BLOG

Wie laat de olifant dansen?

Wie laat de olifant dansen?

Minister Schippers heeft haar plannen voor de komende jaren ontvouwd. Als het aan haar ligt wordt de marktwerking met kracht doorgezet. Met name het vrij onderhandelbaar gedeelte van de ziekenhuisverrichtingen, het zogenaamde B-segment, moet versneld uitgebreid worden. De voortgang van het stelsel stokt. Door haar maatregelen verwacht ze dat de stelselwijziging weer vaart krijgt.

Convenant

Voortvarende taal, zeker in combinatie met het convenant dat zij met de specialisten heeft getroffen over de stijging van de kosten van de medisch specialistische hulp. De minister geeft overigens ook aan dat er geen sprake is van markt in de zorg en dat zij pragmatisch en niet ideologisch aan de slag wil.

Volume van ziekenhuiszorg

Kortgeleden maakte het NZA bekend dat de kosten van de zorg in het b segment met 3 procent waren gedaald. Goed nieuws zo op het eerste gezicht voor de marktadepten. Echter de omzet was in diezelfde periode met 7 procent gestegen. En hiermee wordt de grote opgave duidelijk waar de minister voor staat. Wie of wat houdt het volume van de ziekenhuiszorg in de hand? Of je de maatregelen die de minister heeft genomen wel of niet marktwerking noemt, ziekenhuizen en specialisten zullen in de huidige marktverhoudingen hun omzet proberen te vergroten. En de vraag wie houdt het volume in de hand of met andere woorden wie is verantwoordelijk voor volume overschrijdingen wordt door de minister niet beantwoord.

Een olifant is van nature niet geneigd te dansen. De kunst van de trainer is om de olifant dit tegennatuurlijk kunstje toch aan te leren. Voor de ziekenhuizen geldt dat het eigen volume spontaan naar beneden brengen tegen alles ingaat wat van een ondernemer verwacht mag worden. Zorgverzekeraars geven terecht aan over onvoldoende instrumenten te beschikken om verantwoordelijk te kunnen zijn voor het volume van de ziekenhuiszorg. Vorige week was ik uitgenodigd door een groep die bestaat uit een doorsnee van de partijen in de zorg. Ook daar kwam de vraag aan de orde hoe houden we het volume in de hand. Alle aanwezigen waren het er over eens dat er sprake is van een overaanbod aan ziekenhuiscapaciteit en dat door concentratie en spreiding letterlijk grote winst is te behalen. De suggestie was dat zorgverzekeraars en ziekenhuizen gezamenlijk een meer efficiënt opgebouwde (ziekenhuis)zorg moeten realiseren als voorwaarde voor volumebeheersing. Overigens één van de randvoorwaarden was dan wel dat in het kader van de mededinging uitzonderingsbepalingen zouden moeten gelden. De conclusie was overigens dat de eindverantwoordelijkheid voor volume overschrijdingen daarmee niet werd geregeld.

Pragmatische aanpak

Terug naar de uitspraak van de minister dat zij pragmatisch en niet ideologisch met de stelselwijziging bezig wil zijn. Dat geeft ruimte voor een ongebruikelijke aanpak. Hoe laten we de olifant dansen? Wij weten vrij precies per regio/provincie welke zorg nu en in de toekomst nodig is. Per regio kennen we ook de specifieke kenmerken zoals leeftijdsopbouw of er wel of niet sprake is van bevolkings toe- of afname welke zorgvoorzieningen in welke mate aanwezig zijn etcetera. Op basis daarvan is het heel wel mogelijk een program van eisen op te stellen welke zorg in welke omvang en door welke zorgaanbieders geleverd moeten worden. Gebruik dat program van eisen als kader voor het gewenste zorgaanbod. En net zoals bij de verbouwing van een huis gesloopt en gebouwd wordt doe dat op regionaal niveau ook voor de zorg. Geef de regie van de verbouwing aan het democratisch gekozen provinciebestuur. Zij zijn dan ook aanspreekbaar op de maatregelen die genomen moeten worden. Inclusief de keuze van de aannemer. Zij moeten ook verantwoording afleggen aan de burger. Bij de bovenregionale voorzieningen heeft de landelijke overheid het initiatief. In een aantal provincies (Zeeland, Limburg) pleiten politieke partijen voor deze aanpak.

