De afdeling kinderhartchirurgie stopte in september 2025 preventief met geplande operaties. Dit na signalen over sociale onveiligheid op de afdeling en het vertrek van twee medewerkers. De inspectie besloot toen een onderzoek in te stellen. Begin dit jaar startte het UMCG het operatieprogramma voor patiënten met een aangeboren hartafwijking weer op.
Verbeteringen
De inspectie zegt dat de raad van bestuur van het UMCG de zorgwekkende signalen serieus heeft genomen. Ze vindt het besluit van het ziekenhuis om weer te starten met de afdeling “goed te volgen”. Uit het IGJ-onderzoek komt naar voren dat er sinds de stop in september 2025 meerdere verbeteringen zijn doorgevoerd op de afdeling. De formatie van het team van de kinderhartchirurgen is bijvoorbeeld uitgebreid en weer terug op het niveau van voor 2025. Dat punt blijft volgens de IGJ kwetsbaar, maar is wel verbeterd. Uiterlijk in het tweede kwartaal van dit jaar beoordeelt de inspectie beoordelen of de randvoorwaarden voor goede en veilige zorg op de afdeling gewaarborgd blijven.
‘Heftige periode’
UMCG-bestuursvoorzitter Ate van der Zee spreekt van een “heftige periode”. “Vooral voor de patiënten en hun naasten en voor de medewerkers van ons kinderhartcentrum. Bij velen van hen is het preventief staken van het geplande operatieprogramma in september hard aangekomen.” Desondanks staat hij achter het besluit, dat volgens hem nodig was “om rust en tijd te creëren en alles goed en onafhankelijk te laten onderzoeken”.
Verbeteringen
UMCG heeft zelf onderzoeken uitgevoerd en geconstateerd dat de kwaliteit van zorg niet meer ter discussie staat. Op het gebied van sociale veiligheid heeft dat geleid tot aantoonbare verbeteringen in de processen en de communicatie. Extern onderzoek heeft uitgewezen dat de wetenschappelijke integriteit niet is geschonden. De chirurgen hebben tijdens de tijdelijke stop van de geplande operaties, gewerkt in andere ziekenhuizen in binnen- en buitenland om hun vaardigheden op peil te houden.
Bestuursvoorzitter laat weten te hopen dat de organisatie sterker uit de moeilijke periode terugkomt. “Als lerende organisatie zien we dingen die beter kunnen, zoals de teamcultuur, de onderlinge samenwerking en een heldere rolverdeling.” Hij spreekt tot slot ook vertrouwen uit in zijn medewerkers.
