BLOG

Tango doe je met zijn tweeën

Tango doe je met zijn tweeën

Over het Poldermodel is al veel gezegd en geschreven. De typisch Nederlandse traditie van breed overleg om tot ontwikkeling, vaststelling en uitvoering van beleid te komen, is opgehemeld en verguisd, maar heeft altijd stand gehouden.

Polderen

Persoonlijk ben ik een enorm aanhanger van de polder. Natuurlijk, hij leidt wel eens tot stroperigheid. Maar daar staat veel tegenover: een hogere kwaliteit van besluiten (twee weten er echt meer dan één, en acht ook meer dan twee), meer duurzaamheid en voorspelbaarheid van beleid en, uiteindelijk, meer stabiliteit en sociale rust in de samenleving. Groots en meeslepend is het allemaal niet, maar eerlijk gezegd zijn de meeste mensen daar bij gebaat noch op uit. Nederlanders voelen zich doorgaans zeer wel bij een zakelijke, constructieve houding: je kunt het met elkaar oneens zijn, maar je gaat en blijft in gesprek in een poging om samen tot een oplossing te komen.

Omstreden maatregelen

Het is dan ook teleurstellend om te merken dat in het nieuwe kabinet kennelijk niet alle bewindslieden de Hollandse polder in hun genen hebben zitten. Neem nu staatssecretaris Veldhuijzen van Santen van VWS. Zij heeft een forse opdracht meegekregen in het regeerakkoord. Het scheiden van wonen en zorg in de AWBZ, het overdragen van de functies begeleiding en participatie van de AWBZ naar de gemeenten, en de hervorming van het stelsel van jeugdzorg. Stuk voor stuk maatregelen die zeer omstreden zijn, diepgaande gevolgen zullen hebben voor de meest kwetsbare mensen in ons land en, in de laatste twee gevallen, belast worden door een zware bezuiniging.

Partijen betrekken

Je zou denken dat een staatssecretaris met zulke klussen in het verschiet graag en veel contact zou zoeken met de verschillende betrokken partijen in het veld. Zij zou kunnen profiteren van de deskundigheid en ervaring die daar aanwezig is, en er het broodnodige draagvlak kunnen verwerven om tot een fatsoenlijke uitvoering te kunnen komen.

Helaas is het tegendeel het geval. Zo hebben we bij GGZ Nederland uit te krant moeten vernemen dat de staatssecretaris op het punt staat een bestuursakkoord te sluiten met de VNG over de overdracht van bevoegdheden en geld –al gauw 3 miljard euro- naar gemeenten vanuit de AWBZ. Met ons heeft ze daar tot de dag van vandaag geen woord over gewisseld. En dat geldt niet alleen voor GGZ Nederland, maar ook voor andere betrokken brancheverenigingen en de patiëntenbeweging.

Geen dialoog

Met andere woorden: de staatssecretaris praat wel over, maar niet met ons. Ze draagt heel veel geld en verantwoordelijkheden over zonder zich een goed idee te vormen van wat daarmee precies gebeurt, welke risico's deze operatie voor patiënten met zich mee brengt, of zich af te vragen of haar wensen wel uitvoerbaar zijn. Of we als instellingen nog de kans krijgen om met haar hier over te praten voor het akkoord met de VNG een feit is, weten we niet. En de risico's zíjn groot: versnippering van geld en deskundigheid, verstikkende bureaucratie, rechtsongelijkheid voor patiënten, verschraling van kwaliteit van zorg –tot aantasting van richtlijnen aan toe.

Eenzijdigheid

Ook staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie lijkt niet zo veel boodschap te hebben aan overleg met of draagvlak bij het veld. Hij stuurde vorige week een nota naar de Tweede Kamer over de toekomst van de TBS, en opnieuw mochten wij dat via de media tot ons krijgen. Ook hier staan een aantal voor onze sector vérstrekkende maatregelen in. Zo stuit zijn voorstel om bij het eventueel opleggen van TBS te putten uit de medische historie van patiënten direct op veel weerstand. Het is strijdig met het beroepsgeheim, en bovendien zeer kortzichtig. Welke patiënt met ernstige psychische stoornissen zal zich nog laten behandelen, als hij weet dat alles misschien ooit tegen hem gebruikt kan worden?

Constructieve partners

Ook bij dit soort omstreden maatregelen was tijdig en zorgvuldig overleg op zijn plaats geweest. De instellingen voor geestelijke gezondheidszorg zijn graag constructieve partners voor bewindslieden. Ook wij weten dat de overheidsfinanciën op orde moeten, en dat de wensen van de samenleving zich ontwikkelen. We zijn graag bereid om vanuit een groot maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel het gesprek aan te gaan. Maar dan moeten er wel bestuurders in Den Haag zitten die geïnteresseerd zijn in een echte dialoog met de praktijk van de zorg. Om het maar eens onhollands te zeggen: it takes two to tango.

