Bron: Iryna / stock.adobe.com
“De inzet van digitale zorg leidt tot een fundamentele verandering in de kostenstructuur van zorgaanbieders”, schrijft de NZa in haar advies. “Traditioneel zijn de kosten in de wijkverpleging, gehandicaptenzorg en verpleegzorg vooral personeelskosten. Bij digitale zorg nemen de kosten voor infrastructuur, software, apparatuur, beheer, implementatie en ondersteuning toe.” Vele basiskosten voor digitale toepassingen zijn doorlopend, ongeacht of er veel of weinig cliënten gebruik van maken.
Puntoplossing
Toch is ‘passende bekostiging voor digitale zorg’ volgens de NZa ‘slechts een puntoplossing’. Er zijn ook ‘randvoorwaarden’ nodig voor een grootschalige inzet van digitale zorg. Bestuurslid Karina Raaijmakers geeft aan: “Er moeten bijvoorbeeld duidelijke afspraken zijn over de samenwerking, wanneer digitale toepassingen vallen onder zelfzorg of formele zorg en de gevolgen daarvan voor de vergoeding, en de verschillende kostencomponenten.”
Samenwerking
Zorgaanbieders die digitale toepassingen inzetten moeten in allerlei voorwaarden voorzien. Ze moeten de juiste digitale toepassing uitkiezen, goed contracteren, de infrastructuur opbouwen en onderhouden, zorgen dat alle digitale toepassingen op elkaar aansluiten, zorgen dat de zorgprocessen aansluiten bij de digitale aanpassing, etcetera.
Op dit moment doen zorgaanbieders dit meestal individueel. De NZa adviseert dat zorgaanbieders gezamenlijk dit soort randvoorwaarden opstellen. En ze zouden hiervoor ondersteund moeten worden door zorgverzekeraars, -kantoren, branchepartijen en patiëntvertegenwoordigers,
Zelfzorg of formele zorg
Het Zorginstituut maakt op dit moment een duidelijk onderscheid tussen digitale zelfzorg en formele zorg. Dat onderscheid gaat op den duur vervagen, verwacht de NZa. “Op langere termijn is het daarom nuttig als de focus verschuift van de vraag welk middel wordt ingezet naar de bijdrage die een toepassing levert aan betekenisvol leven, samenredzaamheid en het voorkomen of verminderen van formele zorg.”
Bekostiging
Toch heeft de NZa ook twee oplossingsrichtingen voor het bekostigingsvraagstuk. De zorgautoriteit zoekt het voor de wijkverpleging en het mpt in de maandprestaties. Of de maandprestatie kan gaan voorzien in de basiskosten van de digitale zorg, of de maandprestatie kan voorzien in zowel basiskosten als specifieke kosten van digitale toepassingen. Hiervoor moeten zorgaanbieders eerstens consensus bereiken over wat er onder de minimale basis valt.
In de gehandicaptenzorg en de verpleeghuiszorg moet de NZa de ‘normatieve inventariscomponent’ hereiken. “Op de korte termijn kan de ruimte tussen beleidsregelwaarden en de daarvan afgeleide richttarieven benut worden.”

