De laatste keer dat mensen in Nederland een infectie met het westnijlvirus opliepen, was in 2020. Het virus komt voor bij vogels en wordt via de gewone huissteekmug overgedragen aan bijvoorbeeld paarden en mensen. Die kunnen het virus zelf niet verder doorgeven.
De besmetting bij de bloeddonor is aangetroffen tijdens onderzoek van bloedbank Sanquin. Die meldt dat het westnijlvirus in dagelijkse omgang niet van mens tot mens kan worden overgedragen, maar wel via een bloedtransfusie.
De besmetting bij de bloeddonor is aangetroffen tijdens onderzoek van bloedbank Sanquin. Die meldt dat het westnijlvirus in dagelijkse omgang niet van mens tot mens kan worden overgedragen, maar wel via een bloedtransfusie. Een woordvoerder van het RIVM bevestigt dat. Volgens hem kan het virus ook niet via wonden van mensen worden overgedragen.
Sanquin meldt dat bloeddonatie van de besmette donor al was toegediend aan een patiënt voordat de besmetting werd vastgesteld. De patiënt en diens arts zijn daarvan op de hoogte gesteld.
Klachten
Mensen kunnen ziek worden van het virus, maar 80 procent van besmette mensen heeft geen klachten. Westnijlkoorts, met griepachtige klachten, komt voor bij 19 procent van de besmette mensen. Neurologische klachten treden op bij 1 procent van de besmettingen. Een klein deel van mensen met ernstige westnijlkoorts kan overlijden.
Het RIVM meldt dat in “korte tijd op verschillende plekken in Nederland” een mens, een paard en een vogel positief zijn getest op het westnijlvirus. Dat laat zien dat er in Nederland muggen zijn die het virus bij zich dragen.
Screening
Sanquin breidt de huidige screening van bloeddonaties uit met het westnijlvirus bij donoren uit “risicogebieden binnen Nederland”. Dat zijn vooralsnog de provincie Utrecht en de regio Gooi- en Vechtstreek. De donor woont in de provincie Utrecht, aldus het RIVM. (ANP)