BLOG

Transparantie maakt zorg beter

Transparantie maakt zorg beter

Als ik de blog van Marc Berg goed lees, dan ligt de kwaliteitsinformatie voor het oprapen. Er is al veel relevante, valide, betrouwbare en vergelijkbare informatie beschikbaar. Dit lijkt mij meer dan een halfvol glas.

De databronnen moeten alleen nog op een goede manier ontsloten worden en de data op de juiste wijze geïnterpreteerd. De informatie hoeft niet meer uitgevraagd te worden bij de zorgaanbieders dus het probleem van de enorme administratieve belasting is bij deze ook opgelost. Professionals, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten (organisaties) kunnen beschikken over de gewenste stuur-, inkoop en keuze informatie.

Definitie

Maar er gaat nog iets vooraf aan het verzamelen van informatie. Namelijk het bepalen van wat dan die goede kwaliteit moet zijn. Het  aantal operaties dat een chirurg jaarlijks verricht zegt nog niets over de kwaliteit. Pas als we weten hoeveel operaties een chirurg uit moet voeren om te voldoen aan een minimale kwaliteitsnorm, wordt het kwaliteitsinformatie. Het definiëren van ‘goede kwaliteit van zorg’ is een taak van professionals én patiënten. Kwaliteit moet vooral gezien worden vanuit het perspectief van de gebruiker van de zorg: patiënten. Patiëntenorganisaties stellen kwaliteitscriteria op, de wensen en eisen ten aanzien van de zorg vanuit patiëntenperspectief. Deze criteria kunnen worden gebruikt bij het definiëren van ‘goede kwaliteit van zorg’.

Kwaliteitsinstituut

Het definiëren van ‘goede kwaliteit van zorg’ is onder anderen de taak van het Nationale Kwaliteitsinstituut voor de zorg. De Kamer vergadert dinsdagmiddag over de oprichting. Dit instituut moet ervoor gaan zorgen dat professionele standaarden worden ontwikkeld. In een professionele standaard wordt gedefinieerd wat een ‘goede kwaliteit van zorg’ is. Dit kan betrekking hebben op een aandoening, een diagnose of een zorgbehoefte. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij het veld. Maar wanneer het veld zijn werk niet naar behoren doet heeft het kwaliteitsinstituut de bevoegdheid om deze af te dwingen, de zogenaamde doorzettingsmacht. De NPCF heeft de Kamer in een brief om aandacht gevraagd voor de borging van de inbreng van ervaringskennis van patiënten binnen het Kwaliteitsinstituut en bij het ontwikkelen van de professionele zorgstandaarden.

Meerwaarde

Een mooi perspectief. Een kader voor kwaliteit en voldoende kwaliteitsinformatie beschikbaar. Weer een stap verder richting transparantie in de zorg. Een voorbeeld van de meerwaarde die dit op kan leveren vinden we in Zweden. De Boston Consultancy Group beschrijft in het onderzoek ‘Zorg voor Waarde’ hoe Zweedse medisch specialisten, met betrokkenheid van patiëntenorganisaties, de resultaten registreren van ruim 80 aandoeningen. Die informatie is openbaar. Dat prikkelt artsen om behandelingen te verbeteren en dure behandelingen die weinig opleveren eerder te stoppen. Met als resultaat: de kwaliteit van de zorg gaat omhoog en de kosten omlaag. Als we dat voorbeeld volgen kan volgens BCG de ziekenhuiszorg in Nederland per jaar 2,3 euro miljard goedkoper worden. Als we maar de resultaten van behandelingen beter zichtbaar maken en bijdragen aan informatie die de gebruikers echt iets zegt over de kwaliteit van zorg. En zo kan het glas altijd nog voller.

Jacqueline Baardman

15 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

11 oktober 2011

Baardman: "Patiëntenorganisaties stellen kwaliteitscriteria op, de wensen en eisen ten aanzien van de zorg vanuit patiëntenperspectief. Deze criteria kunnen worden gebruikt bij het definiëren van ‘goede kwaliteit van zorg’." In principe zou deze taak inderdaad bij de patiëntenorganisaties kunnen liggen. Helaas is hiervoor kennis nodig waar de patiëntenorganisaties niet over beschikken. Laat ik mijn punt duidelijk maken aan de hand van voorbeelden uit de blog van Baardman.

