Partner
nieuws

Powered by

Anderhalvelijns centra bieden uitgelezen investeringskansen

Anderhalvelijns centra bieden uitgelezen investeringskansen

De overheid probeert greep te krijgen op de kosten van de gezondheidszorg en stimuleert de verplaatsing van zorg van het ziekenhuis naar de eerste lijn. Hierdoor veranderen de verantwoordelijkheden in de sector en ontstaan nieuwe samenwerkingsvormen.

De anderhalvelijns zorg is een voorbeeld van die samenwerking, die door de huisvesting zo optimaal mogelijk dient te worden ondersteund. Gezondheidscentra zijn de meest waarschijnlijke vorm van huisvesting om de samenwerking onderdak te bieden. Het is daarom van belang om onderzoek te doen naar het programma van eisen van gezondheidscentra.

Echelonnering in de gezondheidszorg

Nederlanders zijn verplicht om een basiszorgverzekering af te sluiten. In ruil daarvoor hebben zij de mogelijkheid om behandeld te worden door zorgverleners. Dit komt samen in de zorgmarkt. Binnen de zorgmarkt kan er grofweg onderscheid worden gemaakt tussen de langdurige gezondheidszorg en de curatieve zorg. De langdurige gezondheidszorg richt zich op het behandelen van mensen met een chronische ziekte en valt onder de Wet langdurige zorg (Wlz). De curatieve zorg richt zich op het beter maken van mensen in het geval van ziekte en valt onder de Zorgverzekeringswet (Zvw).

De curatieve gezondheidszorg is het grootste segment binnen de Nederlandse gezondheidszorg en was in 2014 verantwoordelijk voor 58% van de totale zorgkosten (Berg et al., 2014). Om de totale zorgvraag adequaat en efficiënt te beantwoorden, is het zorgstelsel in verschillende niveaus ingedeeld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de eerste-, tweede- en derdelijns gezondheidszorg, wat ook wel de ‘echelonnering’ in de gezondheidszorg wordt genoemd.

De patiënt heeft toegang tot gezondheidszorg via de verschillende trappen, beginnend bij de algemene zorg van bijvoorbeeld huisartsen en fysiotherapeuten in de eerste lijn. Mocht de eerste lijn niet toereikend zijn om de zorgvraag van de patiënt te  beantwoorden, dan wordt de patiënt naar de tweede lijn doorverwezen. In de tweede lijn heeft de patiënt toegang tot specialistische zorg, zoals medisch specialisten of aanvullende diagnostiek (bijvoorbeeld röntgen of CT-scan). In de derde lijn wordt hoog specialistische zorg verleend, zoals de behandeling van zeldzame ziekten.

Huidig aanbod

De huisvesting van de verschillende zorgverleners komt samen op de zorgvastgoedmarkt. In 2010 bestond de zorgvastgoedmarkt in totaal uit ruim 54 miljoen vierkante meter, volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Ook hier kan er een onderscheid worden gemaakt tussen de huisvesting voor de eerste en tweede lijn. De eerste lijn is voornamelijk gehuisvest in eerstelijns praktijken, zoals huisartsenpraktijken, fysiotherapiepraktijken en apotheken. Er is een ontwikkeling gaande waarbij eerstelijns zorgverleners steeds intensiever samenwerken onder één dak. Gezondheidscentra zijn hier een goed voorbeeld van en proberen de horizontale samenwerking binnen de eerste lijn zo optimaal mogelijk te ondersteunen. Daardoor vormen gezondheidscentra ook een goede mogelijkheid om de verticale samenwerking met medisch specialisten uit de tweede lijn te huisvesten. De samenwerking tussen de eerste en tweede lijn komt samen in de anderhalvelijns zorg.

Anderhalvelijns zorg

De anderhalvelijns zorg is een breed begrip en nog redelijk onbekend onder patiënten. Het doel van de anderhalvelijns zorg is om de samenwerking tussen met name huisartsen en medisch specialisten te bevorderen. Huisartsen zouden door de integratie van de medisch specialistische kennis in de eerste lijn betere diagnoses moeten kunnen stellen en meer behandelingen kunnen uitvoeren in de eerste lijn. Als gevolg hiervan zouden er minder patiënten naar de tweede lijn verwezen worden.

De definitie van anderhalvelijns zorg die in het onderzoek gehanteerd wordt is: "eerstelijns zorg aangevuld met zorg op het grensvlak van de eerste lijn en de eenvoudige tweede lijn, die gefinancierd vanuit functionele bekostiging". De voordelen voor patiënten zijn zorg van hogere kwaliteit, medisch specialistische zorg dichter bij huis en (meestal) geen eigen risico.

