Tech

Gebruikersplatform geeft antwoord op 'portalenchaos'

Gebruikersplatform geeft antwoord op 'portalenchaos'

Zorgaanbieders en inmiddels ook gemeenten ontwikkelen een almaar groeiend aantal cliëntenportalen. Daarmee dreigt ‘portalenchaos’, waarschuwt Egbert Reijnen, managing director Quli. Het gebruikersplatform wil zich daarom de komende jaren ontwikkelen tot “digitaal verkeersplein voor zorg en welzijn”.

“Als iedere zorgorganisatie een eigen portaal voor de cliënt ontwikkelt, dan is er een gevaar van portalen-chaos”, stelt Reijnen, voorheen bestuursvoorzitter van het Leo Kannerhuis. “Dat is ook één van de redenen om Quli met meerdere aanbieders te ontwikkelen.”

Naast het Dr. Leo Kannerhuis zijn dit Amarant, ARQ, Dichterbij en Pluryn. Dat betekent dat de eerste groep gebruikers vooral gezocht moet worden onder de cliënten van deze aanbieders, maar de ambities reiken veel verder. Waar er nu enkele duizenden gebruikers zijn moeten dat er blijkens een recent artikel in Emerce eind dit jaar 50 duizend worden, om in 2016 door te groeien naar 500 duizend.

Quli profileert zich op de eigen website als een e-health-platform dat gebruikers zelfredzaam maakt, preventieve hulpmiddelen biedt en hen in staat stelt om zelf de regie over hun zorg, gezondheid en welzijn te voeren. Quli doet dit door verschillende functionaliteiten en applicaties te verenigen. De gebruiker kan zodoende makkelijk contact onderhouden met zorgaanbieders, familie en naasten. Dit betekent ook dat de zorg ten dele via beeldcontact op afstand aangeboden kan worden. Bovendien kan de zorgvrager beter aangeven wanneer zorg nodig is en hoe deze het gemakkelijkst geleverd kan worden.

Kwaliteit van leven

Op deze manier kan Quli bijdragen aan effectievere en betaalbare zorg, zo geloven de initiatiefnemers. Maar bestuursvoorzitter Frank Holtman van Dichterbij benadrukt dat dit kostenaspect ondergeschikt is aan het primaire doel van Quli en dat is verbetering van de kwaliteit van leven. Dit streven is ook terug te lezen in de naam: Quli is namelijk een afkorting voor Quality of Life. “De missie van Dichterbij is kwetsbare burgers maximaal laten meedoen in de samenleving. De primaire beweegreden achter Quli is dan ook niet dat we de zorg goedkoper willen maken, maar beter. De kwaliteit van leven van mensen met beperking moet hoger worden. Quli speelt naadloos in op ontwikkelingen rond zelfmanagement en zelfredzaamheid en is daarmee een belangrijk instrument om die kwaliteit van leven te verbeteren. Daarbij moeten we transformeren van traditionele aanbieder van zorg naar facilitator van goed leven. Dat gezegd hebbende: e-Health komt altijd naast en nooit in de plaats van reguliere zorg.”

Eigen voordeur

Reijnen wil graag een ander misverstand  voor zijn, namelijk dat Quli een digitaal marketinginstrument voor de betrokken instellingen zou zijn. “Quli is beslist niet bedoeld om mensen onze voordeur in te trekken. De gebruiker bepaalt helemaal zelf met welke zorgverleners hij of zij via Quli contact wil hebben. Toen we enkele jaren geleden begonnen met de voorloper van Quli merkte we al snel dat we werkten aan iets instellingsgericht. Dat hebben we toen dus direct omgekeerd door helemaal vanuit de klant te werken. De burger heeft een vraag en neemt contact op. Quli is eigenlijk niet meer dan een centraal schakelpunt.” 

Dit neemt niet weg dat de ontwikkelaars er naar streven om zo veel mogelijk relevante functionaliteiten en apps op het platform aan te haken. Nu kent Quli al functies als beveiligd beeldbellen, agendabeheer en een app-store met speciale applicaties om bijvoorbeeld zelfstandig met het OV te kunnen reizen. Via Quli is het inmiddels ook mogelijk verbinding te leggen met het elektronisch cliëntendossier (ECD).

Beveiliging

Dit roept natuurlijk vragen op over veiligheid en privacy. “Vanzelfsprekend werpen we drempels op om de kans op misbruik door derden zo klein mogelijk te houden”, reageert Holtman. “Quli is een beveiligde omgeving. Het is niet zo dat iemand door per ongeluk een vinkje te zetten derden zomaar toegang  geeft. Alleen partijen die de klant actief bevoegd maakt, krijgen ook daadwerkelijk toegang. Natuurlijk heeft Dichterbij ook cliënten die dat door hun handicap niet zelf kunnen. Voor die groep treedt de wettelijke vertegenwoordiger als beheerder op.”
“Er wordt in Nederland veel gepraat over privacy en zeggenschap, terwijl het eigenlijk al bij wet geregeld is”, stelt Reijnen. “Professionals zijn soms vooral bezig met de vraag hoe dat te omzeilen. Bij Quli kan daar geen misverstand over zijn: de klant is beheerder én eigenaar van het account.” 