Zo stelt Baardman "Er is al veel relevante, valide, betrouwbare en vergelijkbare informatie beschikbaar." Marc Berg mag dan vertrouwen hebben in de indicatoren die hij ontwikkelt, er bestaat op dit moment geen set van indicatoren die breed wordt geaccepteerd als relevante, valide, betrouwbare en vergelijkbare informatie.

Baardman vervolgt: "De informatie hoeft niet meer uitgevraagd te worden bij de zorgaanbieders.." Zo zal het nooit zijn. Om een voldoende compleet beeld te krijgen van de kwaliteit zullen de zorgaanbieders informatie moeten blijven aanleveren.

"Professionals, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten (organisaties) kunnen beschikken over de gewenste stuur-, inkoop en keuze informatie." Nee, inkoop en keuze informatie is in de regel zeer beperkt bruikbaar voor andere doelen.

Vervolgens schrijft Baardman over het gebruik van een procesindicator zoals aantallen behandelingen om de kwaliteit van zorg mee te bepalen. Dat zou niet kunnen zonder patiëntenorganisaties. Nee, dat is bij uitstek iets dat wij zonder patiëntenorganisaties kunnen. Minimumaantallen zijn uit de literatuur af te leiden, maar het interpreteren van die literatuur blijkt lastig voor de beleidsmedewerkers van de patiëntenorganisaties.

De huidige obsessie met minimum aantallen behandelingen leidt tot afspraken tussen maatschappen van verschillende ziekenhuizen waarbij het voor wat hoort wat principe leidend is. Een van de consequenties is dat een patient straks door meer artsen wordt behandeld en daardoor meer kans maakt op (communicatie)fouten. Het staat op dit moment nog allerminst vast dat de zorg door de huidige eisen zal verbeteren.

De patiëntenorganisaties hadden moeten vragen om uitkomsten van zorg, bijvoorbeeld de uitkomsten die ook in andere landen openbaar worden gemaakt. Maar dan blijkt dat de patiëntenorganisaties in het politieke spel geen weerwoord kunnen bieden aan de wetenschappelijke verenigingen, omdat ze onvoldoende kennis van zaken hebben. En dus is de uitkomstinformatie die wel beschikbaar is, niet openbaar.

De patiëntenorganisaties schieten tot op heden schromelijk tekort en verdienen daarom geen "borging van inbreng" in het kwaliteitsinstituut. Niet omdat ik daar principieel op tegen ben, maar omdat de inbreng van de patiëntenorganisaties op dit moment niet heeft bijgedragen aan betere transparantie. Het gevaar van het toelaten van de patiëntenorganisaties is dat de politiek zou kunnen denken dat het perspectief van de patient gedekt is, terwijl het tegendeel waar is.

KOOPMAN

11 oktober 2011

Kwaliteit in de zorg wordt vooral bepaald door het bekwaamheidsniveau van en bejegening door de uitvoerende professionals. Wederzijdse informatie hierover tussen samenwerkende personen is randvoorwaardelijk voor een gezamenlijke zorgkwaliteit.
Er is onvoldoende aandacht voor de potentiële competenties van de diverse samenwerkende professionals. Weten bijvoorbeeld verpleegkundigen voldoende van het "kunnen" van artsen, fysiotherapeuten, Gz-psychologen enz? En hoe zit het met de kennis van artsen etc. over het "kunnen" van verpleegkundigen? Ik neem aan dat het kwaltietsinstituut een voldoende brede scope krijgt.

Post

11 oktober 2011

Patientenorganisaties zijn in staat om op professionele wijze de kwaliteitscriteria vanuit patientenperspectief op te stellen met behulp van de methode die daartoe is ontwikkeld binnen het programma Kwaliteit in Zicht (een samenwerkingsverband van NFK, DVN, Astmafonds, Hart&Vaatgroep, VSN, Reumapatientenbond, Zorgbelang Nederland en NPCF). Deze methode is onderschreven door de KNMG, Orde van Medisch Specialisten, V&VN, NHG, LVG, KNFG, NFU, ZN en vele andere organisaties. Inmiddels werken al meer dan 45 patientenorganisaties met deze methode.

