BLOG

Even wennen

Even wennen

Minister Schippers heeft zich ten doel gesteld om het nieuwe zorgstelsel te laten werken: meer ruimte voor vrije prijsvorming, verzekeraars moeten hun toegedachte rol waarmaken en de kwaliteit van de zorg moet omhoog door concentratie in combinatie met zorg dichtbij. Bij dit alles een grotere verantwoordelijkheid voor alle betrokken partijen om de kosten van de gezondheidszorg beter te beheersen.

Positie cliënt

Toch lijkt het er op dat één noodzakelijke voorwaarde nog niet vervuld is om het stelsel te laten werken zoals bedoeld: een andere positie voor de patiënt en cliënt. Het gaat er daarbij niet om de regelgeving rondom inspraak en patiëntenrechten nog verder te verbeteren of te verfijnen. En het gaat er ook niet om dat patiënt- en cliëntorganisaties nog beter bij de beleidsvoorbereiding worden betrokken of dat zorginstellingen en verzekeraars nog meer en nog vaker met patiënten en cliënten zouden moeten overleggen. Dat zal in de praktijk altijd nog wel beter kunnen, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat er op het terrein van inspraak en raadpleging al een stevige ontwikkeling heeft plaatsgevonden.

Drie redenen

Er zijn minstens drie redenen om meer fundamenteel na te denken over de positie van de patiënt en cliënt.

  1. Wie betaalt, bepaalt. Verwacht moet worden dat met name in de langdurige zorg de eigen verantwoordelijkheid van de burgers zelf zal gaan toenemen. Een onvermijdelijke ontwikkeling door toenemende problemen met betrekking tot kosten en arbeidsmarkt. Bovendien is er juist hier een sterk stijgende zorgvraag. En de ervaring leert dat meer zelf betalen zal leiden tot een kritischer consument.
  2. Sturen op kwaliteit vereist draagvlak. Verzekeraars beginnen door te krijgen dat verscherping van het kwaliteitsbeleid alleen maar kan met steun van betrokken patiënten. Zorginstellingen hebben door dat zorgkwaliteit hand in hand dient te gaan met belevingskwaliteit.
  3. Er zijn inmiddels een aantal grote patiëntenorganisaties die door omvang en kennis economische inkoopkracht hebben. Zij oefenen invloed uit op de researchprogramma’s van de farmaceutische industrie, zij kunnen voor hun leden onderhandelen over speciale ledenvoordelen bij verschillende aanbieders. De bij deze organisaties aanwezige ervaringskennis is van onschatbare waarde voor hun leden, voor artsen en voor verzekeraars.

Meepraten en -bepalen

Het is tijd om na te denken wat deze ontwikkelingen betekenen voor de positie van patiënt en cliënt en wat dat vervolgens betekent voor de organisatie van de patiënten en cliënten.

We krijgen straks zorgconsumenten die niet alleen maar willen meepraten, maar die veel meer gaan meebepalen. Voor je het weet zijn we daar aan gewend.

Martin van Rijn

5 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

12 september 2011

Niemand kan Martin van Rijn ongelijk geven. Al zijn punten zijn haast vanzelfsprekend. Waarom is het dan niet al gebeurd?

Omdat de patientenverenigingen de rol die Martin hier schetst niet aankunnen. De afgelopen jaren hebben zij veel meer geld gekregen om te in hun rol te groeien. Het tegendeel is echter gebeurd.

De verenigingen zitten vol met aardige mensen, maar visie ontbreekt geheel. En als het de afgelopen jaren niet is gelukt, waarom zou het dan wel lukken in de komende jaren? Een ding is duidelijk, er zal veel minder geld vanuit de overheid stromen, en de gewone leden willen wel betalen voor ondersteuning maar niet voor belangenbehartiging. Dus juist het deel dat slecht presteerde, en dat snel beter zou moeten presteren, wordt nu hard geraakt door de bezuinigingen.

Natuurlijk, het gaat om mensen, en het is goed mogelijk dat er wel iemand met politiek, economisch en strategisch inzicht zijn stempel drukt op het beleid van de patientenverenigingen. Maar wees eerlijk Martin, hoe groot is die kans?

Smits

13 september 2011

Martin van Rijn geef ik helemaal gelijk; en het hoeft en zal echt niet allemaal van de cliëntenorganisaties komen! Als ik allen al denk aan oudere volwassenen, dan zie je nu al een verschuiving naar consumentengedrag optreden. En terecht.
Het zal toch wel even wennen zijn. Ik denk daarbij zelf vooral aan de professionals. Daar hebben wij als onderwijsinstellingen (ik ben als lector verbinden aan hogeschool Windesheim) nog wel een en ander te doen.

tjark reininga

13 september 2011

Van Rijn maakt drie terechte punten. maar als geen ander moet hij weten dat bij het bepalen van het beleid de werkelijkheid harder is dan de leer. mooie woorden zijn er voldoende gewijd aan de zelfstandigheid en zelfbeschikking van patiënten en cliënten, maar in de organisatie lopen de gouden koorden nog altijd anders.

enerzijds via de regierol die aan de zorgverzekeraars is toegevallen en die conflicteert met de behartiging van hun primaire cliënten, de individuele verzekerden. doordat de regierol vooral wordt ingevuld via de inkoop van zorg, krijgen verzekeraars direct belang bij de afname van de door hen ingekochte zorg. dit belang kan de advisering aan de verzekerde over de door hem te volgen behandeling (af te nemen zorg) kleuren en tot het afnemen van niet-optimale zorg.

anderzijds heeft de permanente discussie over de financiering van de consumenten- en patiëntenorganisaties, en vooral de overgang op projectgerichte financiering, de onafhankelijkheid van die organisaties als adviseur en behartiger van de belangen van hun cliënten (leden) aangetast. dat heeft er inderdaad toe geleid dat veel van deze organisaties op dit moment onvoldoende zijn toegerust om de functie te vervullen die Van Rijn hen toedenkt.

NPCF

14 september 2011

Martin van Rijn noemt een aantal rake punten. We zijn het met hem eens dat er nog veel moet gebeuren.
Maar wij zien zeker mogelijkheden om als NPCF hier een rol in te spelen. Ondanks het feit dat we minder subsidie krijgen.
De toekomst van de zorg kan niet worden bepaald zonder de patient er bij te betrekken. De NPCF speelt hierin een grote rol. Een paar voorbeelden van concrete projecten: ZorgkaartNederland, ons meldpunt, meldacties en een goede binding met onze lidorganisaties.

Anoniem

15 september 2011

@ NPCF. Als jullie het zo met Martin van Rijn eens zijn, kunnen jullie zijn rentree in de zorg niet faciliteren? Wilna heeft nu wel door dat de zorg echt iets anders is een vakbond, en dat de oversteek lastig blijkt.

Martin heeft door dat zijn hart juist wel in de zorg ligt (en zijn toegevoegde waarde waarschijnlijk ook). Hij maakt ook duidelijk dat de PGO-organisaties een bijzonder belangrijke taak moeten vervullen. Het is vanwege het belang van die taak wat mij betreft echt geen daling in status als hij de overstap maakt. En Martin zou deze taak beter uitvoeren dan wie ook.

Kortom, moeten jullie niet eens praten...

Top