Rijst de vraag waarom individuele zorgaanbieders zich zo nadrukkelijk met de ontwikkeling een e-health-platform bezig moeten houden. Als de zorgvrager een burger is als ieder ander, ligt het antwoord dan niet bij de reguliere marktpartijen? “Wij zijn niet van de systemen, wij zijn ook geen app-ontwikkelaars”, antwoordt Holtman. “Maar waar we wel goed in zijn is helder krijgen wat de vragen en behoeften zijn van mensen met een beperking. Apple en Google richten zich op grootste gemene deler, maar de omgang met één miljoen kwetsbare Nederlanders vergt bepaalde vaardigheden.”

Vergoeding

Ook financieel vergt Quli een extra stap, die zorgaanbieders als directe belanghebbenden misschien makkelijker durven te zetten dan commerciële partijen. De betrokken zorgaanbieders hebben gezamenlijk enkele miljoenen euro’s in de ontwikkeling van Quli gestoken. Met de bredere uitrol in het verschiet beginnen ook zorgverzekeraars belangstelling te tonen. “Je moet alleen wel laten zien wat je doet en bewijzen dat het effectief is”, zegt Reijnen. Volgens Holtman mag reserve bij financiers in ieder  geval geen beletsel zijn voor vernieuwing. “Innovatie moet je zelf doen, je moet niet wachten op budget of je laten weerhouden door het feit dat het vandaag niet vergoed wordt.”

De komende maanden gaat Quli vooral op zoek naar verbreding. “We proberen Quli zo breed mogelijk uit te rollen, ook naar huisarts, gemeente en ziekenhuis”, licht Reijnen dit speerpunt toe. “Er lopen nu proeven met de GGD’en  in Noord-Holland en de gemeente Eindhoven.” Daarnaast gaat Quli verschillende zelfmeet-apps op het platform aanhaken. Op de langere termijn krijgt mogelijk ook het pgb een “eigen kluis” binnen de Quli-omgeving.

Al deze impulsen moeten er toe bijdragen dat Quli zich ontwikkelt tot “het burgerplatform in de nieuwe zorg”. “Als het aan ons ligt is Quli over vijf jaar net zo’n vertrouwde naam als de ANWB”, schetst Reijnen de ambities. “Eigenlijk zouden mensen straks aan elkaar moeten vragen: weet je nog hoe moeizaam het contact met zorgverleners verliep voor de komst van Quli?”

 

 

 

6 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank74nl

31 juli 2015

Vanuit HIS en KIS leveranciers bestaan er al meerdere patienten-portalen en communicatieplatformen voor communicatie met en om de patient, vanuit de huisartsenzorg (chronische zorg/diagnostiek/spoed). Is Quli dan niet weer een "nieuw" portaal waar ze zelf voor waarschuwen?

Stefan88

31 juli 2015

Quli doet inderdaad zelf mee aan de chaos waar ze zelf voor waarschuwen. Er zijn al een tal van Portalen beschikbaar waar zorgverleners / patiënten toegang hebben tot meerdere diensten van verschillende zorgaanbieders.

Prima dat ze een nieuw Portaal ontwikkelen maar het Portaal van Quli draagt niet bij aan de oplossing van het probleem wat ze zelf aankaarten.

Hans ter Brake

1 augustus 2015

@Frank74nl en @Stefan88, burgerportalen en PGDs worden opgezet vanuit en voor de burger/patient. Dit beoogt voor kwetsbare mensen o.a. toename van autonomie en zelfmanagement en meer algemeen de digitale participatie van mensen in hun persoonlijke zorgnetwerk waarbij de burger ook beschikt over relevante gegevens en regie voert over het delen hiervan. Portalen van (samenwerkende) zorgorganisaties zijn veelal primair gericht op (digitale) participatie van patiënten/cliënten in de processen van die organisatie(s). Dit is dus verschillend en tevens complementair. Bij Unit4 hebben we portalen voor zorgorganisaties voor gebruik door cliënten en informele zorgverleners én we hergebruiken deze functionaliteit voor integraties met burgerportalen/PGDs. Vergelijk het met banken, het portaal van ING vertelt mij niets over m'n saldo's bij de Rabo ...

Jos van Alphen

2 augustus 2015

Hallo Hans. Hoe positioneer jij dit portaal ten opzichte van andere portalen zoals Cubigo, elise en anderen? Het gaat om sociale cohesie, eigen regie en daarnaast ook toegang tot gemaks- en zorg-diensten. De volgende chaos lijkt zo aanstaande met overlappende lappendekens.

Hans ter Brake

3 augustus 2015

@Jos: gebruiksintensiteit per 'vierkante kilometer' is essentieel. Daarom stimuleren dat zorgorganisatie en hun zorgpartners, gemeenten en anderen regionaal kiezen voor één of zeer beperkt aantal oplossingen. Net als dat in sommige regio's huisartsen en apotheken voor Interoperabele oplossingen kozen waardoor integratie, koppelingen met HAP en portalen zinvol en efficiënt gerealiseerd konden/kunnen worden.

3 augustus 2015

Er liggen nog veel meer kansen als het gaat om interoperabiliteit. Interessant is bijvoorbeeld om de vraag te stellen: Wat kunnen een domoticasysteem en een ECD elkaar vertellen? Met andere woorden hoe brengen we de huidige dag - en nachtzorg dichter bij elkaar? Er valt ook veel te leren door verder te kijken dan de zorg. Denk aan Apple die haar "platform" open heeft gesteld voor programmeurs en ontwikkelaars en daarmee haar innovatiekracht wil vergroten.

Top