ACTUEEL

Cliënt niet in beeld bij transities ggz

Cliënt niet in beeld bij transities ggz

Cliënten en professionals zijn onvoldoende in beeld geweest in het proces van transitie van de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Dat zegt scheidend directeur Paul van Rooij die na vijf jaar branchevereniging GGZ Nederland verruilt voor de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV).

De afgelopen jaren is de ggz stevig op de schop gegaan. De sector heeft gekozen voor een drastische afbouw van het aantal bedden ten faveure van ambulante behandeling. Ook de financieel -juridische kaders zijn gerenoveerd. Naar voorbeeld van de ziekenhuiszorg werkt de curatieve ggz sinds enkele jaren met dbc’s. De langdurige verblijfspsychiatrie valt niet langer onder de AWBZ, maar onder de nieuwe Wet langdurige zorg (Wlz). Daarnaast heeft de sector te maken met de gevolgen van decentralisatie. Ondersteuning en jeugd-ggz zijn niet langer een zaak van de zorgkantoren, maar –dankzij de Wmo en Jeugdwet- van de gemeenten. En dan is ook nog eens een substantieel deel van het ggz-behandelaanbod overgeheveld van de tweede naar de eerste lijn.    

Voor een directeur van een branchevereniging kan dit niet anders dan een boeiend werkterrein zijn. Saai is het zeker niet geweest “met alle transities in een zich ontwikkelende sector”, erkent Van Rooij. Maar daarbij is het wat hem betreft niet altijd over de juiste onderwerpen gegaan. “Vrijwel alle beleidstukken nemen het ontwikkelen van de kansen van mensen met psychische beperkingen als vertrekpunt, maar het ingewikkelde is de uitvoering en implementatie. Neem bijvoorbeeld de Wmo. Die biedt een uitgelezen kans om zorg en ondersteuning aan de lokale situatie koppelen en echt maatwerk te leveren, maar we zijn vooral bezig geweest met aan elkaar wennen, kijken hoe de budgetstromen lopen en het inregelen van de administratie.”  

Kwetsbare mensen

“Ons voorstel was: laten we de tijd nemen, want het gaat om kwetsbare mensen. Die tijd is ons niet gegeven geweest. Beleid is gemaakt met onvoldoende betrokkenheid van cliënten en professionals. Als het dan niet loopt, wordt er een taskforce in het leven geroepen, maar zelfs daar worden de mensen die het direct aangaat niet voor gevraagd. Het allermooiste van mijn werk de afgelopen jaren was het contact met patiënten en de professionals. Dan zie je de passie en de mogelijkheden, maar helaas gaan de transities daar op dit moment niet over.”

Toch is het vaak de ggz die door de burger wordt aangekeken op transitieproblemen, zoals groeiende overlast door verwarde personen. “Dé ggz bestaat niet”, reageert Van Rooij. “De ggz is een open netwerk. Daarmee zijn ggz-aanbieders afhankelijk van andere partijen. Samenwerking is essentieel. Een ggz-instelling kan nog zo goed zijn werk doen, als er geen woning, werk of zinvolle dagbesteding is, houdt het op. Er zijn 12 duizend woningen beloofd door het kabinet, er zijn er nog maar een paar honderd opgeleverd.  Dat is het ingewikkelde van ons versnipperde stelsel. Niet alles komt op een vanzelfsprekende manier samen.”

Wederhoor

Daarbij krijgt de ggz in Van Rooijs optiek niet altijd een faire pers. “Er wordt over de ggz gemakkelijk gesproken in beelden, er vindt weinig journalistieke hoor- en wederhoor plaats. Als je je neus echt achter de voordeur steekt, zie je vaak heel andere dingen. Maar vaak komt dat datgene wat wel wordt bereikt niet in het nieuws.” Van Rooij verwijst in dit verband naar een recent onderzoek naar de werkzaamheid van de huidige behandelingen. “Dan wordt gemeld dat 25 procent niet werkt, terwijl 75 procent van de behandelingen wel werkt. Dat is veel meer dan in het ziekenhuis.”

Juist als het gaat om het onderzoek naar werkzame behandelingen heeft de ggz grote slagen gemaakt, vindt Van Rooij. “Ik ben trots op onze wetenschappelijke onderzoekagenda, met veel aandacht voor preventie en vroeg-signalering,  ons effectiviteitsonderzoek en onze herstelprogramma’s .” Volgens Van Rooij doet de sector er ook alles aan om deze positieve verworvenheden met de buitenwacht te delen. “Als je ziet hoeveel instellingen mensen uitnodigen, er zijn open dagen en tv-programma’s. Dat is belangrijk,  want de mystificatie moet er af. Eén van mijn frustraties is dat het niet echt gelukt is om het stigma te bestrijden op psychische aandoeningen te bestrijden. Het blijkt voor mensen nog steeds moeilijker  om over de depressie van zichzelf of een naaste te praten dan over een gebroken been.”

