BLOG

Taaksubstitutie brengt geen bezuinigingen

In de marge van de recente discussie over de positie van de medisch specialisten werd ook geschreven over de nieuwe beroepen in de ziekenhuiszorg. De artikelen gingen met name over het veel goedkoper kunnen organiseren van deze zorg indien een nurse practitioner, verpleegkundig specialist of physician assistant bepaalde taken van de medisch specialist zou overnemen. De zogenaamde substitutie. Zodoende behoeft het toptarief van een specialist niet te worden betaald. De pleitbezorgers van deze nieuwe beroepen in de ziekenhuiszorg, met als motivatie bezuiniging, hebben echter te eenvoudig geredeneerd.

Kwaliteit

Maar voordat we het kind met het badwater weggooien, moeten we met elkaar constateren dat door meer tijd en aandacht te geven aan de patiënt de mensen die werkzaam zijn in deze nieuwe beroepen een verbetering van de kwaliteit van de beleving van de zorg kunnen bewerkstelligen.

Hierbij moet als kanttekening worden geplaatst dat geneeskunde op basis van het best beschikbare wetenschappelijke bewijsmateriaal, de zogenaamde  Evidence-Based Medicine (EBM), op dit moment de norm is. Iedere patiënt heeft hier recht op. Het geneeskundig handelen volgens de principes van EBM vereist een wetenschappelijke, academische vorming. Om dit te borgen zullen de nieuwe beroepen in de gezondheidszorg dan ook altijd onder verantwoordelijkheid van een arts moeten werken. Interessant is in dit kader de recent gedane oproep tot het maken van eigen tarieven voor deze beroepen. Het risico bestaat hierbij dat zij in de toekomst zelfstandig, buiten de directe verantwoordelijkheid van artsen gaan werken. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Bezuiniging

Terugkomend op de bezuinigingen lijkt het verstandig om, voordat als gevolg van substitutie forse bezuinigingen worden ingeboekt, de volgende kanttekeningen te plaatsen.

1.    Het honorariumdeel van de medisch specialist is maar een klein deel van de kosten in de zorg.
2.    De honorariumcomponent wordt misschien kleiner, maar de (veel grotere) ziekenhuis kosten component blijft hetzelfde.
3.    Het uurtarief wordt misschien minder, maar de tijd per patiënt meer (netto effect?).
4.    De substitutie vlieger gaat maar voor een beperkt deel van de ziekenhuiszorg op.
5.    Dat deel van de ziekenhuiszorg waar substitutie voor in aanmerking komt kost meestal veel tijd en levert weinig op.
6.    Het mede opleiden en het aansturen van deze nieuwe beroepen kost de medisch specialist tijd.

De achterkant van een sigarendoos

Indien je de in te boeken bezuinigingen op de achterkant van een sigarendoos uitrekent, kom je tot de volgende som: mogelijk een beetje minder honorariumkosten (netto effect?), … van een klein deel van de zorgkosten, … van een klein deel van de zorg, die intensief en laag renderend is, ... in ruil voor een investering in opleiding en aansturing, … levert eigenlijk nauwelijks wat op.
Kortom, laten we onszelf niet rijk rekenen. Substitutie heeft niet noodzakelijkerwijs een vermindering van kosten tot gevolg.

Conclusie

Samenvattend kan gesteld worden dat voor bepaalde onderdelen van de zorg substitutie van medisch specialisten door de nieuwe beroepen een betere kwaliteitsbeleving tot gevolg kan hebben. De politicus die nu echter nog het inboeken van bezuinigingen accepteert op basis van substitutie kan niet meer zeggen dat hij niet gewaarschuwd is. Het vereist per specifieke situatie nader onderzoek. Ik vrees dat we blij zullen moeten zijn met kwaliteitswinst alleen. Voor die kwaliteitswinst werk ik overigens graag mee aan de investering in opleiding en aansturing.

Peter Paul van Benthem
KNO-arts

3 Reacties

om een reactie achter te laten

olaf

17 september 2010

van Benthem preekt weer eens voor eigen parochie. Zouden de centjes zo ontzettend belangrijk voor hem zijn? > "mogelijk een beetje minder honorariumkosten".

En wat dacht je van "netto effect?" > van Benthem staat nog steeds niet met beide benen op de grond > medisch specialisten niet in loondienst verdienen nu eenmaal te veel!