De inbreng van patiënten en patientenorganisaties in het kwaliteitsdebat leidt tot goede resultaten en essentiele bijdragen aan transparantie. Goede voorbeelden zijn de patientenwijzers en monitor van de NFK waarmee patiënten met dikkedarmkanker, borstkanker of bloed- en lymfklierkanker informatie krijgen over de kwaliteit van zorg in ziekenhuizen en op basis daarvan een keuze kunnen maken voor een ziekenhuis.

Ik ben oprecht zeer verbaasd over de anonieme reactie op de blog van Jacqueline Baardman. Het lijkt alsof de schrijver van de reactie meent dat de wetenschappelijke verenigingen als enige in staat zijn om te definieren wat goede kwaliteit van zorg is. Patientenorganisaties zouden daarin geen rol kunnen spelen door gebrek aan kennis.
Het tegendeel is waar. Patientenorganisaties staan in direct contact met patiënten. Patienten weten heel goed te bepalen wat voor hen goede kwaliteit van zorg is.
In de zorg zou de patient centraal moeten staan en serieus te worden genomen. Patienten en hun vertegenwoordigers zijn zeer goed in staat om een gelijkwaardige stem te hebben in het debat over kwaliteit en daaraan een essentiele bijdrage te leveren in de vorm van kwaliteitscriteria en transparantieinstrumenten.

Mr. Heleen Post
Programmamanager Kwaliteit in Zicht

Anoniem

11 oktober 2011

Hier wordt leuk gedebatteerd, en hoewel ik de argumenten niet naar waarde kan schatten vind ik het wel vermakelijk dat de Programmamanager Kwaliteit in Zicht een jurist blijkt te zijn...

Anoniem

11 oktober 2011

In aanvulling op het hierbovenstaande blijkt dat mevrouw Baardman een opleiding in de communicatie heeft en daarna wat zorgmanagement. Tja, daar ga je de oorlog tegen de arts-hoogleraren niet mee winnen natuurlijk.

Baardman

11 oktober 2011

Het is in het geheel niet onze bedoeling een oorlog te winnen. Maar wel om gezamenlijk (professionals en patienten) kwaliteitscriteria te ontwikkelen en de kwaliteit van zorg transparant te maken. In het belang van de patient.

Anoniem

11 oktober 2011

Waarom is dit geen oorlog? De artsen verzetten zich met hand en tand tegen de publicatie van uitkomsten, mede omdat ze weten dat uitkomsten er toe doen voor de patienten. De hoogleraren die ik heb gesproken beschrijven hun acties tegen uitkomstindicatoren met een oorlogsvocabulaire.

De belangen van de artsen en van de NPCF staan loodrecht op elkaar. Vanuit mijn perspectief hebben de artsen gewonnen, want de informatie die voor de patient echt relevant is wordt niet gepubliceerd. Andere landen tonen al vele jaren aan dat het wel kan. Maar in Nederland laten de patiëntenorganisaties hun oren hangen naar de professionals.

Anoniem

11 oktober 2011

Begrijp mij goed, ik zou ook vallen voor de argumenten van de hoogleraren die zwaaien met 40 publicaties, maar ik beweer dan ook niet dat ik bij het kwaliteitsinstituut aan tafel zou moeten zitten. Ik zie alleen hoe de hoogleraren geneeskunde via de wetenschappelijke verenigingen het spel domineren, en ik stel vast dat de patiëntenorganisaties geen weerwoord hebben kunnen bieden. Dus met de eerste schrijver maak ik mij zorgen over de vertegenwoordiging van de patient door de patiëntenorganisaties.

ANH Jansen

11 oktober 2011

Guus Schrijvers heeft de directeur van Cleveland Clinic een lezing laten houden te Utrecht. Interview met deze man, medisch specialist, is te vinden op zorgvisie/skipr.

Mayo Clinic en Cleveland Clinic laten gewoon hun prestaties op hun eigen sites zien. gevalideerd en beargumenteerd en wel. Harde uitkomsten. Sterfte cijfers. Open en bloot zoals het een transparante organisatie betaamt.

De directeur is geschrokken van het aantal operaties dat de gemiddelde Nederlandse specialist verricht; dat maakt het statistisch verantwoord publiceren van data heel lastig.

En daarin schuilt het probleem met de geheim houding van de uitkomsten in de ziekenhuiszorg. IGZ en NVZ en ZN weten exact wat er speelt, maar hebben er allen geen belang bij om de data te publiceren.

