BLOG

Brandon

Brandon

De afgelopen week was er veel ruchtbaarheid rondom de gehandicapte Brandon. Het begon allemaal met een reportage van de EO, daarna volgden uitzendingen van de Wereld Draait Door, van het duo Pauw en Witteman, en een interview in de Volkskrant. Enkele zaken rond de communicatie van de zijde van de betrokken instelling 's Heeren Loo zijn me bij dit incident opgevallen.

Opvallende zaken

Ten eerste de beslissing om de EO de kans te geven een reportage te maken. Dat is al een blunder van de eerste orde, want men had kunnen weten dat ze met deze casus aan de haal zouden gaan en dat er veel commotie zou ontstaan. Een tweede Jolanda Venema zaak lag op de loer. Dat had het bestuur van de instelling zich moeten realiseren. De vraag is of men dat echt wilde, een casus belli in de publiciteit om zo meer aandacht of geld te krijgen, of dat men er gewoon niet over nagedacht heeft en de zaak op een lager niveau heeft afgehandeld zonder de risico's van een dergelijke handelswijze goed af te wegen. Vaak komt een dergelijke zaak als een boemerang terug bij de betrokken instelling die daardoor volledig in het defensief wordt gedrongen. Hetgeen ook gebeurd is.

Ten tweede de beslissing(?) om de publiciteit te laten verzorgen door het tweede/derde echelon: de regiomanager. Deze zette zichzelf in een spagaat door enerzijds te beweren dat hij niets kon zeggen in verband met de privacy van de cliënt en anderzijds werd geconfronteerd met een openheid van zaken rond diezelfde cliënt  die verzorgd werd door belanghebbende familieleden. Daardoor werd diens optreden namens  de instelling een klungelig en weinig geloofwaardig gebeuren. Dat effect werd nog eens versterkt door het optreden van het hoofd van het landelijke expertise centrum van de gehandicaptenzorg, die zich eveneens op de vlakte hield en een weinig zakelijke indruk maakte. Het duo bakte er geen hout van om het maar eens in het rond Hollands te zeggen bij Pauw en Witteman.  En iedereen die maar een beetje verstand heeft van communicatie weet dat je bij bepaalde programma's  zeer goed voorbereid voor de dag moet komen omdat de programmamakers er in principe op uit zijn om je af te maken. Welnu, dat is ook gelukt.

Tenslotte komt dan eindelijk de bestuurder van de instelling voor de dag, aan het eind van deze zeer beroerde week voor de instelling. In een interview in de Volkskrant gaat hij openlijk in op de casus Brandon, verdedigt het beleid, wijst op de mogelijkheden en onmogelijkheden van de behandeling/begeleiding van dergelijke cliënten. Niks privacy meer rond Brandon. De man komt in feite met een redelijk verhaal op de proppen. Overigens nadat ook de Inspectie en de betrokken Staatssecretaris inmiddels met een redelijk objectief verhaal naar buiten waren getreden. Zowel de Staatssecretaris als de Inspectie heeft zich niet laten leiden door het hijgerig  gedrag van een stel Kamerleden, dat weer eens een mooie rel had gevonden. Dat het hen daarbij niet zozeer om het heil van Brandon ging, maar om andere redenen (oppositie voeren, rellen schoppen en publiciteit zoeken), zal menigeen niet ontgaan zijn.

Inschattingsfouten

De bestuurder van de instelling heeft, dat mogen we wel vaststellen, grote inschattingsfouten gemaakt bij de communicatie rond Brandon. Hij had direct zelf de regie moeten nemen, vanaf de eerste dag dat de EO langs kwam om een reportage te maken. Hij had niet zijn tweede echelon moeten afvaardigen, hij heeft onvoldoende ingeschat wat TV makers kunnen doen met een dergelijk item. Het bestuur  van de instelling heeft zonder meer gefaald in het communicatiebeleid rond deze zaak.