Hans

21 september 2010

Peter Paul van Benthem is duidelijk niet op de hoogte van de ontwikkelingen in andere vakgebieden. Het is nu al een feit dat verpleegkundig specialisten zelfstandige bevoegdheden hebben en dat ze die ook zullen krijgen t.a.v. voorbehouden handelingen. Ook de beroepsgroep verpleegkundig specialisten werkt volgens de principes van Evidence based Medicine. Bovendien hebben zij een academische scholing (HBO-master), waarin het 'klinisch redeneren' geleerd wordt.

Het mooie is dat de meerwaarde van de verpleegkundig specialist niet zit in de mogelijke bezuiniging, maar in de meerwaarde voor de patient. De verpleegkundig specialist combineert de verpleegkundige blik met geprotocolleerde medische zorg. Dit leidt tot een betere kwaliteit van zorg wat blijkt uit diverse rapporten (maar ik betwijfel of hij deze rapporten kent). In concreto leidt dit tot grotere therapietrouw, minder heropnames, hogere tevredenheid e.d.

En het is mooi dat dit tot een goedkopere gezondheidszorg leidt, want met de dubbele vergrijzing en welvaartsziekten in opmars moeten we echt op een andere wijze gaan werken om ook in de toekomst iedereen de juiste zorg te kunnen blijven bieden.

Timm

22 september 2010

Het is bekend dat alles wat nieuw is met argusogen wordt bekeken.

Toch jammer dat er, ondanks oprechte interesse, nog zoveel onbekendheid over de nieuwe beroepen is. Telkens bekruipt ons het gevoel dat men bang is voor deze beroepen en men ons als een bedreiging ziet in plaats van een kans. En kansen bieden we voldoende: kwaliteit staat daarbij voorop, maar dan hebben we het ook over kwaliteit die gestoeld is op Evidence Based Medicine en Evidence Based Practice: iets dat al sedert jaren niet alleen is voorbehouden aan artsen, maar een vereiste is voor HBO en Masteropgeleide verpleegkundigen. Waarom zou je daarvoor onder verantwoordelijkheid van een arts moeten werken? De verantwoording van onze zorg ligt bij onze functie, waarin we heel goed zelf moeten en kunnen aangeven waar onze mogelijkheden en beperkingen liggen. Als BIG geregistreerde functionarissen zullen we allen verantwoordelijk moeten werken.

Kansen bieden we ook in substitutie, al heeft dus niet als direct gevolg dat de kosten verminderen maar zeker wel als indirect gevolg. De zorg die geleverd wordt door de nieuwe beroepen is veelal efficiënter, doordat nurse practitioners en verpleegkundig specialisten ook zijn opgeleid om zorgpaden tegen het licht te houden of zelf te ontwikkelen. Zo zorgen deze initiatieven er niet alleen voor dat tijd op een effectieve manier wordt gebruikt door artsen en andere disciplines, maar ook wordt er goed gekeken naar de tijd van en voor de patiënt. Dat een gevolg hiervan kan zijn dat patiënten minder vaak voor herhalingsbezoeken hoeven te komen of dat een patiënt minder vaak hoeft te worden opgenomen (Broers 2009; Dierick 2008), zorgt er ook voor dat artsen meer tijd vrij hebben om nieuwe patiënten te zien.

Daarnaast wil ik deze quote “dat deel van de ziekenhuiszorg waar substitutie voor in aanmerking komt kost meestal veel tijd en levert weinig op” ook van de andere kant belichten. Omdat het zoveel tijd kost en zo weinig oplevert, moet deze zorg ook niet door een arts worden geleverd. De arts is opgeleid om complexe zorg te leveren, zorg waarin de nieuwe beroepen niet kunnen voorzien.

Daarom moet er gestuurd worden op samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen, dat is de juiste insteek om tot kwalitatief goede zorg te komen en als dat dan ook leidt tot efficiëntie (waarvan overigens vele praktijkvoorbeelden voorhanden zijn) zal dat ook leiden tot kosteffectiviteit.

Met een beetje meer vertrouwen en wat minder angst voor het onbekende, zijn wij ervan overtuigd dat er een mooie toekomst voor ons ligt!



Karin Timm

Voorzitter V&VN afdeling nurse practitioners

Top