Min 6 aan beide ogen is pas de drempel waarbij een kind aanspraak kan maken op een brilvergoeding. Ook die vergoeding is betrekkelijk omdat de gemiddelde kosten van een kinderbril rond de 150 Euro liggen en de eigen bijdrage ruim 60 Euro is. De kosten vallen bovendien onder het eigen risico.
Het onderwerp trok de aandacht omdat geconstateerd is dat veel kinderen lijden onder de bijziendheid en een grote groep ouders de kosten van een bril niet kunnen betalen. Nu kun je je afvragen wanneer leidt bijziendheid tot problemen? Ik kan U uit eigen ervaring mededelen: heel snel.
De grens die het Zorginstituut heeft gesteld voor vergoeding is op beiderzijds -6. Dus beiderzijds -5 komt niet in aanmerking. De gedachte die direct opkomt is: wat ziet een kind met beiderzijds -5? In een uitzending hierover zei een wanhopige optometrist: “Ze kunnen het letterbord nauwelijks zien en de grootste letter die ze kunnen zien past niet op het bord”.
Onderzoek?
Dit roept de vraag op hoe is men op die grens van -6 gekomen? Hebben ze daar binnen het Zorginstituut dagenlang over vergaderd? Zijn ze op de hei gaan zitten om een impasse in de besluitvorming te doorbreken? Hebben ze onderzoek gedaan bij een klasje slechtziende kinderen? Ik heb daar niets over kunnen vinden. Wel is het zo dat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie een kind zonder bril met een relatief lage brilafwijking zoals -1,5 al als functioneel slechtziend wordt gekwalificeerd.
Maatschappelijke opbrengst
Maar er is een interessante andere kant van dit verhaal. Op initiatief van de gemeente Utrecht en de Hogeschool Utrecht, heeft het ESB – platform voor economen in Nederland – een MKBA gepubliceerd. MKBA staat voor Maatschappelijke Kosten Baten Analyse en gaat in dit geval over het nut van een laagdrempelig en kosteloze brilvergoeding aan kinderen in armoede.
De resultaten zijn duidelijk:
“Het project in Utrecht laat zien dat toegankelijke regelingen voor een brilvergoeding leiden tot meer verstrekte kinderbrillen.
Iedere euro die wordt geïnvesteerd in kinderbrillen leidt tot een maatschappelijke opbrengst van ten minste drie euro.
De overheid verdient de investering terug omdat kinderen minder doubleren op school en eerder de arbeidsmarkt betreden”.
Ministeries samenvoegen
Er is al eens eerder voorgesteld om de ministeries van VWS en Sociale zaken samen te voegen. De strikt gescheiden begrotingen leiden ertoe dat kosten op het ene ministerie niet gecompenseerd kunnen worden met grotere besparingen op een ander ministerie. Maar ach, ik denk dat de politiek-ideologische domeintjes van de verschillende ministeries nooit echt tot een meer functionele samenwerking zullen komen.
Robert Kreis
Em. hoogleraar Brandwondenzorg VUmc

Uiteindelijk is het samenvoegen van alle raakvlakken zinvol bij beleidsvorming, dat dient bij strategisch en tactisch beleid te geschieden op het hoogste niveau ( dus niet bij Ministeries maar door de regering. En niet vooral met de economische bril, toch? ( nb bril. Worden kinderen bijziend door vele uren nabij op kleine schermpjes te turen?) . Volksgezondheid ( collectief en niet de individu gerichte zorg ) en Welzijn ( collectief gericht ) en Sport (?) zijn nu bij twee Ministers ondergebracht. Gezondheidszorg is qua basis individu gericht ( de mens is uniek en niet alleen lichamelijk ). Die zorg verlangt stevig voorbereide professionele en betrouwbare steun aan deze hulpvragers. Ook de medisch maatschappelijk werker ( vroegere beroepsnaam ? ) hoort bij deze welzijnszorg. Maar alle andere aspecten van achterstand en ongezonde omstandigheden (armoe, slechte behuizing, schulden, ongeschoold zijn etc ) hebben veel andere invalshoeken. Niet alles dus op één hoop gooien, naar mijn mening!