Eerst specialiseren en concentreren, productie omhoog en voldoende aantallen produceren om statistisch verantwoord de kwaliteit van de zorg transparant te kunnen maken. Het is immers zeer complexe materie en de wet van de grote getallen gaat dan op.

Mayo Clinic neemt overigens patiënten op van andere ziekenhuizen die daar zijn opgegeven. Sterfte cijfers kunnen dan anders uitpakken dan wanneer Mayo Clinic deze patiënten niet zou opnemen. Het is de beroepseer van de aldaar werkende medici en directie te na om harde statistische cijfers leidend te laten zijn boven de belangen van de patiënt.

De NPCF moet eens bellen naar de USA hoe ze het daar doen.

van Loon, NFK

12 oktober 2011

Gelukkig hebben wij als patientenorganisatie wel vertrouwen in onze professionaliteit, vertrouwen in de samenwerking met de beroepsverenigingen en vertrouwen in de benodigde impuls van het Kwaliteitsinstituut. En ja, er is nog veel werk aan de winkel. Maar zoals Baardman en Post aangeven; onze schouders staan er al (stevig) onder.

Leestip voor "anoniem";
http://medischcontact.artsennet.nl/Tijdschriftartikel/99913/Transparantie-verbetert-de-zorg.htm

de jong

12 oktober 2011

Ik als arts verwacht niets anders dan een oorlog. Als 1 op de 20 doden in ziekenhuis het gevolg is van een medische misser, dan heb je wat te verbergen. Transparantie is dan het laatste wat je wilt, als arts niet en als ziekenhuis- of verpleeghuisbestuur niet. Vraag het anders al die gestreste arts-assistenten maar. Maken ze zoveel uren en hebben ze het te druk omdat hun bazen staan op goede kwaliteit van zorg?

maarten koomans, decision group

18 oktober 2011

@anh_jansen Ter verduidelijking, Prof Lars Svensson van de Cleveland Clinic was te gast van het Catharina Ziekenhuis op persoonlijke uitnodiging van mij en The Decision Group. Op het symposium over Outcome Measures, en hoe die bijdragen aan de waarde voor de patient van medisch handelen (zie ook artikel in Zorgvisie cs).

Het is essentieel voor het NL zorgstelsel dat de patiënt de waarde krijgt die hij of zij verdient. Dat is echter niet altijd de waarde die ze zelf waarnemen (PROMs). Het is essentieel dat de patiënt ook een zetel krijgt aan de tafel van zorgaanbieders, -verzekeraars en de overheid.

Outcome Measures (=UitkomstIndicatoren) als bruikbare maatstaf voor kwaliteit staan en vallen met de definitie van kwaliteit en de in te richten én te gebruiken indicatoren.

De kernvraag is, was en zal zijn: Welke beslissingen moeten we (en wie?) nemen, en welke informatie -transparantie- hebben we daar voor nodig ?

In het onderhanden traject om uitkomstindicatoren op te stellen van de hartcentra van Catharina en Antonius olv The Decision Group blijkt juist die vraag en de definitie van cruciaal belang.

meer informatie via www.thedecisiongroup.nl

Anoniem

19 oktober 2011

The Decision Group is dat niet die groep die zoveel van kwaliteitsmeting afweet dat ze de "structure indicators" van Donabedian "structural indicators" noemen?

http://www.thedecisiongroup.nl/wp-content/uploads/2011/04/Website-Presentation-Quality-based-selection-of-Hospitals-Symposium-Outcome-Measures.pdf

Voor jullie is alles nog een vraag.

maarten koomans, decision group

19 oktober 2011

@anoniem. Fijn dat U de moeite heeft genomen om onze inzichten en aanpak te bestuderen. Sinds 1980 (definitie van Donabedian) hebben we op meerdere fronten winst geboekt; zowel qua methodologie, inhoud als het gehele gezondheids systeem. Dat we nu eindelijk medisch specialisten, bestuurders, zorgverzekeraars en patiënten samen met de overheid kunnen oplijnen rondom het meten van en handelen op basis van uitkomsten is met recht een belangrijkste stap voor de gezondheidszorg. Met Baardman, Post en van Loon bevinden we ons dan ook in goed gezelschap.

Anoniem

9 november 2011

@ Maarten. Nu snap ik waarom jullie 14 jaar achterliggen bij de rest van kwaliteitsmetend Nederland. Het oorspronkelijke stuk van Donabedian is van 1966 (Milbank Quartely).

Top