Zorg, geld, Financiën, financieel management
EY keek in de zogeheten Barometer naar de financiële prestaties van de grootste 646 zorgorganisaties. Hierin valt te zien dat het gemiddelde rendement licht daalde naar 2,2 procent, maar ook de bandbreedte rond dit gemiddelde toeneemt.
Jeugdzorg
Relatief wordt er vooral binnen de jeugdzorg veel verlies gedraaid. Van de 60 onderzochte organisaties, schreven er 17 rode cijfers. Omgerekend is dit 28 procent. Van de 288 onderzochte ouderenzorgorganisaties leden 38 verlies, omgerekend 13 procent van de aanbieders. Ook in de ggz (20 instellingen), en de gehandicaptenzorg (17 instellingen) schreven organisaties in de min.
In de gehandicaptenzorg en de ggz zijn het dan ook voornamelijk de kleinere organisaties en specifieke instellingen, zoals de RIBW’s, die het financieel zwaar hebben. Opvallend is dat de grotere ziekenhuizen, zoals de umc’s en topklinische ziekenhuizen, allemaal uit de rode cijfers wisten te blijven.
Investeringen kunnen hoger
Het rapport laat ook duidelijk zien dat zorginstellingen in de praktijk nog steeds geen investeringen doen. In een toelichting op het rapport op Zorgvisie vertellen Rob Leensen en Ralph Poulssen van EY dat zorgaanbieders hun investeringen zouden kunnen verdubbelen en nog steeds aan de financiële eisen van de banken blijven voldoen.


De driehoek die de zorg wurgt
Cijfers op tafel: wie betaalt, wie int en wie er beter van wordt
In “De zorg wordt kapotgerekend” schetste ik de driehoek waarin de zorgaanbieder gevangen zit: de overheid die de regels bepaalt, de zorgverzekeraar die de financiering bepaalt en de bank die de kredietwaardigheid bepaalt. Daarboven een steeds dikkere laag toezichthouders, kwaliteitsorganisaties en adviesorganen. Tijd om de cijfers erbij te leggen. Niet als illustratie, maar als bewijsstuk.
De zorgaanbieder: bijna honderd instellingen in het rood
EY onderzocht in de Barometer Nederlandse Gezondheidszorg 2026 de 646 grootste zorgorganisaties op basis van de jaarrekeningen over 2025. Bijna honderd daarvan schreven rode cijfers. Het gemiddelde rendement daalde licht naar 2,2 procent, met een groeiende bandbreedte eromheen: de kloof tussen sterke en zwakke instellingen wordt groter, niet kleiner.
En dat gemiddelde rendement is misleidend hoog. EY’s eigen impactanalyse laat zien dat de sector over de periode 2019–2024 ruim elf miljard euro te weinig heeft geïnvesteerd. De vaste-activaratio, de maat voor investeringen in gebouwen, infrastructuur en technologie, daalde in tien jaar van ongeveer zestig naar zevenendertig procent. Het “gezonde” rendement van vandaag is voor een belangrijk deel uitgestelde ellende van morgen.
De zorgverzekeraar: winst verdrievoudigd, reserves ver boven de norm
Zorgverzekeraars boekten in 2025 hun hoogste financiële resultaat per verzekerde in jaren. Het technisch resultaat, het verschil tussen ontvangen premie en uitgekeerde zorgkosten, steeg van gemiddeld eenentwintig euro per verzekerde in 2024 naar zesenzestig euro in 2025. Een verdrievoudiging in één jaar.
De premie-inkomsten stegen met 5,4 procent naar 3.654 euro per verzekerde, terwijl de zorgkosten met slechts 3,9 procent toenamen. De verzekerde betaalde dus fors meer voor relatief minder kostenstijging aan de andere kant.
Zorgverzekeraars zijn wettelijk verplicht een buffer aan te houden, ter bescherming van de verzekerde. Maar de gezamenlijke reserves van de sector bedragen inmiddels circa dertien miljard euro, tegen een door De Nederlandsche Bank vereiste ondergrens van drie tot vijf miljard. Dat is geen buffer meer. Dat is een oorlogskas.
De bank: ruim dertien miljard euro winst, in één jaar
De drie grootbanken die de Nederlandse zorg financieren, boekten over 2025 het volgende:
– ING: 6,3 miljard euro nettowinst
– Rabobank: 4,96 miljard euro nettowinst
– ABN AMRO: 2,25 miljard euro nettowinst
Samen ruim dertien en een half miljard euro winst, in één enkel boekjaar. Diezelfde banken bepalen mede of een zorginstelling met een moeizame liquiditeitspositie nog krediet krijgt, en tegen welke voorwaarden. De bank die de zorginstelling onder de duim houdt, verdient zelf ongehinderd door.
En daarboven: de bureaucratische laag
Terwijl deze drie partijen hun eigen boeken op orde houden, of ruimschoots overtreffen, moet de zorgprofessional zich verantwoorden aan een rij van instanties die stuk voor stuk hun eigen bestaansrecht bewaken:
– de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), marktmeester en regelgever
– de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), toezicht op kwaliteit en veiligheid
– Zorginstituut Nederland, pakketbeheer en vereveningsregels
– De Nederlandsche Bank (DNB), prudentieel toezicht op verzekeraars
– de Autoriteit Consument en Markt (ACM), mededingingstoezicht
– de Autoriteit Financiële Markten (AFM)
– het Waarborgfonds voor de Zorgsector, financiële risicobewaking
– de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS), adviesorgaan
– plus kwaliteitsregistraties, accreditatie-instellingen, brancheorganisaties en interne toezichthouders, elk met een eigen rapportageverplichting
Iedere instantie afzonderlijk heeft een verdedigbare taak. Bij elkaar opgeteld vormen ze een laag die zichzelf in stand houdt, terwijl de partijen die het geld daadwerkelijk beheren, de bank en de verzekeraar, vrijwel geen last hebben van diezelfde bureaucratie. Zij worden gecontroleerd op solvabiliteit. De zorgaanbieder wordt gecontroleerd op alles.
De rekening
Bijna honderd zorginstellingen in de rode cijfers en een investeringsachterstand van elf miljard euro, tegenover een verdrievoudigd verzekeraarsresultaat, dertien miljard euro aan overtollige verzekeraarsreserves en dertien en een half miljard euro bankwinst in één jaar. Dat is geen toeval en geen incident. Dat is de structuur van het stelsel.
De partijen die de zorg financieel beoordelen, torenen in resultaat boven de partij uit die de zorg daadwerkelijk levert. En de partij die dat verschil zou moeten opmerken, de overheid, heeft zichzelf omringd met zoveel toezichthouders dat niemand meer verantwoordelijk is voor het geheel.
DE ZORG MOET TERUG NAAR DE DOKTER.
En als daarvoor bank, verzekeraar en toezichthouder een stap terug moeten doen, dan is dat maar zo. De cijfers liegen niet. Alleen de verdeling van de rekening doet dat wel.