Uitgangspunt

Bijna alle (politieke) partijen zijn het eens dat de gezondheidszorg van goede kwaliteit, bereikbaar en betaalbaar moet zijn. Dat vraagt, om de minister te citeren, een pragmatische aanpak. Een olifant laten dansen is een hele klus en het vraagt om een trainer die gedisciplineerd en duidelijk is. Olifanten leren elkaar het kunstje niet aan. Maar kennen olifanten eenmaal het kunstje, dan leren ze dat ook niet meer af. Zie de overheid als de trainer en accepteer dat het doel het uitgangspunt is en niet het middel.

Eelke van der Veen

7 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

16 februari 2011

Beste Eelke,

Wat ik altijd pijnlijk vind is het totale gebrek aan erkenning van de doelgroep van ons zorgstelsel.
Welke en hoeveel zorg nodig is wordt zeker bepaald door demografische gegevens, maar ook door doelmatigheid.

Als je je publiek altijd maar gratis het circus in laat lopen en geen inzicht geeft in wat dat circus, trainer, olifant en dompteur kost en hoe hij/zij dat kan beinvloeden en als je ze ook niet verleid om eens in een ander circus te kijken hoe goed daar de olifanten zijn, zul je nog geel lang teveel circussen, trainers, olifanten en dompteurs houden.

van Benthem

16 februari 2011

Dit is inderdaad een slecht idee, het riekt naar de aanbod gestuurde planeconomische uitgangspunten van het Moskou aan de Maas waar we nu juist vanaf waren.

Anoniem

16 februari 2011

Gaan we de Wet Ziekenhuisvoorziengen weer in het leven roepen?
Uw voorstel doet mij denken aan de jaren 70 en 80. Van de WZV verwachten we toen een beheersing van het volume. Door provincies de WZV te laten uitvoeren zouden we voorzieningen krijgen dicht bij en aansluitend aan de vraag van de consument. Echter wachtlijsten en ontevreden cliënten waren toen het gevolg.
Bert

Marcel Kuin

16 februari 2011

Beste Eelke,
Op deze manier komen we natuurlijk niet verder. Het probleem van de overheid met betrekking tot de zorg is dat ingezet beleid nooit goed wordt doorgezet. Zo onstaat regelgeving op regelgeving, met een verstikkend effect op de innovatiekracht in de zorg.
Het klopt dat op dit moment weinig zorgverzekeraars er op zijn toegerust om daadwerkelijk te sturen in de zorg. Maar onder de huidige omstandigheden is daar ook weinig noodzaak toe voor ze, omdat de overheid als puntje bij paaltje komt de problemen wel weer oplost.
Als zorgverzekeraars het wel gaan moeten, en dat moet als ze verantwoordelijk worden voor het volume, anders lopen ze te veel risico op ongewenste premiestijgingen (die ook nog eens verschillend kunnen uitpakken per zorgverzekeraar) moeten ze zich daartoe gaan klaarstomen, Dat betekent kwalitatief beter personeel inzetten, veel meer doen aan het verzamelen van de preferenties van hun klanten, het benchmarken van het aanbod, en zorgen voor een optimaal relatiebeheer met de zorgaanbieders.
En als ze dan keuzes gaan maken op basis van hun klantwensen, moet de politiek (zowel landelijk als gemeentelijk) de rug rechthouden en niet zwichten voor de tegenstanders van die keuzes, die er altijd zullen zijn....