Marleen Barth

4 Reacties

om een reactie achter te laten

emmdPafjUcw

28 februari 2011

Hkz2SZ <a href="http://tiiqneebdzez.com/">tiiqneebdzez</a>, [url=http://ppxflkkuvkhu.com/]ppxflkkuvkhu[/url], [link=http://hmcyyzwvmtrr.com/]hmcyyzwvmtrr[/link], http://bqmqqpqhuoia.com/

RCyKaQtGlby

1 maart 2011

jcHZ7v <a href="http://jbaoltsfoazy.com/">jbaoltsfoazy</a>, [url=http://zleyebztewoj.com/]zleyebztewoj[/url], [link=http://ssrdcyxicmyq.com/]ssrdcyxicmyq[/link], http://glzyiiffpymj.com/

Mengelberg

1 maart 2011

Onder de titel De PvdA en de humanisering schreef prof. Arnold Heertje op joop.nl een kritische verhandeling over de geregeld vastgestelde discrepantie tussen door deze partij verbaal beleden waarden en het praktisch handelen van haar vertegenwoordigers.

Marleen Barth, fractieleider
Als voorbeeld noemt Heertje de opstelling van mevrouw Marleen Barth, voorzitter van de werkgeversvereniging GGZ Nederland en tevens na de komende verkiezingen fractieleider voor de Partij van de Arbeid in de Eerste Kamer. Hierbij past het volgende instemmende commentaar.

Barth's politieke pleidooi voor humanisering van de samenleving is in tegenspraak met wat zij in haar functie van voorzitter van GGZ Nederland voorstaat. Zij geeft leiding aan de koepel van hen die binnen GGZ-instellingen de dienst uit maken: de zorgmanagers. Haar GGZ Nederland is vervent voorstander van de bij uitstek de-humaniserende DBC-systematiek in de ggz. Deze impliceert dat psychiaters en psychotherapeuten gedwongen worden de privacy van hun cliënten te schenden, d.w.z. diagnostiek aan overheid en verzekeraars te openbaren, terwijl in hun werk bij uitstek absolute discretie opperste regel zou moeten zijn. Dat de rechter (het College van Beroep voor het bedrijfsleven) hier uiterst kritisch over oordeelde heeft geen indruk op mevrouw Barth gemaakt. Dat een groot deel van de gezondheidsprofessionals binnen de ggz-instellingen, in tegenstelling tot de managers daarvan, van de DBC's gruwt evenmin. Zie De ggz laat zich horen!.

"Doodeng wijf"
Het is verheugend dat de kritiek van Heertje is overgenomen door Youp van 't Hek in zijn NRC-column van vandaag, onder de titel Alaaf!

Citaat:
"… Psychiaters moeten tegenwoordig aan de verzekering melden waarom een patiënt op hun divan ligt. … Dat is niet meer het geheim van de patiënt en de dokter. Hoe ik dit weet? Niet van mijn psychiater, maar van professor Arnold Heertje. Hij schreef dit in een onthullende column over Marleen Barth, de lijsttrekker van de PvdA voor de Eerste Kamer. Marleen wil dit. Niet als fractievoorzitter van de PvdA, maar als hotemetut in de psychiatrie. … En als voorzitter van de overkoepelende organisatie van werkgevers in de geestelijke gezondheidszorg wil zij officieel het beroepsgeheim van psychiaters en psychologen aanpakken. Van de rechter mag dat uiteraard niet. Die heeft het allang ronduit inhumaan genoemd. Maar Marleen schijnt de minister te blijven bestoken. Doodeng wijf dus. …".

Niet integer
Er is reden om aan de integriteit van GGZ Nederland, en ook aan die van mevrouw Barth, te twijfelen. Onder haar voorzitterschap en dus verantwoordelijkheid bevestigde deze organisatie recent haar instemming met de DBC-systematiek in de ggz. GGZ Nederland probeert de privacy- en beroepsgeheimschending daarvan sub rosa te houden en schrijft:

"Breng de privacydiscussie terug tot proporties die het heeft. Er staat geen uitgebreide informatie over de diagnose van cliënten op de factuur, maar slechts een DBC-code die verwijst naar één van de 14 hoofdgroepen. Het is dus geen diagnosevermelding, maar een DBC-code".

Echter, de volgende veertien diagnostische categorieën moeten conform de regelgeving van de Nederlandse Zorgautoriteit expliciet op de DBC-declaratie worden vermeld, of zijn daaruit (ook zonder expliciete vermelding) afleidbaar:

aandachtstekort- en gedragsstoornissen;
pervasieve ontwikkelingsstoornissen;
overige stoornissen in de kindertijd;
delirium, dementie en overige stoornissen;
alcoholmisbruik/afhankelijkheid;
overige aan een middel gebonden stoornissen;
schizofrenie en andere psychotische stoornissen;
depressieve stoornissen;
bipolaire stoornissen en overige stemmingsstoornissen;
angststoornissen;
aanpassingsstoornissen;
andere aandoeningen en problemen;
restgroep diagnoses;
persoonlijkheidsstoornissen.

GGZ Nederland weet dit vanzelfsprekend.

Conclusie:
De organisatie waaraan mevrouw Barth leiding geeft tracht op niet integere wijze ("geen diagnosevermelding, maar een DBC-code") de verplichte privacyschending van GGZ-cliënten en beroepsgeheimschending van hun behandelaars te verbloemen.

