Verdachten Bilal H. (29) en Abdelouahab O. (21) werkten via een uitzendbureau bij de instelling. Op de bewuste avond hielden zij de twee betrokken meisjes tegen bij een ontsnappingspoging. H. verkrachtte het 15-jarige meisje meerdere malen op haar kamer. Hij heeft bekend.
Niet genoeg bewijs
Voor de verkrachting van het 14-jarige meisje door O. was volgens de rechtbank niet genoeg bewijs. O. zei onschuldig te zijn en heeft verder gezwegen. In zijn geval beschikte justitie niet over forensische sporen als bewijs voor verkrachting. Bij H. was dat wel het geval. De aanranding door O. van de 14-jarige was gezien door het andere meisje, dat daarover heeft verklaard.
Tegen beide mannen was vijf jaar cel geëist. De rechtbank legde H. naast de celstraf ook een beroepsverbod van negen jaar en een contactverbod met het slachtoffer van vijf jaar op. O. kreeg een beroeps- en contactverbod van vijf jaar.
‘Schrijnend’
De rechtbank woog bij het bepalen van de straffen mee dat de meisjes aan de “zorg en waakzaamheid” van de verdachten waren toevertrouwd. Beide mannen waren nog maar net aan het werk bij de betrokken vestiging van iHUB.
In het vonnis tegen H. noemt de rechtbank het “schrijnend” dat hij zich “uitgerekend op de plek waar zij bescherming moest krijgen die zij nodig had en zich veilig moest voelen” meermaals aan haar heeft vergrepen. Daarmee heeft hij ook “het maatschappelijk vertrouwen in zorgprofessionals op ernstige wijze beschaamd”.
De rechtbank matigde de straf van H. omdat hij tijdens zijn voorarrest meerdere malen is mishandeld door medegedetineerden, nadat bekend was geworden waarom hij in het huis van bewaring zat. De man liep daarbij letsel op. Zijn detentie is door de mishandelingen “extra zwaar” geweest, stelt de rechtbank vast. (ANP)