ACTUEEL

Subsidie voor tool met uitkomstindicatoren traumapatiënten

Het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) krijgt van het Zorginstituut zes ton subsidie voor de verdere ontwikkeling van een online tool die traumapatiënten helpt zich goed voor te bereiden op een gesprek met hun behandelaar. De online keuzehulp moet patiënten na een ongeval helpen om een weloverwogen keuze te maken uit alle behandelopties. Uitkomstindicatoren moeten daarbij helpen.

Dat meldt het ETZ op 1 oktober. Het gaat om een tweejarig project waarin ETZ samenwerkt met  Netwerk Acute Zorg Brabant (NAZB), Catharina Ziekenhuis, Amphia Ziekenhuis, Ziekenhuis Bernhoven, Elkerliek Ziekenhuis, Jeroen Bosch Ziekenhuis en Libra Revalidatie & Audiologie.

Uitkomstinformatie

Traumachirurgen vinden het belangrijk om samen met patiënten te beslissen over behandeling, maar in de praktijk blijkt het lastig om een gesprek aan te gaan. Daarvoor zijn oplossingen. Zorginstituut Nederland wil dat artsen en patiënten vaker uitkomstinformatie gebruiken in het proces van Samen Beslissen. Het Zorginstituut stelt geld beschikbaar voor projecten die het gebruik van uitkomstindicatoren in de spreekkamer een impuls geven, de keuzehulp voor traumapatiënten valt hieronder.

Vragenlijsten

De gegevens komen uit  de Brabant Injury Outcome Surveillance (BIOS) studie. In twee jaar tijd zijn alle traumapatiënten van tien Brabantse ziekenhuizen gevolgd. Er werd gekeken naar  fysiek en psychisch functioneren, terugkeer naar werk en geleverde zorg. Die data bieden nuttige informatie voor de online keuzehulp. Uit de studie kwam ook naar voren dat patiënten de traditionele manier van het afnemen van vragenlijsten erg belastend vinden. Daarom gebruikt ETZ bij nieuwe patiënten een andere methode: computer adaptief testen (CAT). Die methode kan met maar een paar vragen een goed beeld geven van iemands gezondheidstoestand.

In de spoedeisende fase is het niet altijd mogelijk om Samen Beslissen in te zetten. Toch willen de traumachirurgen de patiënt zo snel mogelijk betrekken bij de behandeling. Het project met steunm van het Zorginstituut wordt gebruikt om de keuzehulp een vaste plek in het behandel- en nazorgtraject van de traumapatiënt te geven.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn — www.gezondezorg.org

3 oktober 2018

Laat ik voorop stellen dat de opstelling van de betreffende traumachirurgen t.o.v. het uitkomstengebeuren een verrassend aangename is. Een wereld van verschil met de harde anti-uitkomstenpositie van sommige mensen binnen de GGZ.

Maar ik denk dat het gebeuren binnen de traumatologie helaas maar zeer beperkt zinvol, zelfs zeer beperkt mogelijk is. Het verhaal is als volgt. Uitkomsten vallen uiteindelijk allemaal onder twee noemers: pathologieverloop en patiënttevredenheid. De laatste, gericht op de meer secundaire zaken, is in principe altijd te meten, zelfs al dient de familie de vragen te beantwoorden ingeval van incapabele patiënten.

Voor pathologieverloop moet je echter een nulmeting doen. Ten eerste omdat anders de vervolgmeting veel minder zegt, en ten tweede om voor pathologiegradatie bij zorgaanvang te kunnen corrigeren. Bij spoedeisende trauma's is nulmeting niet (goed) mogelijk. Niet alleen organisatorisch, ook krijg je een vertekening van de lichamelijke ziektelast door de bijkomende psychologische a.g.v. schrik. Die is de volgende dag vaak al een heel stuk weggëbt.

Pathologieverloopassessment is dus nauwelijks mogelijk/zinvol in de spoedeisende traumatologie. En de niet-spoedeisende, zoals bij bijv. kruisbrandrupturen of perifeer zenuwletsel, zou ook gerubriceerd kunnen worden onder de betreffende deelspecialismen, in het genoemde voorbeeld onder de orthopedie resp. neurochirurgie.

Daar komt nog een punt bij: de vergelijkbaarheid van patiënten. Je kunt voor veel zaken corrigeren, maar de diagnoses moeten gelijk zijn. (In een aantal gevallen mogen zelfs alleen patiënten met gelijke differentiaaldiagnoses met elkaar vergeleken worden.) Dat is in de traumatologie heel erg moeilijk.

Een en ander betekent niet dat er geen kwaliteitsmanagement in mogelijk is. Er blijven nog diverse opties over, zoals richtlijnvaardigheidstoetsen (zie URL; alhoewel het aantal richtlijnen in de traumatologie wellicht beperkt is) en vooral: ziekenhuisspecialisatie.

Elk ziekenhuis zou acuut hartfalen, beroertes en inwendige arteriële bloedingen moeten kunnen behandelen (= superspoedeisende hulp moeten kunnen bieden). Maar multitraumata, waarbij sprake is van bijv. ernstige orthopedische, neurologische en vaatschade, zouden behandeld moeten worden in enkele, daarvoor toegeruste en daarin bedreven ziekenhuizen.

Normaliter zou je voordat je overgaat tot specialisatie moeten bezien welke ziekenhuizen waar goed in zijn, aan de hand van de uitkomsten, maar dat gaat hierbij dus helaas niet (goed).

Top