ACTUEEL

CVZ wil zware ggz naar Wmo overhevelen

CVZ wil zware ggz naar Wmo overhevelen

Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) wil gemeenten deels verantwoordelijk maken voor de zorg aan psychiatrische patiënten die langdurig in een instelling verblijven. Dat blijkt uit een conceptadvies dat het CVZ vrijdag 4 oktober heeft besproken tijdens een pakketcommissievergadering.

Het kabinet wil de intramurale ggz overbrengen naar Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en heeft het CVZ om een uitvoeringstoets gevraagd. Het CVZ steunt op hoofdlijnen de indeling die het kabinet wil maken. Cliënten- en familiekoepel in de ggz, het Landelijk Platform GGZ (LPGGz), is principieel tegen. In het conceptadvies stelt CVZ voor om de langdurige intramurale ggz uit de AWBZ over te hevelen naar de Wmo en een deel onder de Zvw te laten vallen.

Wmo en Zvw

Het bieden van begeleid wonen of een beschermende woonomgeving en ondersteuning aan mensen met een psychiatrische aandoening, waarbij niet de behandeling, maar de op participatie gerichte ondersteuning centraal staat, gaat in de voorgestelde maatregel over naar de Wmo. Gemeenten krijgen hiermee de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke participatie van al hun inwoners; inclusief beschermd wonen met begeleiding van cliënten met een psychische stoornis. Dit sluit volgens het CVZ aan bij de opvatting van het kabinet dat de onderdelen van de AWBZ die overwegend gericht zijn op ondersteuning en participatie van burgers onder verantwoordelijkheid van gemeenten moeten worden gebracht. Het deel van de langdurige intramurale ggz dat is gericht op “het verbeteren of beheersbaar maken van het ziektebeeld door middel van behandeling”, moet volgens het advies worden overgeheveld naar de Zvw.

Kritiek

Het Landelijk Platform GGZ (LPGGz) heeft “principiële bezwaren” tegen de overheveling naar de Wmo “omdat het recht op zorg in de Wmo niet geborgd is en omdat wij door de beleidsvrijheid van gemeenten te veel verschillen zien ontstaan in de toegankelijkheid en kwaliteit van essentiële zorg voor een groep zeer kwetsbare mensen. Daarnaast vrezen wij het gebrek aan kennis en affiniteit bij gemeenten ten aanzien van de zwaarste cliëntgroepen.” Dat zegt Nic Vos de Wael, senior beleidsmedewerker van het Landelijk Platform GGZ, die als stakeholder bij de  pakketcommissievergadering reactie op het advies heeft mogen geven.

Bovendien zijn de risico´s die de overheveling met zich meebrengt onvoldoende gedekt, stelt het LPGGz. Daarbij verwijst Vos de Wael naar de rechtspositie van cliënten, de borging van zorg- en begeleidingsplannen en kwaliteitsstandaarden.

Kern-AWBZ

Het LPGGz wil dat de zorgbehoefte van de client leidend wordt in het nieuwe stelsel. Nic Vos de Wael: 'De kern-awbz is er straks voor mensen die echt niet meer thuis kunnen wonen. Een psychiatrische client die al enkele jaren in een instelling verblijft en echt niet zonder die beschermde omgeving kan, moet daar dus toegang tot krijgen. Gemeenten zullen vanuit de participatiegedachte aansturen op weer snel zelfstandig wonen, maar daarmee jaag je deze mensen over de kling.'

Naast het LPGGz pleit ook Per Saldo vandaag bij de pakketcommissie voor toegang tot de kern-awbz voor een groep GGZ-cliënten met zware problematiek.

