BLOG

Help de toezichthouder de winter door

Toezichthouders liggen onder vuur. Dat geldt zeker ook voor de zorg, waar de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) momenteel verwikkeld is in een reeks van bezwaarprocedures en rechtszaken. Medisch specialisten, ziekenhuizen, apothekers, orthodontisten – de hele wereld lijkt boos op de NZa. Zorgverzekeraars ook? Ja, zorgverzekeraars ook.

Is de NZa helemaal gek geworden?

Recentelijk heeft de NZa een aantal opmerkelijke besluiten genomen. Zo werd begin september besloten om de nieuwe release voor de productstructuur voor de geestelijke gezondheidszorg af te keuren. En dat terwijl het hier ging om een voorstel waar door alle betrokkenen – zorginstellingen, beroepsbeoefenaren, zorgverzekeraars en niet te vergeten DBC Onderhoud – langdurig aan was gewerkt en dat naar ieders mening zorgvuldig onderbouwd was en tegemoet kwam aan een aantal ernstige tekortkomingen van de huidige structuur. Die huidige structuur blijft nu ongewijzigd en de huidige tarieven worden geïndexeerd – waardoor het probleem van verkeerde DBC-prijzen onverkort blijft bestaan.

Regelrechte flauwekul

Een tweede voorbeeld. De NZa heeft eind augustus een rapport uitgebracht over de rechtmatigheid van de uitvoering van de Zorgverzekeringswet in 2009. Dat is op zichzelf al opmerkelijk, want het gaat bij de zorgverzekering niet om het uitvoeren van een publieke regeling (zoals het geval was bij het ziekenfonds), maar om het aanbieden van private verzekeringen die moeten passen binnen bepaalde publieke randvoorwaarden. We zouden net zo goed kunnen spreken van uitvoering van het Burgerlijk Wetboek, of van de Eerste Richtlijn Schadeverzekeringen. Maar goed, erger dan de benaming is de inhoud van het rapport. De NZa constateert daarin dat alles prima in orde is, behalve bij de acceptatieplicht. Dat klinkt dan gelijk serieus, want de acceptatieplicht is één van de kroonjuwelen van de zorgverzekering. Iedereen moet zich altijd kunnen verzekeren, nietwaar? Inderdaad. Maar het bijzondere is dat de groep die problemen zou ondervinden met de acceptatieplicht, de wanbetalers met een betalingsachterstand van meer dan zes maanden, gewoon verzekerd is. Sterker nog: om het “proletarisch winkelen” door steeds dezelfde wanbetalers tegen te gaan, is wettelijk geregeld dat zij hun oude zorgverzekering niet mogen opzeggen. Wat de wetgever is vergeten, is dat zij zich dan nog wel bij een andere zorgverzekeraar mogen aanmelden – en dat die hen dan moet accepteren! Een foutje, dat is rechtgezet in een wetswijziging die inmiddels door de Tweede Kamer is aanvaard, maar nog niet in werking is getreden. Vooruitlopend op deze wetswijziging heeft een aantal zorgverzekeraars een afwijkende acceptatieprocedure gehanteerd, waarin de wanbetaler die zich meldt voor een nieuwe verzekering gewezen wordt op de onmogelijkheid om op te stappen en dus op de consequentie van het dubbel verzekerd zijn – waarbij de premieschuld ook twee keer zo hard zal oplopen. Dat lijkt mij geen doorbreking van de acceptatieplicht, maar het goed voorlichten van verzekerden. Maar de NZa denkt er blijkbaar anders over en kondigt aan een onderzoek in te stellen – hoewel men precies op de hoogte is van de feiten. Regelrechte flauwekul van de toezichthouder.

Het tochtige huis van het toezicht

Wat is hier nu aan de hand? Werken er bij de NZa uitsluitend geperverteerde bureaucraten die er plezier in scheppen andere mensen lastig te vallen met overbodige regels en gezeur? Dat lijkt me niet. De NZa heeft de wetgeving niet gemaakt en moet overeind blijven in een onmogelijke spagaat tussen een overheid die eerst ruimte biedt en vervolgens absolute zekerheid wil dat die ruimte op geen enkele manier leidt tot verkeerde uitkomsten. Aan de NZa de taak om dat maar even te regelen èn overeind te houden bij de onafhankelijke rechter.

Bovenstaande besluiten, hoe merkwaardig ook, passen in een op wantrouwen gegrondvest stelsel waarin toezichthouders vóór alles voor zekerheid kiezen. Het toezichtsgebouw van de zorg is groot en zit vol kieren en gaten. De reactie van de toezichthouders – naast de NZa onder meer de IGZ, het CVZ, de NMa, het CBP en DNB – is het voordurend verder opstoken van de verwarming. Dat kost veel energie, en veel geld.

Oplossing: kleiner gaan wonen

Het moet ook anders kunnen. In eerdere blogs heb ik gepleit voor een andere vormgeving van de Wet Marktordening Gezondheidszorg, door het huidige verbodsstelsel af te schaffen en uit te gaan van het principe “alles is toegestaan, tenzij…”. Concreet vertaald naar de bovenstaande voorbeelden: als alle partijen het eens zijn over een nieuwe productstructuur, laten we die dan als uitgangspunt nemen. Maar als een instelling en een zorgverzekeraar het gezamenlijk anders af zouden willen spreken, dan moet dat kunnen. Dat voorkomt dat elke individuele partij die het niet eens is met een productomschrijving of tarief, naar de rechter stapt.

En voor wat betreft het toezicht op zorgverzekeraars: schrap die jaarlijkse rechtmatigheidsrapporten die nergens over gaan. Geef vertrouwen, en grijp hard in waar het echt misgaat. Kortom: bouw een kleiner huis en stop de gaten dicht. Zo helpen we de toezichthouder door de winter.

Pieter Hasekamp
Algemeen directeur ZN

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top