ACTUEEL

Wientjes wil preventieakkoord om zorgkosten te remmen

Wientjes wil preventieakkoord om zorgkosten te remmen

Om de stijging van de zorgkosten het hoofd te bieden, is een omslag van genezen naar preventie nodig. Met het oog hierop zouden overheid, de SER, werkgevers, vakbonden, zorgverzekeraars, zorginstellingen en deskundigen een preventieakkoord moeten sluiten met daarin concrete materiële prikkels.

Dat bepleit Bernard Wientjes, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, waar hij de leerstoel ‘Ondernemerschap en Leiderschap’ bekleedt. De oud-werkgeversvoorman deed zijn oproep tijdens de jaarlijkse lezing van de Nederlandse Public Health Federation (NPHF). 
Als mogelijk onderdeel van een preventieakkoord noemt Wientjes verschillende maatregelen. Wat ze gemeen hebben is een sterke materiële grondslag. Zo zouden zorgverzekeraars korting moeten gaan aanbieden aan bedrijven die zich "aantoonbaar en afrekenbaar inzetten" voor preventie. Werknemers die zich aantoonbaar en controleerbaar inspannen voor een gezonder leven betalen minder premie. En zorginstellingen die zich actief inzetten voor preventie mogen wat Wientjes betreft een voorrangsbehandeling van de verzekeraars krijgen.

Portemonnee

Daarnaast maakt Wientjes zich sterk voor een bonussysteem waarin de winst van preventieve maatregelen wordt verdeeld onder alle betrokkenen. Ook negatieve materiële prikkels hebben een plaats in het preventieakkoord dat Wientjes voor ogen staat. Zo mag ieders persoonlijke verantwoordelijkheid wat Wientjes betreft financieel worden aangescherpt. “Een materiële prikkel lijkt mij een absolute voorwaarde. De mens heeft het recht om ongezond te leven, maar hij zal er wel een prijs voor moeten betalen, niet alleen in zijn gezondheid maar ook in zijn portemonnee.” 

Volgens Wientjes levert preventie grote maatschappelijke en economische winst op. “Gezondheid is een belangrijke factor voor het klimaat en de productiviteit in de onderneming”, aldus Wientjes. “Het beheersen van de zorgkosten en een lager ziekteverzuim zijn gunstig voor alle betrokkenen.” Daarbij dreigt het zorgstelsel mede als gevolg van de groeiende vergrijzing onbetaalbaar te worden. Niets doen is dan ook geen optie, aldus Wientjes. Nieuwe, ingrijpende maatregelen zijn overmijdelijk. Vooralsnog zijn de aandacht en het budget voor preventie echter minimaal vergeleken met het bedrag dat omgaat in de cure en care. Als voorbeeld van hoe het zou moeten noemt Wientjes milieu en duurzaamheid. Hier hebben alle betrokkenen de aandacht verlegd van opruimen en herstellen naar voorkomen. Een dergelijke omslag is ook nodig in de zorg: een plan waarbij preventie voor alle partijen – ook economisch – loont.

Vitaliteitscontract

Volgens Wientjes kan de NPHF bij het bereiken van dit akkoord door haar kennis en achterban een grote rol spelen. Het door NPHF ontwikkelde vitaliteitscontract is volgens Wientjes daarbij een eerste stap in de goede richting. Met het vitaliteitscontract wil de NPHF het probleem van de financiering van preventie op een nieuwe manier benaderen. Met dit vitaliteitscontract kunnen werkgevers en gemeenten een op Spotify geënt abonnement afsluiten, dat doorlopend toegang geeft tot professionele ondersteuning bij het organiseren van actief gezond én vitaal blijven. De NPHF wil een dergelijk preventie-abonnement naast de huidige ziektezorg positioneren, zodat beiden elkaar meer in balans gaan houden.

Investeren

Toch is preventie volgens Wientjes niet alleen kwestie van kosten en baten, maar ook van kwaliteit van leven. “Streven we naar een toekomst waarin de mens tot op hoge leeftijd actief kan zijn, kan werken en vol kan meedoen aan het leven? Of kiezen we voor een toekomst waarin de techniek en de farmaceutische kennis ingezet worden om zo lang mogelijk in leven te blijven. Investeren we in verpleeghuizen en rollator-paden of investeren wij in preventie?”, aldus Wientjes.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn

17 oktober 2016

Op twee punten heeft dhr. Wientjes naar mijn mening helemaal gelijk: er moet meer gedaan worden op het preventieve vlak (vooral t.a.v. het voedings- en beweegpatroon) en er zullen materiële prikkels nodig zijn.

Maar het kan qua systeem veel eenvoudiger dan hij voorstelt. De kwaliteit/kwantiteit van het voedings- en beweegpatroon is af te lezen aan bepaalde stoffen in het bloed, biomarkers geheten. Je kunt dan als zorgverzekeraars een persoonlijke premiekorting geven aan mensen met een goed patroon.

Weliswaar zijn er ook mensen met aangeboren stofwisselingsziekten die die biomarkers beïnvloeden, of mensen met lichamelijke handicaps voor wie voldoende bewegen niet mogelijk is, maar dat zijn er relatief weinig en daar kun je uitzonderingen voor maken.

Voor het hele verhaal, zie https://gezondezorg.org/preventiebeleid .

Top