Absurdisme

Tenslotte nog één opmerking over de zaak zelve die aangeeft hoe een hyperige publiciteit kan bijdragen aan het absurdisme. Op een gegeven moment, vond men het gerechtvaardigd dat er permanent vier potige volwassen mannen Brandon in diens verdere leven zouden moeten begeleiden. En dat 24 uur per dag, 7 dagen in de week en het gehele jaar door. Een kleine rekensom: kosten rond de 2 mln. per jaar, exclusief overige kosten als huisvesting en behandeling en begeleiding door anderen. In de sector van de gehandicaptenzorg moet kennelijk alles kunnen. In andere sectoren van de zorg mogen we wel kosten/baten afwegingen maken. Dat blijft uiteraard moeilijk, maar er zijn uiteindelijk bij iedere zaak grenzen. In de gehandicaptensector is men sterk geneigd om te stellen dat alles moet worden gedaan om de handicaps te neutraliseren en om de cliënt als gewoon mens te kunnen laten functioneren. Dat is op zich al een onmogelijke opgave, maar ook de kostenkant van een dergelijke opstelling mag er bij betrokken worden. Ik weet het, het is vloeken in de kerk, maar de realiteit mag ook bij dit soort afwegingen niet uit het oog verloren worden.

Rob Scheerder


Brandon verhuist versneld naar nieuwe woonplek
Veldhuijzen neemt vastketenen onder de loep
PvdA wil uitleg over vastketenen gehandicapte

4 Reacties

om een reactie achter te laten

tjark reininga

28 januari 2011

jammer dat je aan de grootste communicatieblunder van de instelling voorbij gaat, Rob. de publiciteit rond Brandon kon alleen ontstaan doordat de mensen in diens directe omgeving, met name zijn ouders, kennelijk niet tevreden was over de manier waarop deze man werd behandeld. dat wijst er op dat de instelling haar onvoldoende heeft betrokken bij, of althans onvoldoende kunnen overtuigen van, de mogelijkheden die er voor Brandon binnen het kader van de instelling (en te vrezen valt binnen het -financiële- kader van ons zorgstelsel) zijn.

dat die omgeving vervolgens elders steun zoekt om tot een betere oplossing te komen, is logisch en had door de leiding van de organisatie moeten worden voorzien. of de EO tijdig en voldoende hoor en wederhoor heeft toegepast kan ik slecht beoordelen. als dat wel zo is, heeft de instelling daarop slecht ingespeeld, daar heb je gelijk in. maar toen de eerste publiciteit een feit was, had de instelling de communicatie inderdaad beter direct naar het corporate niveau kunnen halen, ook al had dat voor de inhoud geen verschil gemaakt.

tenslotte. ik denk dat je de politici die op dit geval "gedoken" zijn onrecht doet als je veronderstelt dat hun inbreng vooral op "oppositie voeren, rellen schoppen en publiciteit" gericht was. ook oprechte verontwaardiging, onbegrip en een gevoel van verantwoordelijkheid voor de gesignaleerde "misstand" heb ik gehoord. en dat laatste werd weer bevorderd door de ontwijkende, hoewel redelijk open, communicatie van de kant van de instelling.

helaas is met dit alles Brandon nauwelijks geholpen, laat staan zijn ouders.

Woensdregt en Liefers

28 januari 2011



Ons is bekend dat het beantwoorden van de ondersteuningsvraag van de heer Van Ingen bijzonder complex is. Daarin is de heer Van Ingen niet uniek; voor veel, zo niet alle mensen met een beperking, is het hen daadwerkelijk verstaan en hierop passende dienstverlening vormgeven geen eenvoudige opgave. Complimenten van de staatssecretaris aan inzet van begeleiders lijkt dan ook op z’n plaats. Het werk wat begeleiders doen is bijzonder en bewonderenswaardig maar ook kwetsbaar. Mensen met een beperking zijn niet ziek zoals de staatssecretaris zegt; mensen met een beperking zijn anders. Het kunnen begeleiden van deze mensen vraagt dat we een relatie met hen aangaan en met hen onderweg willen in ontwikkeling van kwaliteit van bestaan. Natuurlijk is kennis en deskundigheid belangrijk, maar deze kennis en deskundigheid is niet alleen technische kennis van deskundigen, maar is vooral kennis van de persoon om wie het gaat. Mevrouw Venema verwoorde dit treffend in de uitzending van Pauw en Witteman op 19 januari jl. toen zij vertelde over haar dochter. De kennis die nodig was om Jolanda Venema uit de situatie te halen waar ze in terecht gekomen was, zat bij Jolanda en haar ouders. Deze kennis die essentieel is ontstaat in de relatie met de personen over wie het gaat. Het vraagt oprechte en authentieke interesse in de ander.