Er zijn verschillende vormen van anderhalvelijns zorg mogelijk. In het onderzoek wordt er onderscheid gemaakt tussen zes verschillende vormen: advisering door medisch specialisten, spreekuren van medisch specialisten, medische ingrepen door medisch specialisten, eerstelijns verblijf, aanvullende diagnostische faciliteiten en behandeling van chronisch zieken.

De meest waarschijnlijke vormen van anderhalvelijns gezondheidszorg zijn spreekuren van medisch specialisten en medische ingrepen door medisch specialisten. Niet alle medisch specialismen zijn echter geschikt om zorg te verlenen in de anderhalvelijns zorg. De geschiktheid van een specialisme hangt af van de benodigde diagnostische faciliteiten, het verwijzingspercentage naar de tweede lijn en het profiel van de medisch specialist.

Bevindingen

Om inzicht te krijgen in het functionele programma van eisen voor een anderhalvelijns gezondheidscentrum zijn interviews gehouden met de zeven verschillende gebruikersgroepen van een gezondheidscentrum. In totaal zijn er 15 interviews gehouden met huisartsen, doktersassistenten, apothekers, apothekersassistenten, houdings- en bewegingsparamedici, mondelinge consult paramedici en medisch specialisten. Bij de interviews is gebruik gemaakt van de User needs by Systematic Elaboration (USE) methode ontwikkeld aan de Technische Universiteit Eindhoven (Heijs, 2007). Met de methode is het mogelijk om een functioneel programma van eisen op te stellen voor een anderhalvelijns gezondheidscentrum.

Het programma van eisen bestaat uit functionele eisen die de koppeling beschrijven van gebruikersbehoeften aan de benodigde gebouwprestaties. Alle functionele eisen samen vormen het functionele programma van eisen. Het totale functionele programma van eisen voor een anderhalvelijns gezondheidscentrum bestaat uit 315 verschillende functionele eisen. De meeste eisen (234 van de 315) zijn nog steeds toe te rekenen aan de eerste lijn, maar een aanzienlijk deel (81 van de 315) van het programma van eisen is toe te rekenen aan de anderhalve lijn. Hieruit kwamen verschillende bevindingen naar voren.

Ten eerste viel het op dat de eerstelijns zorgverleners (behalve huisartsen) vrijwel dezelfde eisen hebben in de eerste lijn als in de anderhalve lijn. Dit betekent dat de eerstelijns zorgverleners geen nieuwe of aanvullende eisen hebben in de anderhalve lijn. Ten tweede komen de functionele eisen die verbonden zijn aan aanvullende diagnostische faciliteiten, advisering door medisch specialisten, eerstelijns verblijf en behandeling van chronisch zieken (als vormen van anderhalvelijns zorg) overeen met de functionele eisen uit de eerste lijn.

Ook hier geldt dus dat er voor deze vormen van anderhalvelijns zorg geen nieuwe of aanvullende eisen zijn voor een gezondheidscentrum. Als laatste viel op dat er grote verschillen zijn voor de functionele eisen van sprekenuren en medische ingrepen van medisch specialisten (als vormen van anderhalvelijns zorg) tussen de medisch specialismen.

Internisten, dermatologen, neurologen, orthopeden, rugspecialisten en reumatologen zijn in staat om patiënten te onderzoeken in gezondheidscentra met redelijk beperkte medische faciliteiten. Cardiologen, KNO artsen, gynaecologen, oogartsen, kinderartsen en urologen hebben daarentegen aanvullende faciliteiten nodig om spreekuren te houden en om medische ingrepen te doen. Als algemene conclusie kan getrokken worden, dat anderhalvelijns gezondheidscentra geschikt zijn om eenvoudige tweedelijns zorg van ziekenhuizen over te nemen.

Aanbevelingen

Met het functionele programma van eisen is het mogelijk om te onderzoeken of de huidige eerstelijns gezondheidscentra in staat zijn om anderhalvelijns zorg te verlenen. Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden tussen de verbouwing of nieuwbouw van een gezondheidscentrum. Een groot aantal functionele eisen kan namelijk worden toegepast zonder of met slechts kleine aanpassingen, terwijl andere functionele eisen nieuwbouw van een gezondheidscentrum vereisen.

