhaal is me uit het hart gegrepen. er zijn natuurlijk twee redenen waarom "we" het zo ingewikkeld gemaakt hebben:



1. "We" zijn ontzettend bang te "moeten" betalen voor freeriders (zie de hele discussie over over kosten die hemel in groeien) en steeds minder solidair.



2. En er zijn helaas altijd individuen die een slaatje weten te slaan ten koste van anderen. En waar die anderen "de overheid" is komt daar nog bij dat het immers "ook hun geld" is. Dat die individuen niet alleen de individuele cliënten zijn, maar ook (en vooral?) de zorgaanbieders, verzekeraars, producenten van medicijnen en hulpmiddelen en al die anderen om het bed, lijkt de politiek niet te (willen) beseffen. De controle die van die kant wordt opgezet betreft in ieder geval goeddeels de cliënten en de voorzieningen die zij aanvragen. Zoals we ook weer zien bij de aanscherping van de verstrekking van een PGB.



Jammer, maar helaas. Ik denk overigens niet dat de ouderenzorg waarvoor de PVV zich nu zo sterk lijkt te maken, hierin verandering zal brengen.

Piet de Bekker

4 augustus 2010

Er zijn natuurlijk hele goede redenen om - ondanks een gelijke vergoeding voor twee cliënten - toch verschillende zorgarrangementen te leveren. Maar het is mij te gemakkelijk om dan maar de hele VVT of AWBZ op een gemiddeld bedrag per client te zetten.



Er zijn wel degelijk uitstekende ervaringen van sturende cliënten. Het succes, al decennialang, van het PGB is echt geen toevalstreffer of gelukje. Nogal aanmatigend om dat af te doen als "fictie".



Bovendien kun je onmogelijk een gecombineerd verzorgings- en verpleeghuis waar veel revalidatie plaatsvindt gelijkschakelen met een psychogeriatrisch verpleeghuis of met kleinschalige woonvormen voor verstandelijk gehandicapten.



Nee, de huidige bekostiging met ZZP's (en straks EZP's) is een uitstekende basis om de totale cliëntenpopulatie van een instelling mee te bekostigen - vergelijkbaar met de risicoverevening in de Zvw. Niet perfect, maar wel fair en met mogelijkheden voor verbetering.



Wat vervolgens wel dringend nodig is: laat vervolgens vrijheid voor een invulling op maat, op basis van behoefte-vraag-prioriteit. Zorgverleners zijn bij uitstek bekwaam om die afweging te maken. Zij ervaren nu onnodig veel regeldruk en de registratiemaffia is dodelijk voor het imago in de zorg.

Top