Als de relatie met deze personen niet aangegaan wordt, ontstaan situaties zoals nu rond de heer Van Ingen. De oorzaak dat dit nu in de media komt, is gelegen in het feit dat de heer van Ingen inmiddels uitgeroeid is tot een sterke man en begeleiders niet anders meer kunnen dan hem vastbinden uit zelfbescherming. Angst is leidend geworden en vastbinden het enige wat nog rest. Dat is schrijnend, maar niet uitzonderlijk en ook niet beperkt tot 40 mensen waarover nu gesproken wordt. De onmacht die begeleiders ervaren in het verstaan van mensen met een beperking leidt tot angst die in vrijwel alle gevallen resulteert in vrijheidsbeperking. In extreme situaties zoals bij die van de heer Van Ingen tot vastbinden, in heel veel andere situaties tot mentale druk, afzondering in slaapkamers of andere ruimtes, mentale isolering of heel praktisch door het vastzetten van een rolstoel waardoor mensen zich niet meer kunnen verplaatsen.
In de sector voor zorg aan mensen met een beperking is op veel grotere schaal sprake van vrijheidsbeperking dan nu gesuggereerd wordt. Deze grotere schaal is echter minder zichtbaar, raakt daardoor niet de eigen emoties en kan veel ongestoorder doorgang vinden. Daarmee zijn deze situaties niet minder schrijnend.

Rondom mensen met een ondersteuningsvraag zijn diverse actoren met verschillende belangen actief. Ouders op de eerste plaats die een natuurlijke verbinding en relatie met de betreffende persoon hebben. Naast ouders het zorgkantoor die als opdrachtgever en financier functioneert, de zorginstelling als uitvoerder en de inspectie als toezichthouder. Binnen die zorginstelling zijn eveneens diverse actoren met de betrokken persoon verbonden. Management, staf, professionals en begeleiders. Vaak ook in deze volgorde. Om te komen tot een goede kwaliteit van dienstverlening is de balans tussen al deze actoren de meest kritische succesfactor. Waar in de cure-sector mogelijk de kwaliteit van behandeling kritisch is, is in de care-sector de kwaliteit van de relaties kritisch. Spanning in deze relaties in welke vorm dan ook leidt tot een spanning bij de personen om wie het gaat en die hier door hun beperking ook bijzonder gevoelig voor zijn. Deze spanning uit zich altijd; verbaal of non-verbaal in wat we agressie noemen.
Toenemende schaalvergroting in de afgelopen jaren heeft geleid tot grote organisaties. In deze organisaties zijn de belangen gescheiden georganiseerd geraakt; management is bezig met het bedienen van de externe omgeving zoals zorgkantoor en inspectie. Externe verantwoording via systemen die zorg meetbaar moeten maken vraagt managementaandacht. Met het groter worden van organisaties is ook de kloof tussen al deze belangen groter geworden. Begeleiders willen bezig zijn met hun vak, maar zitten klem tussen klantbelang en organisatiebelang en komen los van passie en betrokkenheid. Het uit zich in verzuim, verloop en klachten over toenemende bureaucratie. Knelpunten die ontstaan worden in hetzelfde denken opgelost: meer management, meer organisatie, meer regelgeving. Kwaliteitssystemen en andere verantwoordingssystemen worden ingericht om in een toenemende problematische situatie te kunnen blijven verantwoorden. Het systeem draait door en blaast zichzelf op.
In een dergelijk systeem is macht en angst een belangrijke factor. Bestuur en management zijn voor medewerkers bepalend; van hen is uiteindelijk inkomen en baanzekerheid afhankelijk. Als de managementstijl gericht is op legitimatie in de externe omgeving en dat via macht afdwingt, ontstaat een situatie waarin medewerkers zich richten op die macht en bezig zijn met verantwoording naar het management in plaats van naar de cliënt. Er is sprake van een macht – angst situatie tussen management en medewerkers, dat zich door de omvang van de organisatie in anonimiteit afspeelt. Een vanzelfsprekend gevolg is een situatie van macht en angst in de relatie tussen begeleider en cliënt. Het gevolg daarvan is dat begeleiders niet meer in staat zijn de relatie met de cliënt aan te gaan, hem niet meer daadwerkelijk kunnen ontmoeten met als gevolg onmacht en situaties zoals nu rond de heer Van Ingen. Ook begeleiders voelen zich gevangen in een systeem waarin ze weg raken van hun waardigheid en professionaliteit.