10 Reacties

om een reactie achter te laten

Beers

4 oktober 2013

Jammer dat Skipr geen aandacht geeft aan de reacties van de VNG en de Federatie Opvang (FO) op het advies van het CVZ. Ook VNG en FO zien verbeterpunten en randvoorwaarden die voor succesvolle overheveling van langdurige ggz nodig zijn. Maar zij zien vooral ook kansen om voor deze mensen de regie over hun leven te versterken.
Het is bijzonder om te spreken van 'gebrek aan kennis en affiniteit van gemeenten ten aanzien van de zwaarste doelgroepen'. De 43 centrumgemeenten in NL hebben ervoor gezorgd dat tienduizenden zwervende psychiatrische patienten huisvesting, zorg, behandeling, dagbesteding, hulp bij schulden en bij justitieproblemen hebben gekregen. Deze patienten behoren tot de zwaarste categorie ggz patienten met vaak dubbel of triple diagnose (psychiatrie, verslaving, verstandelijke beperking, somatische stoornis) .De langdurige ggz wordt naar deze 43 gemeenten overgeheveld, niet naar 408 gemeenten.
De gemiddelde verblijftijd van een RIBW bewoner is circa 3.5 jaar. Sommige mensen verslechteren in die periode en verhuizen naar een plek met ook verpleging en verzorging. Er is ook een groep die altijd in een beschermde woonvorm zal wonen, met veel structuur en dagbesteding (ook Wmo vanaf 2015).
Maar veel mensen stromen uit naar een zelfstandiger vorm van wonen met meer zeggenschap over de inrichting van hun woning en hun leven. Gemeenten kunnen daarbij de aansluiting verzorgen naar werk, onderwijs, dagbesteding en vrijwilligerswerk. Nogmaals, er zijn randvoorwaarden nodig voor succesvolle overheveling van de langdurige ggz, maar daar biedt het sociale domein goede kansen voor. De huidige praktijk laat nu al zien dat mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen veel vaker een zelfstandig bestaan kunnen opbouwen dan we eerder mogelijk achtten. Wie zijn wij om dat te belemmeren?

Frank Conijn - www.gezondezorg.org

5 oktober 2013

@ Beers:

Ondanks dat sommige taken altijd gemeentetaken zullen blijven en ondanks dat sommige (centrum)gemeenten het wellicht goed zullen doen in deze, blijft de kritiek van de LPGGz overeind:

* het recht op zorg is in de WMO niet geborgd;
* er kunnen makkelijk verschillen ontstaan tussen centrumgemeenten:
* mindere borging kennis en affiniteit bij centrumgemeenten dan bij regionale zorgkantoren.

En er komt nog een punt bij: het toch al gecompliceerde ontwikkelen en implementeren van zorgkwaliteitsstandaarden en -assessments onder regie van het Kwaliteitsinstituut wordt nog gecompliceerder doordat er een veldpartij bij komt: de centrumgemeenten. Die ook nog weer met hun achterbannen (de gemeenten die zij vertegenwoordigen) zullen moeten overleggen.

Een all-in zorgverzekering (cure + care), in principe geheel uitgevoerd door de 32 regionale zorgkantoren blijft dus (ook) naar mijn mening waar Nederland naar toe zou moeten. Zie http://www.gezondezorg.org/all-in-zorgverzekering. Deze plannen van het kabinet gaan precies de andere kant op.

Beers

5 oktober 2013

@ Frank Conijn
Klopt, cliënten verliezen recht op AWBZ Verblijf. Ze houden het recht op zorg en ggz behandeling uit basispakket Zvw.
In plaats van recht op AWBZ Verblijf komt er aanspraak op een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen in de WMO. De beschrijving daarvan in de wet is uitgebreid en duidelijk. Er komt overgangsrecht van 5 jaar voor bestaande cliënten. Dat is langer dan de gemiddelde verblijftijd.
Een afwijzing van een aanvraag kan straks aan de rechter worden voorgelegd. De 43 Centrumgemeenten zullen er baat bij hebben om de zorg aan deze mensen (ca 25.000 op jaarbasis) goed en zorgvuldig uit te voeren. Als zij dat niet doen komen ze deze mensen tegen op alle andere terreinen waarvoor ze verantwoordelijk zijn: bijstand, veiligheid, openbare gezondheidszorg, schuldhulp, wijkaanpak, etc.n
U hebt gelijk als u zegt dat er verschillend beleid zal ontstaan. Dat zal de ene keer beter uitpakken dan de andere keer. Maar dit gebeurt ook op het terrein van werk en inkomen in de nieuwe Participatiewet, en dat geeft nu juist de mogelijkheid om regionale passende arrangementen te ontwikkelen. Overigens is er nu ook verschillend beleid in de toegang tot AWBZ zorg: er zijn regionale verschillen in de uitvoering van de indicatiestelling.
Voor wat betreft de kwaliteit: de basis moet in de WMO goed worden geregeld. Maar of dat moet resulteren in heel veel kwaliteitstandaarden, richtlijnen en assessments vraag ik me af. Worden de mensen om wie het hier gaat daar veel beter van? Is het niet heel veel papier?
Het zou mooi zijn als clientenorganisaties, naast LPGGZ ook regionale en lokale belangenbehartigers, hierover met gemeenten het gesprek zouden aangaan. Mogelijk kan dat een concretere en meer passende vorm van kwaliteitsborging en zeggenschap opleveren?

