• Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier
Abonneer u nu op dé podcast door de redactie van Skipr en Zorgvisie over de gezondheidszorg in Nederland Beluister de afleveringen van Voorzorg hier

Reader Interactions

Reacties 1

  1. Koos Dirkse

    De driehoek die de zorg wurgt

    Cijfers op tafel: wie betaalt, wie int en wie er beter van wordt

    In “De zorg wordt kapotgerekend” schetste ik de driehoek waarin de zorgaanbieder gevangen zit: de overheid die de regels bepaalt, de zorgverzekeraar die de financiering bepaalt en de bank die de kredietwaardigheid bepaalt. Daarboven een steeds dikkere laag toezichthouders, kwaliteitsorganisaties en adviesorganen. Tijd om de cijfers erbij te leggen. Niet als illustratie, maar als bewijsstuk.

    De zorgaanbieder: bijna honderd instellingen in het rood
    EY onderzocht in de Barometer Nederlandse Gezondheidszorg 2026 de 646 grootste zorgorganisaties op basis van de jaarrekeningen over 2025. Bijna honderd daarvan schreven rode cijfers. Het gemiddelde rendement daalde licht naar 2,2 procent, met een groeiende bandbreedte eromheen: de kloof tussen sterke en zwakke instellingen wordt groter, niet kleiner.

    En dat gemiddelde rendement is misleidend hoog. EY’s eigen impactanalyse laat zien dat de sector over de periode 2019–2024 ruim elf miljard euro te weinig heeft geïnvesteerd. De vaste-activaratio, de maat voor investeringen in gebouwen, infrastructuur en technologie, daalde in tien jaar van ongeveer zestig naar zevenendertig procent. Het “gezonde” rendement van vandaag is voor een belangrijk deel uitgestelde ellende van morgen.

    De zorgverzekeraar: winst verdrievoudigd, reserves ver boven de norm
    Zorgverzekeraars boekten in 2025 hun hoogste financiële resultaat per verzekerde in jaren. Het technisch resultaat, het verschil tussen ontvangen premie en uitgekeerde zorgkosten, steeg van gemiddeld eenentwintig euro per verzekerde in 2024 naar zesenzestig euro in 2025. Een verdrievoudiging in één jaar.

    De premie-inkomsten stegen met 5,4 procent naar 3.654 euro per verzekerde, terwijl de zorgkosten met slechts 3,9 procent toenamen. De verzekerde betaalde dus fors meer voor relatief minder kostenstijging aan de andere kant.

    Zorgverzekeraars zijn wettelijk verplicht een buffer aan te houden, ter bescherming van de verzekerde. Maar de gezamenlijke reserves van de sector bedragen inmiddels circa dertien miljard euro, tegen een door De Nederlandsche Bank vereiste ondergrens van drie tot vijf miljard. Dat is geen buffer meer. Dat is een oorlogskas.

    De bank: ruim dertien miljard euro winst, in één jaar
    De drie grootbanken die de Nederlandse zorg financieren, boekten over 2025 het volgende:

    – ING: 6,3 miljard euro nettowinst
    – Rabobank: 4,96 miljard euro nettowinst
    – ABN AMRO: 2,25 miljard euro nettowinst
    Samen ruim dertien en een half miljard euro winst, in één enkel boekjaar. Diezelfde banken bepalen mede of een zorginstelling met een moeizame liquiditeitspositie nog krediet krijgt, en tegen welke voorwaarden. De bank die de zorginstelling onder de duim houdt, verdient zelf ongehinderd door.

    En daarboven: de bureaucratische laag
    Terwijl deze drie partijen hun eigen boeken op orde houden, of ruimschoots overtreffen, moet de zorgprofessional zich verantwoorden aan een rij van instanties die stuk voor stuk hun eigen bestaansrecht bewaken:

    – de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), marktmeester en regelgever
    – de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), toezicht op kwaliteit en veiligheid
    – Zorginstituut Nederland, pakketbeheer en vereveningsregels
    – De Nederlandsche Bank (DNB), prudentieel toezicht op verzekeraars
    – de Autoriteit Consument en Markt (ACM), mededingingstoezicht
    – de Autoriteit Financiële Markten (AFM)
    – het Waarborgfonds voor de Zorgsector, financiële risicobewaking
    – de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS), adviesorgaan
    – plus kwaliteitsregistraties, accreditatie-instellingen, brancheorganisaties en interne toezichthouders, elk met een eigen rapportageverplichting
    Iedere instantie afzonderlijk heeft een verdedigbare taak. Bij elkaar opgeteld vormen ze een laag die zichzelf in stand houdt, terwijl de partijen die het geld daadwerkelijk beheren, de bank en de verzekeraar, vrijwel geen last hebben van diezelfde bureaucratie. Zij worden gecontroleerd op solvabiliteit. De zorgaanbieder wordt gecontroleerd op alles.

    De rekening
    Bijna honderd zorginstellingen in de rode cijfers en een investeringsachterstand van elf miljard euro, tegenover een verdrievoudigd verzekeraarsresultaat, dertien miljard euro aan overtollige verzekeraarsreserves en dertien en een half miljard euro bankwinst in één jaar. Dat is geen toeval en geen incident. Dat is de structuur van het stelsel.

    De partijen die de zorg financieel beoordelen, torenen in resultaat boven de partij uit die de zorg daadwerkelijk levert. En de partij die dat verschil zou moeten opmerken, de overheid, heeft zichzelf omringd met zoveel toezichthouders dat niemand meer verantwoordelijk is voor het geheel.

    DE ZORG MOET TERUG NAAR DE DOKTER.

    En als daarvoor bank, verzekeraar en toezichthouder een stap terug moeten doen, dan is dat maar zo. De cijfers liegen niet. Alleen de verdeling van de rekening doet dat wel.