Verkiezingen
Consequenties voor de aanstaande verkiezingen liggen voor de hand.

Kaspar Mengelberg, psychiater

zie voor documentatie http://www.devrijepsych.nl/?pagina=Nieuwsberichten&id=26

Mengelberg

1 maart 2011

Onder de titel De PvdA en de humanisering schreef prof. Arnold Heertje op joop.nl een kritische verhandeling over de geregeld vastgestelde discrepantie tussen door deze partij verbaal beleden waarden en het praktisch handelen van haar vertegenwoordigers.

Marleen Barth, fractieleider
Als voorbeeld noemt Heertje de opstelling van mevrouw Marleen Barth, voorzitter van de werkgeversvereniging GGZ Nederland en tevens na de komende verkiezingen fractieleider voor de Partij van de Arbeid in de Eerste Kamer. Hierbij past het volgende instemmende commentaar.

Barth's politieke pleidooi voor humanisering van de samenleving is in tegenspraak met wat zij in haar functie van voorzitter van GGZ Nederland voorstaat. Zij geeft leiding aan de koepel van hen die binnen GGZ-instellingen de dienst uit maken: de zorgmanagers. Haar GGZ Nederland is vervent voorstander van de bij uitstek de-humaniserende DBC-systematiek in de ggz. Deze impliceert dat psychiaters en psychotherapeuten gedwongen worden de privacy van hun cliënten te schenden, d.w.z. diagnostiek aan overheid en verzekeraars te openbaren, terwijl in hun werk bij uitstek absolute discretie opperste regel zou moeten zijn. Dat de rechter (het College van Beroep voor het bedrijfsleven) hier uiterst kritisch over oordeelde heeft geen indruk op mevrouw Barth gemaakt. Dat een groot deel van de gezondheidsprofessionals binnen de ggz-instellingen, in tegenstelling tot de managers daarvan, van de DBC's gruwt evenmin. Zie De ggz laat zich horen!.

"Doodeng wijf"
Het is verheugend dat de kritiek van Heertje is overgenomen door Youp van 't Hek in zijn NRC-column van vandaag, onder de titel Alaaf!

Citaat:
"… Psychiaters moeten tegenwoordig aan de verzekering melden waarom een patiënt op hun divan ligt. … Dat is niet meer het geheim van de patiënt en de dokter. Hoe ik dit weet? Niet van mijn psychiater, maar van professor Arnold Heertje. Hij schreef dit in een onthullende column over Marleen Barth, de lijsttrekker van de PvdA voor de Eerste Kamer. Marleen wil dit. Niet als fractievoorzitter van de PvdA, maar als hotemetut in de psychiatrie. … En als voorzitter van de overkoepelende organisatie van werkgevers in de geestelijke gezondheidszorg wil zij officieel het beroepsgeheim van psychiaters en psychologen aanpakken. Van de rechter mag dat uiteraard niet. Die heeft het allang ronduit inhumaan genoemd. Maar Marleen schijnt de minister te blijven bestoken. Doodeng wijf dus. …".

Niet integer
Er is reden om aan de integriteit van GGZ Nederland, en ook aan die van mevrouw Barth, te twijfelen. Onder haar voorzitterschap en dus verantwoordelijkheid bevestigde deze organisatie recent haar instemming met de DBC-systematiek in de ggz. GGZ Nederland probeert de privacy- en beroepsgeheimschending daarvan sub rosa te houden en schrijft:

"Breng de privacydiscussie terug tot proporties die het heeft. Er staat geen uitgebreide informatie over de diagnose van cliënten op de factuur, maar slechts een DBC-code die verwijst naar één van de 14 hoofdgroepen. Het is dus geen diagnosevermelding, maar een DBC-code".

Echter, de volgende veertien diagnostische categorieën moeten conform de regelgeving van de Nederlandse Zorgautoriteit expliciet op de DBC-declaratie worden vermeld, of zijn daaruit (ook zonder expliciete vermelding) afleidbaar:

aandachtstekort- en gedragsstoornissen;
pervasieve ontwikkelingsstoornissen;
overige stoornissen in de kindertijd;
delirium, dementie en overige stoornissen;
alcoholmisbruik/afhankelijkheid;
overige aan een middel gebonden stoornissen;
schizofrenie en andere psychotische stoornissen;
depressieve stoornissen;
bipolaire stoornissen en overige stemmingsstoornissen;
angststoornissen;
aanpassingsstoornissen;
andere aandoeningen en problemen;
restgroep diagnoses;
persoonlijkheidsstoornissen.

GGZ Nederland weet dit vanzelfsprekend.

Conclusie:
De organisatie waaraan mevrouw Barth leiding geeft tracht op niet integere wijze ("geen diagnosevermelding, maar een DBC-code") de verplichte privacyschending van GGZ-cliënten en beroepsgeheimschending van hun behandelaars te verbloemen.

Verkiezingen
Consequenties voor de aanstaande verkiezingen liggen voor de hand.

Kaspar Mengelberg, psychiater

zie voor documentatie http://www.devrijepsych.nl/?pagina=Nieuwsberichten&id=26

Top