Frank Conijn

5 oktober 2013

@ Beers:

Ik beperk met tot het onderste deel van uw bericht, want ik weet niet goed hoe uw bovenste deel in uw of mijn betoog past, c.q. dat gaat over zaken die deze discussie m.i. onnodig gecompliceerd zouden maken. Wel zou ik willen opmerken dat de ene systeemzwakte (gemeentelijke verschillen op het gebied van werk en inkomen) het andere (op het gebied van zorg) niet rechtvaardigt.

U stelt dat er weliswaar verschillen in beleid zullen ontstaan, maar dat die de ene keer beter en de andere keer slechter zullen uitpakken. Dat ze slechter kunnen uitpakken vind ik op zich al een reden om de overheveling naar de gemeenten vooralsnog niet te laten plaatsvinden.

Daar komt bij dat je dat zult moeten kunnen meten, want u zult toch ook geen systeem willen waarin we dat niet weten, waarin we niet kunnen bepalen hoe goed en hoe kosteneffectief geleverde zorg is. Kwaliteitsassessments zijn dus nodig.

En belangrijker dan mijn persoonlijke mening is dat de politiek via de bijna unaniem aangenomen motie-Smilde eind 2011 een systeem van zorgfinanciering heeft verordonneerd (per uiterlijk 2020) dat resultaten gaat financieren, uitkomstfinanciering genaamd. Zie http://www.gezondezorg.org/uitkomstfinanciering.

Dat betekent voor bepaalde vormen van zorg meer administratieve lasten, maar dan hebben we het over vormen die nu nog niet of nauwelijks aan kwaliteitsassessment doen. Voor andere vormen betekent het juist een vermindering van de administratieve lasten (voor het waarom verwijs ik u naar de bovenvermelde pagina).

Verder is (mede) op grond van die motie het Kwaliteitsinstituut opgericht, dat een wettelijke regiefunctie heeft gekregen -- en zogeheten doorzettingsmacht indien de partijen in het veld niet tijdig tot overeenstemming komen -- aangaande de kwaliteit van zorg, in zijn diverse aspecten.

Daarbij zijn richtlijnen en kwaliteitsstandaarden in de zware GGZ wellicht nog verre toekomstmuziek omdat daarvoor meestal veel wetenschappelijk onderzoek moet zijn gedaan, maar kwaliteitsassessments kunnen wel op afzienbare termijn gerealiseerd worden.

U heeft me dus helaas niet kunnen overtuigen van uw gelijk.

Schulte

6 oktober 2013

Waarom het CVZ? Nu vraagt een deel van VWS een ander deel (CVZ) om advies zonder dat dat andere deel over de relevante speciale kennis en inzicht beschikt.

Het advies rondom Pompe en Fabry lag op het terrein van CVZ, maar daar vloog CVZ (baas Arnold Moerkamp) uit de bocht. Dat werd Arnold moerkamp vergeven omdat hij nieuw was (al had hij forse imagoschade opgelopen en werd duidelijk dat hij vanuit het CVZ onvoldoende was gewaarschuwd (pootje gelicht?). Daarna kwam CVZ met een advies over het hoofdbehandelaarschap. Dat ging weer mis, maar dat werd Moerkamp vergeven omdat het CVZ geen verstand van zaken had op dat terrein. Nu is er geen excuus meer over.

