ACTUEEL

Huisartsen zijn klaar met 'ongelijkwaardige' positie

Huisartsen zijn klaar met 'ongelijkwaardige' positie

Meer gelijkwaardigheid en ruimte voor maatwerk; als het aan de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) ligt gaat het contracteringsproces tussen huisartsen en zorgverzekeraars op de schop. Om verzekeraars het hoofd te bieden bundelen de huisartsen hun krachten in speciale contracteringsteams. Ook willen ze meepraten over de nadere uitwerking van het hoofdlijnenakkoord voor medisch specialistische zorg.

Dat de huisartsen ontevreden zijn over de zorgverzekeraars blijkt eens te meer uit een peiling die de LHV onlangs liet uitvoeren door onderzoeksbureau Newcom. Bijna zes van de tien huisartsen zijn van mening dat het contact met de verzekeraars niet gelijkwaardig is. Nog niet de helft van de zevenhonderd respondenten heeft vertrouwen in de zorgverzekeraars. Bijna negen van de tien huisartsen is ontevreden over de mogelijkheid om maatwerkafspraken te maken. De grootste knelpunten die huisartsen ervaren in de gesprekken met zorgverzekeraars zijn tijd voor de patiënt, ouderenzorg, werkdruk, personeel en vergoedingen.

“Huisartsen hebben nog steeds het gevoel dat ze weinig te zeggen hebben over hun contract”, vat  LHV-bestuurslid Paulus Lips de uitkomsten van de peiling samen in het mei-nummer van het LHV-ledenblad. “Zorgverzekeraars zeggen wel dat ze maatwerk willen leveren, maar in de praktijk komt er weinig van terecht. Ook vorig jaar zijn er heel wat gesprekken met verzekeraars teleurstellend verlopen.”

Tegenwicht

Om tegenwicht te bieden aan de zorgverzekeraars en te voorkomen dat huisartsenpraktijken tegen elkaar worden uitgespeeld heeft de LHV een speciaal contracteringsteam opgezet. Dit team moet regionale contracteringsteams gaan ondersteunen en waar nodig versterken. “We volgen de voortgang in de besprekingen van de verschillende teams en delen de informatie met elkaar”, legt Lips uit. “Op die manier bundelen we alle krachten om contracten te sluiten die recht doen aan de knelpunten in de huisartsenzorg, toegespitst op elke regio.”

“Het feit dat een zorgverzekeraar weet dat wij weten wat er bij andere contracteringsteams gebeurt heeft al invloed”, zegt directeur Martijn Leeflang van het Eerstelijns Centrum Tiel (ECT). “Alle zorgverzekeraars zeggen dat zij bovengemiddeld veel zorg per patiënt betalen. Dat kan gewoon niet voor iedereen waar zijn. Het probleem is dat ze met cijfers komen die wij niet kunnen controleren.”

Inhoudelijke agenda

De contractbesprekingen zijn niet de enige kwestie waarbij de huisartsen zich onvoldoende serieus genomen voelen.  Ook het eind april gesloten hoofdlijnenakkoord voor de medisch-specialistische zorg (MSZ) baart hen zorgen. In principe vinden de LHV en de vereniging van eerstelijnscentra InEen het akkoord een positieve ontwikkeling, mits er een goed akkoord voor de huisartsenzorg op volgt. “Het kan niet zo zijn dat er met de ziekenhuizen afspraken gemaakt worden over het verplaatsen van zorg naar de eerste lijn en thuis, zonder goede afspraken over het opvangen van die zorg door de huisarts”, reageert LHV-voorzitter Ella Kalsbeek.
“Landelijke akkoorden kunnen behulpzaam zijn om regionaal tot goede afspraken te komen die de zorg voor patiënten verbetert”, zegt Jan Frans Mutsaerts, vicevoorzitter van InEen. “Dan moet er wel ruimte zijn voor een inhoudelijke agenda.”

Druk

De LHV en InEen willen onder meer duidelijke afspraken over de zorg voor kwetsbare groepen, preventie, werk- en regeldruk, arbeidsmarkt en gegevensuitwisseling. "Als we hierover afspraken kunnen maken, dan komt er meer tijd voor de patiënt en kunnen de huisartsen verder met de regionale invulling van de plannen. Zonder deze duidelijkheid staat de kwaliteit van de huisartsenzorg onder druk, helemaal als de huisartsenzorg verder wordt belast met extra taken en verantwoordelijkheden”, aldus Kalsbeek.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Anton Maes

17 mei 2018

Dat verzekeraars stellen dat zij bovengemiddeld veel betalen is gewoon niet waar. Maar i.t.t. de tekst hier, is dit juist wel te controleren. Niet door huisartsen zelf, maar door de toezichthouder ZiN. Gisteren kwam het VWS Rijksjaarverslag 2017 uit. Zeg maar de exploitatiecijfers van 2017. Als opmaat richting de VWS rekenpremie met de komende Miljoenennota. Sinds 2013 is er voor huisartsen/MDZ een onderschrijding van het budgetkader, dus (te) veel wordt er door verzekeraars voor deze zorg zeker niet betaald (zie pg. 174 rapport). Deze onderschrijdingen zijn respectievelijk : -83 mln (2013), -23 mln (2014), -108 mln (2015), -70 mln (2016), -108 mln (2017). Overigens tonen ook de GGZ en wijkverpleging stelselmatig een onderschrijding. De laatste twee jaar kent de medisch specialistische zorg een overschrijding. In 2016 + 126 mln, in 2017 was dat +292 mln. En met hun hoofdlijnenakkoord, recent afgesloten, is dat kwijt gescholden. Want ik lees in dat hoofdlijnenakkoord: (citaat, pg 11, punt 3.3): "voor de jaren 2016 en 2017 is op basis van huidige inzichten in de medisch specialistische zorg een overschrijding zichtbaat t.o.v. van de afgesproken kaders voor het MBI voor de betreffende jaren. Ten aanzien van deze overschrijdingen zal het MBI niet worden ingezet". Terugvorderen dus niet door VWS, maar meer uitgeven dan begroot, dan komt na afschaf van de nacalculatie deze meerkosten (voor 2 jaar: 318 mln.) voor rekening van de zorgverzekeraars. Maar dat tekort hoeft toch niet te worden betaald door de huisartsen en z.n. GGZ en wijkverpleging??

Anton Maes

17 mei 2018

rekenfoutje sorry: de overschrijding MSZ voor 2016 en 2017 bedraagt: 126 + 292 = 418 mln (en geen 318 mln..)

Top