BLOG

Herkenbaar klein, ook in grootschaligheid?!

Ik ben overtuigd van het concept van kleinschaligheid in de langdurige zorg. Durf zelfs zo ver te gaan dat minstens driekwart van de psychogeriatrische verpleeghuizen kan worden omgezet in begeleid groepswonen voor dementerenden. In allerlei projecten heb ik de effecten maar ook de knobbels gezien, zowel voor bewoners als begeleiders.

Aangetoonde effecten

Zelfs met heel stevig onderzoek waarin een verhuisde groep ouderen in de tijd wordt gevolgd en vergeleken met een controlegroep die in het verpleeghuis blijft, zien we statistisch harde effecten. De zelfredzaamheid en kwaliteit van leven blijven langer op niveau of verbeteren zelfs wat. Er is meer sociaal contact tussen bewoners onderling, met mantelzorg en bezoekers. Depressieve klachten en medicijngebruik verminderen. Er wordt beter gegeten, met gunstige effecten op normale ziektes als griep. Dat bleek al bij onderzoek in het Rotterdamse De Naber in 1995 en blijkt nu weer in vergelijkbaar experimenteel, gecontroleerd onderzoek in een project in Limburg. Maar de omslag naar het nieuwe concept gaat langzaam, heel langzaam. Na een decennium van experimenteren onderzoeken en congresseren bestrijkt de kleinschaligheid nu circa 4.500 plaatsen, nog geen acht procent van de verpleeghuiscapaciteit.

De omslag maken

We komen nu in de fase van ”put your money where your  mouth is!” Om die omslag te forceren heeft staatssecretaris Bussemaker eind januari een ‘stimuleringsregeling wonen’ voor mensen met dementie gelanceerd, met een budget van 80 miljoen euro, voor drie jaar.

Geen 'stand alone'

Belangrijk is de erkenning dat kleinschaligheid geen blauwdruk is, maar varianten kent, zoals ‘stand alone’ huizen in de wijk, geclusterd wonen met bijvoorbeeld 4 tot 6 groepswoningen, tot aan kleinschaligheid in een grotere setting. Dat kan een nieuw complex zijn, zoals Ter Reede in Vlissingen, maar ook renovatie van een klassiek verpleeghuis, zoals de Hofstee in Rotterdam. Satellieten van kleinschalige voorzieningen gespreid in wijken en dorpskernen, borgen de 24-uurszorg en professionele kwaliteitseisen vanuit een expertisecentrum in het hart van het regionale netwerk. Spelen met dergelijke variatie kan gemeenten als De Bilt helpen enerzijds lokale zorg op maat te leveren, maar anderzijds de vraagstukken van levensvatbaarheid en bedrijfsvoering te tackelen. Puur ‘stand alone’ is niet overeind te houden. De staats-secretaris zet vooral in op kleinschalige locaties tot 24 plaatsen, waarvan er nu circa 1600 zijn.

Renderend door consistentie

Onderkend zijn de vele hobbels die een organisatie moet nemen. Het is een geheel nieuw klantenconcept dat in al zijn consequenties moet worden doorgevoerd, wil het gaan renderen. Je kan er wel even een locatie bij zetten, maar de hele bedrijfsvoering en besturing van de organisatie moeten op z’n kop.

Toekomstbestendig

Wat zijn de ‘tipping points’ voor de echte omslag? Natuurlijk het heilige vuur van een goede visie en  strategie, vanuit de top van de organisatie. Er is ander personeelsbeleid nodig voor de woonbegeleiders, en hun interactie met professionals zoals de verpleeghuisarts. De schoorsteen moet roken, maar de nieuwe zzp-tarieven zijn wellicht niet dekkend, en je moet voldoende zzp 5 en meer hebben om een groep rond te breien. Omdat er veel meer op de groep zelf plaats vindt, kunnen facilitaire zaken als keuken, linnenkamer en technische dienst worden afgebouwd, maar ook deze transitie vergt tijd. Dit alles moet consistent en consequent worden doorgevoerd, anders creëren we nieuwe instituten die hospitaliseren. Als de staatssecretaris ook daar oog voor houdt, wordt kleinschaligheid een renderend en toekomstbestendig concept.

Robbert Huijsman

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top