Frank Conijn

6 oktober 2013

@ Schutte:
Nu u het zegt, inderdaad: waarom het CVZ?

Peter Koopman

7 oktober 2013

Wie zal de professionele zorg voor zware geestelijke gezondheid gaan betalen? Dat is de vraag die hier speelt, niet: " wie gaat zeer complexe zorgtaken op zich nemen?" Het blijft eenieder duidelijk dat dit opgave blijft van mensen die daartoe erkend deskundig zijn: verpleegkundig specialisten ggz, klinisch psychologen en psychiaters tezamen. Zij zullen in teamverband ook aangevuld met verpleegkundigen, psychotherapeuten, ggz-agogen, gezondheidszorgpsychologen en artsen de noodzakelijke zorg moeten bieden. Gemeenten bieden geen ggz, zij bekostigen. Natuurlijk heeft " wie betaalt, bepaalt" ook enige betekenis, maar de professionele kwaliteit wordt door de patient zelf gecontroleerd (klachtenregeling) en kan voorts aan de hand van nationale richtlijnen enz. worden getoetst o.a. door de inspectie (IGZ) en tuchtrechter. Dat is niet anders bij bekostiging vanuit AWBZ of WzV. Wel spelen de mogelijk enorme bureaucratische tendensen nu een rol en het kan zijn dat deze beheerskosten het budget voor noodzakelijke zorg zeer negatief gaan beinvloeden. Resteert de vraag: " Wie wordt beter van deze overheveling?"

Faessen

7 oktober 2013

Nu "nieuwe" inzichten en technieken steeds meer relatie's laten zien tussen kwaliteit van leven, zorg en gemeenschap, lijkt het onderbrengen van de integrale verantwoordelijkheid op deze gebieden bij de gemeente een gezonde gedachte. Decentrale focus zal zeker nodig zijn om ook de beoogde participatie in de wijk bereikbaar te maken.
Als het gaat om centralisatie vanuit kwaliteitsborging ontgaat me de grote nuance tussen 43 kerngemeenten vs 32 zorgkantoren.
Of zien de reageerders deze borging bij de herinrichting van het ciz terecht komen ?

Frank Conijn

7 oktober 2013

@ Faessen:

Het verschil tussen de regie leggen bij 43 centrumgemeenten vs. bij 32 zorgkantoren is drieledig. Ten eerste blijven de 32 zorgkantoren bestaan, dus daarbij nog 43 centrumgemeenten creëren betekent een stijging van de overheadkosten.

Ten tweede zou ik denken dat de mensen die bij zorgkantoren werken professioneler met zorgvragen omgaan dan gemeenteambtenaren.

Ten derde betekent een extra partij erbij (43 centrumgemeenten) een bemoeilijking van het werk van het Kwaliteitsinstituut, in deze vooralsnog bestaande uit het ontwikkelen van kwaliteitsassessments.

Nu klopt het dat de uitvoering van de zware GGZ niet door de gemeenten zelf gedaan wordt maar door zorginstellingen, zoals Peter Koopman stelt. Maar als de kwaliteitsverantwoordelijkheid bij de gemeenten terecht komen i.p.v. bij de zorgverzekeraars (waar de zorgkantoren uitvoerende afdelingen van zijn) betekent dat toch een bemoeilijking. Er komt immers een partij bij. Een partij die mogelijk ook nog weer moet overleggen met zijn achterbannen, de vertegenwoordigde gemeenten.

Faessen

9 oktober 2013

@frank conijn
Gaat ook om focus. Als het alleen om bewaken van kwaliteit van zorg gaat heb je wellicht gelijk. Gemeenten zouden ook breder moeten kijken en meerdere velden tegen elkaar afwegen, waarbij kwaliteit van leven of gemeenschap aan belang gaat winnen.

Top