Vanuit deze zienswijze hebben wij met grote ongerustheid kennis genomen van de uitspraken van de staatssecretaris, aannemende dat deze gedaan zijn zoals ik ze in de media teruglees en hoor. De staatssecretaris geeft na een bezoek bij de instelling waar de heer van Ingen verblijft aan, dat het niet anders kan, dan dat de heer Van Ingen vastgebonden wordt omdat hij tegen zichzelf beschermt moet worden. Ons inziens legitimeert ze daarmee de onmacht in de situatie van de heer Van Ingen zonder aandacht te hebben voor de oorzaken hiervan en ontkent ze signalen over mogelijke oorzaken.

De in het AD (20 januari 2011)gepubliceerde feiten zijn waar.
De duiding van bestuurlijke chaos laten wij voor rekening van het Algemeen Dagblad, maar het lijkt de moeite waard te onderzoeken wat het verband is tussen de kwaliteit van bestuur met de gehanteerde besturingsstijl en situaties als rond de heer Van Ingen.

Na haar bezoek ligt er de toezegging dat de heer Van Ingen op korte termijn andere woonruimte krijgt en tevens trekt de staatssecretaris een aantal conclusies die wij citeren uit het Algemeen Dagblad van 21 januari jl.: “Als je zo ziek bent, is het heel moeilijk om toekomstperspectief te zien. Dat is heel naar. Daar zal hij mee moeten leren leven” en “Dit is de beste oplossing voor nu … Maar soms is het nodig om iemand tegen zichzelf te beschermen”.
Naar onze mening maakt de staatssecretaris hiermee eenzelfde beweging als de beweging die mogelijk oorzaak is van deze en vele andere situaties. Met het realiseren van een andere woonruimte is voor het oog het probleem opgelost, Nederland kan weer rustig slapen. Daarmee is de heer Van Ingen weer uit de maatschappelijke aandacht en kunnen we, gerust over de toekomst van de heer Van Ingen, over gaan tot de orde van de dag.
Met deze uitspraken gaat de staatssecretaris voorbij aan de dieperliggende oorzaken die niet alleen de heer Van Ingen raken, maar honderden andere mensen met een verstandelijke beperking die aangewezen zijn op de maatschappij en hun ouders en verwanten. Door deze uitspraken te doen na een kort bezoek, ontkent ze de persoon van de heer Van Ingen, treedt ze in zijn privacy en bepaalt ze in belangrijke mate het verloop van de rest van zijn leven.
Door aan te geven dat haar geen signalen bereikt hebben dat bestuurlijke chaos leidt tot dit soort gevallen, ontneemt de staatssecretaris zich de ruimte om te kijken welke oorzaken daadwerkelijk ten grondslag liggen aan de kwaliteitsproblemen in dienstverlening aan mensen met een verstandelijke beperking met situaties zoals die nu zichtbaar worden tot gevolg.

