BLOG

Het Nieuwe Toezicht

Het Nieuwe Toezicht

Toezicht in de gezondheidszorg ligt onder een vergrootglas. Zo gek is dat niet. In een sector waarin de trend stevig is ingezet naar meer decentrale onderhandelingen tussen zorginstellingen en beroepsbeoefenaren enerzijds, en de zorginkopers zoals gemeenten en zorgverzekeraars anderzijds, ligt de uiteindelijke borging van publieke belangen immers daar.

Kwaliteit, doelmatigheid en betaalbaarheid worden in de boezem van die onderhandelingen bepaald. Dat neemt niet weg dat de centrale overheid met budgetrestricties en -regulering een flinke vinger in de pap heeft. Tegelijk met de decentralisatie is daardoor via het toezicht ook weer recentralisatie en re-regulering opgetreden. De nationale politiek en de overheid ervaren namelijk onzekerheid over de vraag of de kwaliteit van de zorg en de kostenbeheersing decentraal wel in goede handen zijn. Dat wordt versterkt door de aandacht die misstanden en overschrijdingen in de media en in het publieke debat krijgen. Toch zou de verleiding weerstaan moeten worden om als overheid zelf teveel op de zorg te gaan zitten. Juist nu komt het er op aan dat we het toezicht goed regelen, opdat we er voldoende zeker over kunnen zijn dat de publieke belangen goed in de gaten gehouden worden, en dat er wordt ingegrepen indien nodig. Op twee niveaus.

Ingrijpen op twee niveaus

Allereerst op het systeemniveau. Daar moeten de toezichthouders zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza), Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) en Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) beter met elkaar samenwerken en afstemmen. Elk van hen houdt een of enkele belangen in de gaten, zoals kwaliteit of eerlijke marktverhoudingen en doelmatigheid, maar een instelling of arts moet het allemaal tegelijk doen. Als je dan met conflicterende eisen te maken krijgt gaat het niet goed. Dat ontneemt elk initiatief in het veld alsnog, omdat je dan linksom of rechtsom wordt afgestraft op afwegingen die voor de instelling heel legitiem kunnen zijn en ook uitlegbaar. De vraag moet daarom gesteld worden of alle toezichthouders nodig zijn, of dat ze beter kunnen samenwerken en vanuit dezelfde criteria kunnen werken. De Nza was destijds tijdelijk bedoeld, om de transitie van het zorgstelsel te begeleiden. Daartoe werden ook regulerende, uitvoerende en controlerende macht tijdelijk bij deze toezichthouder geconcentreerd. Dat is te rechtvaardigen maar niet permanent. Vijf jaar later doet zich de vraag voor of we enkele taken van de Nza niet beter bij de NMa onder moeten brengen en andere bij bijvoorbeeld de IGZ en DNB. Dan ontstaat meer duidelijkheid voor het veld, en wordt nog meer machtsconcentratie gedurende langere tijd voorkomen. Zolang dat nog te vroeg bevonden wordt, vanwege het bijzondere karakter van de zorgmarkt (maar hoezeer zal dat door de tijd heen eigenlijk veranderen?), zullen deze toezichthouders meer van gelijke criteria en normen uit moeten gaan. Een gedeeld normenkader van wat goede zorg is. Een kwaliteitsinstituut zou daaraan bij kunnen dragen, maar dan moet het geen protocollenfabriek worden. Het moet dan echt een kader voor het besturen en toezicht houden in de zorg bieden, de meetlat waarlangs je keuzes kunt maken en uitleggen. Dat zie ik voorlopig helaas niet gebeuren. Haast is geboden, omdat de politiek onrustiger wordt als vaker publieke belangen in het geding zijn. Het sluitstuk van de stelselherziening is dus nog niet goed geregeld en onvoldoende doordacht.

Lokaal niveau

In de tweede plaats is dat ook op lokaal en instellingsniveau het geval. Raden van toezicht moeten echt professioneler gaan functioneren. Het is niet meer de oude praatclub van vroeger, er moet professioneel en onafhankelijker toezicht worden gehouden. Dat betekent voor de toezichthouders - en vooral ook de voorzitter - het onderhouden van contacten met de buitenwereld om te weten hoe die tegen de instelling aankijkt. Contacten met de externe toezichthouders, zoals IGZ en Nza, om te voorkomen dat lokale oordelen te weinig doorklinken in hun oordelen, en andersom. Iets dat nu nog regelmatig het geval is, en niet voor lokaal draagvlak en begrip zorgt. Noch voor de oordelen van de IGZ en de Nza, noch automatisch voor die van de raad van toezicht. Het nieuwe toezicht betekent dat losser van de Raden van Bestuur informatie uit de organisatie moet worden ingewonnen. Niet zonder hun medeweten, maar wel zonder hun betrokkenheid. Iets dat nog lang niet overal gebeurt, maar enorm veel inzicht in de zorg en beleving van medewerkers en cliënten biedt. Tenslotte moeten de Raden van Toezicht veel meer dan ooit een moreel kompas hebben. Waarom toezicht houden en hoe? Wat vindt de Raad eigenlijk goede zorg en wat betekent deze voor de bredere regio? Alleen met een eigen visie daarop als Raad van Toezicht kun je een verstandig en bruikbaar tegenwicht aan de bestuurders bieden. Niet om dwars te zijn, maar om scherpte te krijgen rond de borging van de belangen van kwaliteit, patiëntgerichtheid, en doelmatigheid te houden.