Anoniem

17 februari 2011

Beste Eelke,

Volgens mij mis je een aantal feiten:
1. De afgelopen jaren heeft de politiek sterk ingezet op "patient empowerment". Een van de consequenties hiervan is een toegenomen zorgvraag (boven de demografische verwachting). De cultuur van terughoudendheid die tot ver in de vorige eeuw gangbaar was in Nederland is de afgelopen jaren rap verlaten.
2. Er bestaat in NL een zorgplicht voor zorgverzekeraars. Nee verkopen is dus in veel gevallen geen optie. Zeker binnen een markt betekent dit verlies van marktaandeel en dat is toch echt niet te verkopen aan de aandeelhouders.
3. Een deel van de zorg is overgeheveld naar derde compartiment, maar telt wel degelijk mee voor de totale zorgkosten. Ook in dit segment een toename van jewelste. En hier is al helemaal geen sprake van sturing.

Al deze ontwikkelingen, tot stand gekomen door of op verzoek van de politiek, leiden tot een toename in zorgconsumptie ver boven de demografische verwachting.
Zorgverleners werken zich een slag in de rondte om aan deze vraag en verwachting te voldoen en houden verder ook nog zoveel mogelijk rekening met doelmatigheid (dus zo min mogelijk onzinnige zorg; maar ja dat wordt een stuk lastiger als de patient bepaald wat er moet gebeuren). Daarnaast werken ook de ziekenhuizen mee, zie de dalende prijzen in het B-segment en wat is de einduitkomst: de politiek verwijt specialisten en zorginstellingen dat de drijvende kracht achter de volumetoename zijn. Enkel en alleen omdat ze uit zouden zijn op eigen gewin.
Wie heeft er nou boter op zijn hoofd.

Cora Postema

20 februari 2011

Volgens mij wordt het hoog tijd de circusbezoekers (zorgvragers) nadrukkelijker te betrekken in het hele circus. Ze vragen zonder besef van kosten steeds meer en ingewikkelder trucjes en het circus blijft maar draaien.
Totdat het allemaal een beetje roestig wordt, de drankjes in de pauze in steeds kleinere plastic bekertjes wordt geserveerd. Dan gaan de bezoekers klagen, en steeds meer kiezen voor een bezoek aan Cirque du Soleil, ook al zijn de kaartjes daar véél duurder. En degenen die dat niet kunnen betalen... die kijken verongelijkt toe. Keren zich af en bouwen zo hun eigen feestjes met hun eigen middelen om zich overeind te houden. Ze gaan 15 jaar minder lang mee in het leven, en halen het landelijk gemiddelde omlaag. "Oh jé, daar moeten we toch wat aan doen". En het hele circus begint weer opnieuw!

Sonneveldt

22 februari 2011

Het is verbazend hoe in alle reacties niet wordt ingegaan op de kern van het betoog van Van der Veen, nl. dat de zgn. marktwerking leidt tot verspilling, omdat specialisatie en beperking van capaciteit onbespreekbaar zijn voor de "zorgondernemers"die hun status en inkomen zien groeien met de omzet.
Zorgondernemers zijn hier zowel beroepsbeoefenaren die op stukloon worden betaald (prestatiebeloning in VVD politiek correct Nederlands) als de steeds uitdijende laag van "managers".
Dat het hier gaat om risicoloos ondernemen omdat niet de zorgvrager maar de verzekeraar en de overheid de rekening betalen en "kwaliteit van zorg" door de maatschap wordt bepaald (of was de neuroloog uit Twente een eenling in zorgland?) is voor de marktadepten geen relevant argument.
Als Van der Veen maar een voorzichtige kanttekening bij de huidige groei durft te zetten is het argument al gauw "Moskou aan de Maas". Een inhoudelijke reactie die op de kern van de problematiek ingaat hoeft blijkbaar niet als de minister per definitie vermarkting van de zorg steunt.
Blij dat tenminste nog iemand daarbij een kanttekening plaatst. Dat hij in de reacties niet serieus wordt genomen tekent het gebrek aan een echt debat over wat er in de zorg aan de hand is.

Top