Daarmee is voor ons de vraag wat nu de toevoegende waarde is van de interventie van de staatssecretaris voor de heer Van Ingen en voor alle anderen die aangewezen zijn op onze ondersteuning. Met het realiseren van een nieuwe woning is de aandacht verdwenen, maar is de heer Van Ingen geen enkel perspectief geboden. Met de gedane uitspraken is het zoeken naar die perspectieven niet gestimuleerd en zijn de maatregelen gelegitimeerd en daarmee is een verdere weg naar ontwikkeling van kwaliteit van bestaan voor alle mensen die in afhankelijkheid leven van de dienstverlening voorlopig gestopt. De kans om dieperliggende oorzaken te onderzoeken en aan te pakken is hiermee gemist en ogenschijnlijk verder weg dan ooit. Dat is bijzonder triest voor deze mensen en voor de mensen om hen heen zoals ouders en begeleiders die met hart en ziel zich dagelijks inzetten.


Het is opmerkelijk te zien welke uitspraken de staatssecretaris doet. Wij citeren opnieuw het Algemeen Dagblad van 21 januari jl. waarin staat: “ ‘als professional’ komt ‘moeder’ Van Santen tot de conclusie dat – hoe ontluisterend ook – het vastketenen aan de muur niet anders kan. De instelling heeft alles geprobeerd”.

De staatssecretaris gaat met deze uitspraken op de stoel van de professional zitten en oordeelt over de professionele kwaliteit en mogelijkheden. Los van de vraag welke professionaliteit dat betreft en de vragen die wij daarbij hebben gelet op haar uitspraken dat de heer Van Ingen ‘ziek’ is, neemt ze als lid van het kabinet een inhoudelijk professioneel standpunt in waardoor ze uit haar bestuurlijke positie stapt. En met die uitspraak, in combinatie met haar uitspraak het ingezette beleid om vrijheidsbeperkende maatregelen zoals het gebruik van de ‘Zweedse band’ te verbieden niet te zien zitten, schept ze een nieuw politiek kader zonder dat hier een kabinetsbesluit aan ten grondslag ligt en zonder dat hier in de kamer over gesproken is.
Zonder maatschappelijk debat te voeren waaruit politieke besluitvorming volgt, lijkt de staatssecretaris een persoonlijke opvatting, als professional gelegitimeerd, tot kabinetsbeleid te verheffen met alle gevolgen van dien. De staatssecretaris levert hiermee eerder een bijdrage levert aan vrijheidsbeperking dan dat ze bestuurlijk aan oplossingen werkt. Dit kan niet haar bedoeling zijn maar is wel het vervolg van haar handelen. We waarderen haar in het willen ontmoeten van de mensen om wie het gaat maar vragen haar ook om haar ontmoetingen te benutten in het debat over dergelijke situaties in de zorg zonder direct tot oordelen of conclusies te komen

Jan-Willem Woensdregt, Nexusz
Esther Liefers, Zenitude IMC









Rob de Vries

30 januari 2011

Rob, in je analyse inzake de communicatie sla je een m.i. belangrijk punt over. Brandon heeft zelf aangegeven dat hij niet op TV wilde. Ondanks deze uitdrukkelijke wens van betrokkene ligt zijn privacy nu toch compleet op straat. Kan dat zomaar? Of vinden we dat de uitdrukkelijke wens van een geestelijk niet 100% volwassene helemaal niet telt en mag iedereen die meent het beter te weten, zo in de media treden? Wat stelt patiëntenrecht voor als we de patiënt zelf compleet negeren?

jansen

30 januari 2011

Dhr Woensdrecht en mevr Liefers hebben hun best gedaan en een heel epistel geschreven.
Ik hoef daar maar kort op te reageren;
het is complete onzin dat het gedrag van Brandon te verklaren zou zijn door communicatiestoornissen tussen management en professionals. Brandon is een patient (geen klant) met een verstandelijke beperking die vanuit zijn organische stoornis reageert op zijn omgeving. Het vereist kennis en kunde om bij elke patient de juiste strategie van omgang te vinden.
Het welzijnsdenken dat de omgeving verantwoordelijk is voor gedrag bij verstandelijk beperkte mensen en dat daardoor de onderliggende ziekte ontkent wordt vind ik iets van de jaren 70 van de vorige eeuw.

Top