Stigma

Dit krachtige negatieve sociaal stempel beïnvloedt de manier waarop mensen zichzelf zien en waarop ze gezien worden, stelt Van Rooij. “Ze krijgen te maken met onbegrip, vooroordelen, buitensluiting en discriminatie. Dit zit vaak diep geworteld in onze samenleving. Geen wonder dat velen ervoor kiezen hun aandoening te verzwijgen. Daarbij is het is best ingewikkeld om een vriendschap te onderhouden met iemand die ander gedrag vertoont. Soms is het contact gewoon niet leuk, dus voor je het weet ga je het vermijden.”
Daarmee wordt het paard achter de wagen gespannen, vindt Van Rooij. “Als je er vroeg bij bent, kun je veel problemen voor zijn, bij 3e of 4e psychose is dat veel moeilijker. Dus als we psychische ziekte niet bespreekbaar maken, lopen we altijd achter de feiten aan.”

Vanuit deze gedachte staat Van Rooij nog altijd pal achter de huidige kijk van GGZ Nederland op de toekomst. “Wij wilden en willen op een andere manier zorg leveren; niet langer vanuit klinieken, maar meer thuis vanuit de eigen kracht van mensen. Dat is effectiever en beter voor de zorgvragers. Initiatieven als Hart voor de Ggz, De Nieuwe Ggz en vele andere zoals patiëntenplatform Mind.nl  gaan daar ook over.”

De vraagt rijst of de sector met deze herbronning zichzelf niet de das om doet, nu een substantieel van de ggz verhuist naar de eerste lijn en gemeenten. Van Rooij: “Veel patiënten die in de tweede lijn behandeld worden, kunnen ook in de eerste lijn behandeld worden. Die mogelijkheid was er tot voor kort niet. Dat patiënten nu bij de huisarts of praktijkondersteuner-ggz blijven is een kwaliteitsverbetering. Dat wilden we en het heet nog steeds ggz, dus dat deel zijn we niet kwijt. Uiteindelijk vind het ik minder belangrijk wie het doet als het maar optimale zorg is.”

Zwaar weer

Wel vindt Van Rooij dat de ggz bij deze operatie weinig rugdekking heeft gekregen. “Er zijn 100 duizend patiënten minder in de gespecialiseerde ggz, dat heeft onherroepelijk effect op de bezetting binnen organisaties. Een deel van het personeel zie je terug in de eerste lijn, maar is natuurlijk erg als organisaties afscheid moeten nemen van zoveel goede mensen. Bovendien zitten instellingen met vastgoed dat ze lange tijd aan de straatstenen niet kwijt konden. De sector is daarmee in financieel zwaar weer gekomen. We hebben vanaf het begin gezegd: help ons daarmee, maar daar is geen gehoor aan gegeven.”

Ondanks zulke problemen is de ggz de afgelopen jaren een toonbeeld van zelfbeheersing gebleven: geen boze woorden of acties zoals in de VVT. “Ik heb binnen de sector in de loop der jaren veel frustraties gehoord over bureaucratie, onhandig optreden van verzekeraars of het feit dat gemeentes de sector niet kennen, maar de branche is altijd blijven uitgaan van eigen kracht”, stelt Van Rooij. “We zijn altijd blijven geloven in ons beleid en vanuit eigen kracht blijven zoeken naar antwoorden en oplossingen. De minister heeft sector precies om die reden geroemd. Wij zijn beslist een sector  die vanuit redelijkheid en inhoud redeneert.” Zo’n inhoudelijke opstelling houdt wat Van Rooij betreft  ook een opdracht in: niet laten afleiden door alle systeem- en controle-kwesties die de inhoud soms dreigen te overwoekeren.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

tjark reininga

14 september 2016

natuurlijk heeft Paul van Rooij gelijk, en eigenlijk kan zijn kritiek onverkort naar de rest van de zorg worden doorgeleid. en er is genoeg voor gewaarschuwd, maar helaas zijn de beleidmakers ten departemente geneigd informatie die afbreuk dreigt te doen aan de geloofwaardigheid van de eigen plannen, opzij te schuiven. het hele proces van de transitie staat daar bol van, veel is over het hek van de gemeenten gekieperd. tel daar bij op, dat de meeste beslissers zelf in de gelukkige omstandigheid zijn dat zij de zorg waarover zij beslissen zelf (nog) niet nodig hebben, en de uitkomst is beleid dat primair focust op financiële en dus organisatorische afspraken.
het is natuurlijk jammer dat Paul van Rooij zijn constateringen pas publiek maakt nu hij zijn positie verlaat; hij schaart zich bij de generaals die na hun pensioen tot andere inzichten (lijken te) komen. maar hij gaat naar een nieuwe post, waar hij het verworven inzicht wellicht alsnog in de strijd kan werpen, want ook in de Eerste Lijn wordt veel beslist door mensen, die er zelf (nog) niet op zijn aangewezen. het ga jou en de sector goed, Paul.

Top