Er kan grofweg een kantelpunt worden aangegeven tussen verbouw en nieuwbouw. Zodra het gezondheidscentrum spreekuren van cardiologen, KNO-artsen, gynaecologen, oogartsen, kinderartsen en/of urologen wil aanbieden, zal er waarschijnlijk voor nieuwbouw gekozen moeten worden. Hierbij moet met een aantal  determinanten rekening gehouden worden, waaronder de gewenste disciplines, aantal zorgverleners, gewenste grootte van het gezondheidscentrum, de staat van het huidige pand en verbouwingsmogelijkheden.

Anderhalvelijns gezondheidscentra bieden een uitstekende mogelijkheid om samenwerkingen te ondersteunen tussen huisartsen en medisch specialisten, waarbij medisch specialisten met redelijk beperkte faciliteiten zorg kunnen verlenen in gezondheidscentra. De financiering hoeft weinig problemen op te leveren nu institutionele beleggers kansen zien om te investeren in nieuwe en bestaande gezondheidscentra die gereed zijn voor het verlenen van anderhalvelijns zorg.

Dit artikel is gebaseerd op de afstudeerscriptie die Dirk Adriaanse onder begeleiding van Daan Tettero heeft geschreven bij Syntrus Achmea Real Estate & Finance.

3 Reacties

om een reactie achter te laten

nbreuls

15 april 2017

geachte heer, mevrouw
Dat anderhalvelijnzorg een goed begin is , is in een recent onderzoek - met ondersteuning van een cardioloog werkzaam in de eerste lijn met tevens een controle groep zonder ondersteuning - vastgesteld in de Hoekse Waard en Ridderkerk. Dit onderzoek is in 2016 afgerond.
Het onderzoek toonde overtuigend aan:
1. Afname verwijzingen naar de 2de met tenminste 65%,
2. Verbetering patiënt tevredenheid,
3. Behoud van kwaliteit van zorg en
4. Optimaliseren van de kennis van de huisartsen voldeed
Aanbevelingen zijn:
1. Incorporeren van deel groepen van medisch specialisten in de 1ste lijn
2. Onbeperkte toestemming 2de lijnsinstituten om medisch specialisten toe te staan in de 1ste lijn werkzaam te zijn in het geval van niet complexe en chronische zorg. Het zal moeten leiden tot afbouwen van functionele activiteiten in bijvoorbeeld ziekenhuizen.
3. Adequate vergoeding voor de werkzaamheden van medische specialisten om werkzaam te zijn voor de 1ste lijn, ten einde inkomensdrain te voorkomen, waardoor punt 1 wordt gestimuleerd.
4. Het optimaliseren van de kennis van 1ste lijners door gezamenlijk spreekuren te houden en patiënt besprekingen te doen, naast overleg middels afgesloten portaal voor e-consulting
5. De zorgverzekeraars en de overheid zouden in dit proces en sturend moeten zijn en ervoor zorg moeten dragen dat elke verkeerde incentive wordt uitgeschakeld.

Samenvattend moeten de spelregels van te voren worden afgesproken. Zonder deze afspraken is het investeren in nieuwe gebouwen met uitbreiding van functies risicovol, omdat zal blijken, dat de introductie van anderhalve lijnszorg de zorgkosten alleen maar nog hoger maakt. Uiteindelijk namelijk is financiering alleen goed mogelijk als door minder gebruik van de duurdere 2de lijnszorg er een financiële overheveling kan plaatsvinden naar de anderhalve lijn. Lukt dit niet dan haken financiers hiervan ( zorgverzekeraars) af.
Nico Breuls, cardioloog

Joris Arts

26 april 2017

Interessant artikel! Is de hele afstudeerscriptie ook openbaar?
En is het onderzoek in Hoekse Waard en Ridderkerk ook gepubliceerd?

Dirk Adriaanse

26 april 2017

@Nico Breuls, interessant om de bevindingen en aanbevelingen te lezen van het onderzoek in de Hoekse Waard en Ridderkerk. Ik vind dat je helemaal gelijk hebt wat betreft de afspraken die van te voren gemaakt dienen te worden. Deze afspraken tussen eerste- en tweedelijns zorginstellingen (onder toezicht van de overheid) zijn van essentieel belang bij het opzetten van de anderhalvelijns zorg en de financiering daarvan.

@Joris Arts, de hele afstudeerscriptie is zeker openbaar. Je kunt het vinden in de repository van de Technische Universiteit van Eindhoven onder de volgende link:

http://repository.tue.nl/864321

Top