Het Zorginstituut Nederland heeft voorlopige cijfers gepubliceerd over het eerste kwartaal van 2026, op basis van declaratiegegevens van zorgverzekeraars en zorgkantoren. Hieruit blijkt onder andere dat de kosten in de huisartsenzorg stijgen, vooral door hogere lonen en consultkosten. In totaal met 8 procent naar 5,9 miljard euro. De lonen voor huisartsen in loondienst stegen per 1 februari 2026 met 3 procent. En per 1 juli 2026 stijgt het minimumuurloon voor doktersassistenten met 2,9 procent. Daarnaast krijgen huisartsen een structureel hogere vergoeding via de regeling ‘Meer tijd voor de patiënt’. Die vergoeding stijgt van 3,23 euro naar 3,40 euro per ingeschreven patiënt.
Ziekenvervoer
In 2026 stijgen de kosten van ziekenvervoer met 8,7 procent naar 1,2 miljard euro, voornamelijk door vervoer met de ambulance en helikopter. De stijging komt vooral door de tariefverhoging van 5 procent. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft in 2026 namelijk een hoger budget vastgesteld voor de Regionale Ambulancevoorzieningen (RAV’s). Daarmee houden de regio’s het ambulancevervoer en de meldkamer beschikbaar en operationeel.
Kosten ouderenzorg vlakken af
In 2026 vlakt de kostenstijging in de zorg voor kwetsbare ouderen af met 8,1 procent naar 1,6 miljard. Dit komt vooral door lagere kosten voor revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf en trajectzorg. In 2025 stegen de totale kosten nog met 12,3 procent, vooral door eerstelijnsverblijf. Dat is kortdurend verblijf in een instelling. Naar verwachting is ook in 2026 de stijging het hoogst voor eerstelijnsverblijf, met een groei van 9,5 procent naar 0,5 miljard euro. De totale kosten voor de Wet langdurige zorg (Wlz) stijgen met 5 procent naar 40,8 miljard euro. Zorg in natura stijgt met 4,8 procent naar 36,8 miljard euro. De kosten voor het persoonsgebonden budget (pgb) stijgen iets meer: met 6,4 procent naar 4,0 miljard euro.