Het nieuwe toezicht

Kortom, het nieuwe toezicht houden is cruciaal voor het presteren van ons zorgstelsel, en voor het behoud van draagvlak voor dat stelsel zelf. Het vraagt om een overheid die stuurt op de randvoorwaarden van het toezicht, zoals de afstemming tussen toezichthouders en de vraag welke belangen voorgaan als zij onderling strijdige oordelen formuleren. Dat is de weging van publieke belangen, en dus ook een politieke vraag. De overheid hoeft en moet dan niet zelf de zorg willen regelen of aan het stuur gaan zitten. Daar zijn instellingen, professionals en verzekeraars voor. Gelukkig maar, gezien de benodigde deskundigheden. Maar de overheid moet wel het raamwerk van systeemtoezicht helderder maken, en keuzes zichtbaar. Het nieuwe toezicht op systeemniveau kan echter ook alleen goed en vertrouwenwekkend functioneren als er stevige verbindingen bestaan met de lokale toezichthouders die heel goed weten waarom instellingen en professionals bepaalde keuzen maken, en hoe patiënten die beoordelen. Raden van Toezicht moeten die oordelen pro actiever formuleren en daarover actiever met de buitenwereld - ook met de externe toezichthouders zoals Nza, NMa en IGZ - communiceren.

Hypes en incidentpolitiek

Als de zorg niet aan de leiband van incidentpolitiek, mediahypes en lijstjes van individuele zorgverzekeraars of kranten wil lopen, dan is het cruciaal dat het toezicht in de zorg beter wordt afgestemd, meer gaat samenwerken, daarover verantwoording aflegt en daartoe zelf pro actiever de buitenwereld opzoekt. Draagvlak en legitimiteit voor goede zorgverlening, goed bestuur en goed toezicht liggen niet enkel besloten in het uitvoeren van de wet, maar voor het oprapen in lokale en regionale media, en bij lokale stakholders en doelgroepen. Het wordt tijd dat dit sluitstuk van de stelselherziening (dat eigenlijk bij aanvang beter doordacht had moeten worden) snel op orde komt.

Kim Putters

4 Reacties

om een reactie achter te laten

Van de Werf

19 oktober 2011

Het professionaliseren van de RvT is niet zo moeilijk als het lijkt. Reduceer het aantal (voormalig) bestuurders bijvoorbeeld tot maximaal de 40% en introduceer mensen die vanuit hun inhoudelijke kennis van kwaliteit, financien, hrm, recht, marktwerking etc. worden benoemd.

Wim Schellekens

19 oktober 2011

Een zeer lezenswaardig en belangrijk blog voor de politiek, bestuurders, interne toezichthouders en professionals.
Spijker op zijn kop als het gaat om de verantwoordelijkheden van bestuurders en professionals van zorginstellingen (onder toezicht van Raad van Toezicht) en van de externe toezichthouders (IGZ, NZA, NMA). Mbt de laatsten kan er nog wel gesleuteld worden hun onderlinge verhoudingen.
Sleutelrol hebben nu de zorgverzekeraars als bewakers/bevorderaars van kwaliteit/veiligheid èn doelmatigheid. Zij moeten die rol nu aantoonbaar gaan waarmaken. Mijn vraag is dan ook: wie houdt toezicht op het contracteerbeleid van zorgverzekeraars (mbt de genoemde drie publieke belangen). Ik mis dit onderdeel in het landelijke beleid en ook in dit Blog.
dat geldt ook voor de borging van de inbreng en betrokkenheid van patiënten/consumenten bij zorgaanbieders en zorgverzekeraars: de derde pijler van het stelsel.
Het Blog van prof.Putters is helder over het Kwaliteitsinstitiuut: niet een nieuwe richtlijnfabriek, maar zorgdragen voor een "gedeeld normenkader voor wat goede zorg is. Een kader voor (professionals), bestuurders en (intern en extern) toezicht (en patiënten)".
Ten slotte ben ik erg blij met de relatie tussen extern en intern toezicht, die prof.Putters legt. We moeten daarbij wel blijven letten op het feit dat eindverantwoordelijk bestuurders in de lead kunnen blijven.
Complimenten voor deze belangrijke bijdrage aan de discussie over de inrichting van het stelsel!!

Van der Heyden

20 oktober 2011

De beschrijvingen van Kim Putters herkennen we en de adviezen zijn waardevol.
En toch zou ik nog willen toevoegen dat we in een tijd zijn gekomen waarin mensen zelf keuzes willen en zullen maken. De rol van toezichthouders wordt daar door beïnvloed en wanneer zorgverzekeraars als Zorgaspect groter worden zullen de patienten de toezichthouders zijn.
Zij zullen in die situaie en zeker in de nieuwe cure modellen, hun invloed aanwenden om de kwaliteit en service omhoog te stuwen. Alle mooie en geformaliseerde plannen en structuren ten spijt zal men zelf verantwoording nemen. Daarin gesteund door vrienden uit de sociale media

Tolman

26 oktober 2011

Het toezicht houden in de zorg is inderdaad toe aan een ommezwaai. In februari van dit jaar verscheen in ZM magazine al het artikel “De toezichthouder en het publieke belang” (zie www.publicarea.nl/Publicaties) van de hand van Hetti Willemse en Tineke van den Klinkenberg. Hierin wordt benadrukt dat toezichthouders meer aandacht aan de inhoud en het maatschappelijke belang zouden moeten besteden, in plaats van zich voornamelijk te richten op de financieel-economische kant van de beleidscyclus.
Om ons te verdiepen, meer inzicht te krijgen in de huidige rol van de toezichthouders en te bezien hoe het publieke belang meer onderdeel kan gaan uit maken van deze rol is vanuit Publicarea het afgelopen half jaar onderzoek gedaan naar hoe de Raden van Toezicht in de gezondheidszorg functioneren. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het rapport behorende bij dit onderzoek, dat er nog genoeg te doen is om het functioneren van de Raden van Toezicht legitiem te laten verlopen is zeker. Bent u geïnteresseerd in het rapport? info@publicarea.nl .

Top