Finance

'Zorgaanbieders omzeilen winstverbod met bv-constructie'

Met creatieve bv-constructies weten zorgaanbieders het beloningsplafond en het verbod op winstuitkering te omzeilen. Met name kleinere aanbieders hebben zo de afgelopen jaren miljoenen verdiend. Dit schrijft het Financieele Dagblad op basis van eigen onderzoek.

In de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) is een verbod op winstuitkering vastgelegd. Dit moet voorkomen dat bestuurders en aandeelhouders zich met publiek geld verrijken. De Wet normering topinkomens (Wnt) stelt een maximum aan wat zorgbestuurders mogen verdienen.

Zorgaanbieders zouden hier met behulp van een speciale constructie onderuit proberen te komen. De aanbieder contracteert de zorg met een stichting die een WTZi-vergunning heeft. Die besteedt de uitvoering daarvan weer uit aan een bv die niet onder het winstverbod valt, maar wel dezelfde eigenaar heeft.

Dividend

Volgens het FD is het onduidelijk wat bestuurders in die bv's verdienen. Ook blijkt uit het onderzoek van de krant dat de bv’s die de zorg verlenen soms grote bedragen als dividend uitkeren. Daarnaast zouden miljoenen euro's worden opgepot in de holdings van de directeur-grootaandeelhouders.

Onder meer privéklinieken, maar ook instellingen in de ggz, de gehandicaptenzorg en de thuiszorg zouden de bv-constructie toepassen. Toezichthouders kunnen niet ingrijpen omdat de constructie niet bij wet verboden is, aldus het FD.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Jurriaan Verduijn

2 november 2017

Deze berichtgeving, waarin bij de door het Financieele Dagblad geïnterviewde personen ook de nodige maatschappelijke verontwaardiging doorklinkt, is enigszins opmerkelijk. Het gaat hier namelijk niet om eerder onbekende feiten en evenmin is sprake van maatschappelijke misstanden. Sinds jaar en dag is, althans in de sector zelf, bekend hoe zelfstandige klinieken voor medisch specialistische zorg zijn georganiseerd en hoe zij van kapitaal worden voorzien. Daarbij is geen sprake van een omzeiling of ontduiking van het wettelijke verbod op een winstoogmerk, zoals is vastgelegd op grond van de Wet toelating zorginstellingen (‘WTZi’).

Om het winstuitdelingsverbod in de ziekenhuiszorg goed te begrijpen, moet worden gekeken naar de totstandkomingsgeschiedenis daarvan. In de toelichting bij de invoering van het Uitvoeringsbesluit WTZi, waarin dit verbod is opgenomen, werd over het doel van het winstuitdelingsverbod opgemerkt:
“Het kabinet hanteert nu en in de toekomst het beleidsuitgangspunt dat economische waarde die is opgebouwd in een door overheidsregels gecreëerde omgeving met weinig risico's, niet mag ‘weglekken’ naar commerciële partijen.”

Dit uitgangspunt bestond ook al onder de voorganger van de WTZi, de Wet ziekenhuisvoorzieningen (‘WZV’), die nog was gebaseerd op een gesloten stelsel van door de overheid aangewezen zorginstellingen (oftewel aanbodsturing). In 1998 werd de Regeling zelfstandige behandelcentra van kracht, op grond waarvan ook private partijen konden toetreden tot de markt voor medisch specialistische zorg, de zogenoemde zelfstandige behandelcentra (‘ZBC’s’). Ook deze ZBC's dienden te voldoen aan het winstuitdelingsverbod. Naar aanleiding van de praktische inrichting van veel ZBC's rezen toen dezelfde vragen als nu, 20 jaar later. Destijds is de onrust daarover bezworen door een brief van de minister van VWS aan de Tweede Kamer van 31 oktober 2003, waarin over deze kwestie het volgende werd opgemerkt:
“Het komt voor dat behandelcentra werkzaamheden uitbesteden aan onderaannemers (medisch specialisten) die wel werkzaam zijn binnen een winst beogende rechtspersoon, bijvoorbeeld een B.V. De onderaannemers declareren hun werkzaamheden bij het behandelcentrum (dat zelf dus geen winst mag maken). […]
De medische handelingen worden, zowel in behandelcentra als in ziekenhuizen, verricht door medisch specialisten. Binnen de ziekenhuizen maakt het merendeel van de specialisten deel uit van maatschappen, zelfstandige samenwerkingsverbanden van twee of meer personen. Het inkomen van de specialisten hangt af van de winst van de maatschap. Ook hier wordt dus “winst” gemaakt. Winst in de ziekenhuiszorg is dan ook minder bijzonder dan het lijkt.”

Een verbod op winst in de ziekenhuiszorg als zodanig bestaat dus niet. Waar het om gaat is dat het vermogen van de in het verleden door de overheid met publieke middelen gefinancierde ziekenhuizen niet in private zakken verdwijnt. Dat wordt met het winstuitdelingsverbod gewaarborgd. De situatie bij de privaat gefinancierde ZBC's is in dit opzicht echter anders.

Daarbij komt dat de tarieven die per saldo door patiënten en zorgverzekeraars aan ZBC's worden voldaan vrijwel altijd lager zijn dan de tarieven voor diezelfde behandelingen die aan ziekenhuizen worden voldaan. De organisatie van ZBC's, met gebruikmaking van alle voorkomende BV-constructies, leidt in de praktijk dus niet tot hogere tarieven in de zorg. Naast de wettelijke tariefregulering door de Nederlandse Zorgautoriteit geldt op grond van de wet bovendien dat zorgverzekeraars aan zorgaanbieders geen kosten mogen vergoeden die “hoger zijn dan in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend is te achten”.

Al met al bestaan er zo in de ziekenhuiszorg diverse wettelijke waarborgen tegen maatschappelijk ongewenste zorgtarieven.

Top