BLOG

Per Saldo krijgt visie op indicatie cadeau

Zaterdag 11 september was het dubbel feest in de NDSM-werf te Amsterdam. Het persoonsgebonden budget en Per Saldo bestaan 15 jaar! De jarige organiseerde een ledenvergadering, congres en Festival 5D. Als klap op de vuurpijl werd Aline Saers geridderd vanwege haar grote verdiensten voor de gehandicapte medemens en de budgethouders in het bijzonder.

Vrienden geven de jarige cadeaus

Geregisseerd door de geridderde directeur en haar bestuursvoorzitter Frans Oostrik ontving het jarige Per Saldo “cadeaus” van enkele stakeholders. De CG-Raad gaf steun aan het pgb als ultiem middel om de eigen regie op alle levensdomeinen te realiseren. Anouchka van Miltenburg had namens de politiek graag als cadeau een wetsvoorstel voor het pgb gegeven, maar de politiek is er nog niet rijp voor. Ondergetekende werd in zijn dubbele hoedanigheid als hoogleraar en CIZ-directeur gevraagd een cadeau mee te brengen voor integraal indiceren, als een van de hoekstenen voor het participatiebudget.

Uniek kosteneffectief instrument

Als hoogleraar heb ik in eerdere columns mijn enthousiasme voor het pgb verwoord, gebaseerd op onderzoeken die laten zien dat pgb-houders tegen circa 75 procent van het natura-budget, veel beter zorg op maat realiseren tegen lagere kosten, creatiever spelen met de schaarse middelen gedurende het beloop van hun zorgcarrière, en daarbij ook hun zelfbeeld en kwaliteit van leven op een hoger plan weten te houden. Nuanceringen zijn ook nodig, bijvoorbeeld dat niet iedere burger zo maar alles zelf kan regisseren en beheren. Als er gaten vallen tussen vraag en aanbod, komen er altijd intermediaire organisaties, maar dat gaat niet altijd goed. Incidenten en technische regelingen voeren vaak de boventoon, niet de mens die regie over eigen leven wil houden. Dat je in bezuinigingstijd juist een van de meest kosteneffectieve instrumenten in de AWBZ als eerste pakt, is wrang.

Van PGB naar participatiebudget

Tijdens het verjaardagsfeest echter geen frustratie, Per Saldo strijdt onverschrokken door voor een krachtig, zuinig en solide pgb. Dat beperkt zich nu tot zorg, maar zou alle levensdomeinen moeten omvatten voor mensen met beperkingen. Van pgb naar integraal participatiebudget. Per Saldo wil daarvoor onder andere één loket en één indicatiestelling. Participatie als ambitie voor indiceren, is gebaat bij een integrale beoordeling van de vraag van de burger. Als cadeau hiervoor mocht ik namens het CIZ meebrengen het visierapport dat onder leiding van CIZ-bestuurder Arjan Vermeulen is ontwikkeld over integraal indiceren.

Indiceren voor domeinen

Tachtig procent van het indicatiewerk is enkelvoudig en moet snel, simpel en zuinig tot stand komen. Als de vraag complexer is en verschillende wetten verspant, neemt het risico op afstemmingsproblemen toe en werken organisaties sneller langs elkaar heen. Het is niet reëel te hopen dat de sociale zekerheid, de zorg, de maatschappelijke ondersteuning en het onderwijs in één wettelijk systeem kunnen worden ondergebracht. Daarvoor zijn de verschillen in bevoegdhedenverdeling, sturing en financiering te groot. Dat betekent dat de samenhang gerealiseerd moet worden door de indicatiestellingen uit de verschillende domeinen goed op elkaar af te stemmen. De vraag van de burger is leidend, ondersteund door een servicegericht ‘loket’ dat adequaat antwoord geeft op zijn vraag. Daarvoor is kennis en kunde nodig van een breed palet van wet- en regelgeving. Die breedte kan het beste benaderd worden vanuit met elkaar samenhangende beleidsvelden en de benodigde vakkennis voor de beoordeling van de vraag. Dat vergt loslaten van oude ordeningsprincipes en zoeken naar nieuwe indelingscriteria. We onderscheiden drie domeinen: ten eerste zorg, maatschappelijke ondersteuning en wonen; ten tweede onderwijs, jeugd en opvoeding; en ten derde werk, inkomen en sociale zekerheid. Binnen en tussen domeinen dient er stroomlijning van de wettelijke indicatiecriteria te komen.

Stroomlijning

Vanuit het perspectief van de cliënt moet de één-loketformule passen in de lokale infrastructuur waarin goede afstemming tussen de domeinen plaatsvindt. De informatie- en registratiehuishouding dienen zo te worden georganiseerd dat de gevraagde gegevens voor alle domeinen bruikbaar zijn. Burgers hoeven dan niet keer op keer hun verhaal opnieuw te vertellen. Een goede domeinbenadering verlegt bovendien de competentiediscussie naar complementair samenwerken. De indicatiesteller heeft de professionele kennis van regelgeving op verschillende terreinen en de vaardigheid om de noodzakelijke ondersteuning met het oog op participatie in beeld te brengen. De professional in de dienst- en zorgverlening zelf beschikt over kennis en kunde op het eigen vakgebied. Op deze wijze kan ook inhoud gegeven worden aan casemanagement en ketenaanpak.

Nationaal kader lokaal uitvoeren

Er moet een nieuw evenwicht worden gevonden tussen centrale sturing en lokale invulling. Indicatiestelling voor meerdere wetten en sectoren waarvoor verschillende overheden en ministers verantwoordelijk zijn, vereist een landelijk uniforme werkwijze. Het per domein organiseren van een indicatieautoriteit is daarom een rijksaangelegenheid. Voor de financiering is dit onderscheid ook leidend. Op lokaal niveau moet echter variëteit in de dienstverlening ontstaan op terreinen waarop de gemeente bevoegd is, waardoor een verbinding ontstaat met een gebiedsgerichte aanpak. Deze inhoudelijk gedreven heroriëntatie op indicatiestelling kent dus twee sporen: het rijk de drie indicatieautoriteiten en de gemeente de lokale loketinfrastructuur. Zo wordt de basis gelegd voor een landelijk kader voor lokale indicatiestelling. Dat zou een mooi cadeau zijn!

Robbert Huijsman
Directeur Kenniscentrum CIZ

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Dröge

14 september 2010

Robbert, dat lijkt mij een heel mooi cadeau!

Top