Finance

NZa bezorgd over toename niet-gecontracteerde wijkverpleging

NZa bezorgd over toename niet-gecontracteerde wijkverpleging

Zorgverzekeraars en zorgaanbieders houden in de contracten voor wijkverpleging nog te weinig rekening met de steeds complexer wordende zorgvragen. Tarieven worden gebaseerd op gegevens uit het verleden, terwijl die tarieven niet altijd toereikend zijn. Ook neemt het aandeel aanbieders dat bewust met minstens één zorgverzekeraar geen contract aangaat toe, van 12 procent in 2017 tot 19 procent in 2018.

Dit signaleert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in de 'Monitor contractering wijkverpleging'.

Het totaal aan gecontracteerde en niet-gecontracteerde wijkverpleegkundige zorg en pgb is in 2018 ongeveer 3,5 miljard euro. Dit is zo’n 200 miljoen euro meer dan in 2017, vooral door de toename van ongecontracteerde zorg. Uit recent onderzoek van het ministerie van VWS blijkt dat de relatief hoge kosten van niet-gecontracteerde zorg waarschijnlijk worden veroorzaakt door een minder doelmatige personeelsinzet.

De NZa noemt het "onwenselijk" dat steeds meer zorgaanbieders van wijkverpleging bewust geen contract afsluiten met één of meer zorgverzekeraars. "Wij vinden dit geen goede ontwikkeling", stelt de NZa. "In een contract tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar kunnen naast afspraken over de kosten ook afspraken over de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg worden gemaakt. Dit komt de patiënt ten goede." De NZa zegt de mogelijkheden te bekijken om met haar regelgeving en toezicht het afsluiten van contracten te stimuleren. Daarnaast werkt de Zorgautoriteit aan een nieuw bekostigingssysteem voor de wijkverpleging dat tot passende tarieven moet leiden.

Integrale tarieven

Zorgverzekeraars en aanbieders zetten in hun contracten voor de wijkverpleging ten opzichte van vorig jaar nog meer in op integrale tarieven. Slechts 2 procent van de contracten is nog op basis van de reguliere prestaties. Het belangrijkste doel van het integrale tarief, een daling van de administratieve last voor de wijkverpleegkundige door de verantwoording voor rechtmatige declaratie te vereenvoudigen, lijkt echter niet te worden behaald. Hier ligt volgens de NZa een taak voor partijen zelf, "want zij kunnen de administratieve lasten van de declaratie zelf verminderen".

Zorgverzekeraars baseren hun tarieven vooral op de historische productmix en soms ook op een doelmatigheidsscore, constateert de NZa. "Met een toenemende zorgvraag die steeds complexer wordt, zal een tarief gebaseerd op het verleden niet altijd toereikend zijn. Wij zien hier een risico voor de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg." Zorgaanbieders bieden zorgverzekeraars op hun beurt te weinig inzicht in de zorg die zij leveren. Dat maakt het lastig om tot passende tarieven te komen, aldus de Zorgautoriteit.

Bijcontractering

Ook het proces van bijcontractering verloopt niet altijd even soepel, ziet de NZa. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders gaan hierover met elkaar in gesprek als het budget gedurende het jaar op raakt. Dit gebeurt steeds eerder in het jaar, zo blijkt uit de monitor. Een kwart van de aanbieders heeft in 2017 cliëntenstops afgegeven, met als belangrijkste oorzaak het soms moeizame proces van bijcontractering. De NZa denkt dat zorgverzekeraars en zorgaanbieders het bijcontracteringsproces met goede afspraken kunnen verbeteren. "Wij zien verder dat zorgverzekeraars en zorgaanbieders in het algemeen nog meer kunnen doen om voor elkaars vragen bereikbaar te zijn. Ook zien wij dat zorgverzekeraars en aanbieders elkaar meer zekerheid kunnen bieden bij een eventueel verzoek tot bijcontractering." Het gaat dan onder meer over de afhandeltermijn en de bereikte doelmatigheid.

In de contractering van wijkverpleging gaat volgens de NZa ook veel goed. Wanneer zorgverzekeraars en zorgaanbieders samen afspraken maken krijgt de patiënt uiteindelijk betere zorg, aldus de Zorgautoriteit. Zorgverzekeraars regelen bijvoorbeeld achtervang voor kinderen die ernstig ziek zijn en thuis verpleging nodig hebben. Als er wachtlijsten ontstaan voor deze medische kindzorg thuis zorgt de zorgverzekeraar dat deze patiënten door een andere aanbieder kunnen worden geholpen. Zonder contractafspraken was dit niet gelukt, aldus de NZa. Daarnaast organiseren zorgverzekeraars met gecontracteerde aanbieders de niet planbare zorg in de regio’s.

Kostprijsverhogend

ActiZ laat weten zich net als NZa zorgen te maken over de grotendeels op het verleden gebaseerde tarieven in de wijkverpleging. "Dit klemt des te meer aangezien bij meer dan de helft van de aanbieders 'externe kostprijsverhogende ontwikkelingen' geen onderwerp van gesprek zijn geweest tijdens het inkoopproces", aldus de vereniging van werkgevers in de vvt in een reactie op het NZa-rapport. Hierover zouden in 2017 wel afspraken zijn gemaakt.

Herkenbaar, zo noemt Actiz de uitkomsten van het rapport. "Niet voor niets is het kunnen voeren van een marktconform arbeidsvoorwaardenbeleid een belangrijk punt in de lopende gesprekken over een hoofdlijnenakkoord voor de wijkverpleging. Wij zijn van mening dat cao-ontwikkelingen één op één door vertaald moeten worden in de gecontracteerde tarieven", stelt bestuurslid ActiZ Jeroen van den Oever. "In de wijkverpleging dreigt een personeelstekort. Alleen met voldoende gekwalificeerde medewerkers kunnen wij tegemoetkomen aan de vraag van de groeiende groep mensen die thuis zorg nodig heeft."

Niet-gecontracteerde wijkverpleging

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) maakt zich op haar beurt zorgen over het stijgend aantal zorgaanbieders dat bewust geen contract wil afsluiten. "Het is lastig om te beoordelen wat de toename van niet-gecontracteerde wijkverpleging precies betekent", reageert ZN. "Wel lijkt niet-gecontracteerde zorg de weg van de minste weerstand te worden, omdat het gebrek aan basale uitgangspunten voor goede wijkverpleegkundige zorg het maken van (meerjarige) contractafspraken bemoeilijkt. Zorgverzekeraars gaan graag het gesprek aan over het versneld professionaliseren van de sector en het verbeteren van duurzame contractrelaties."

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Wanne van Dorst

1 mei 2018

"Integraal tarief" betekent nog steeds belonen op prestaties, alleen is het nu 1 tarief voor álle prestaties. Dat maakt dat je minder snel een dure kracht inzet, wat jammer is want daardoor wordt er soms te lang doorgemodderd. ZN mag de hand in eigen boezem steken en eens werken aan een betere manier van bekostigen dan uurtjefactuurtje met een omzetplafond. En zó ingewikkeld én elk jaar aanbesteden. Geen wonder dat aanbieders geen contract meer willen.

Anton Maes

1 mei 2018

Alleen een goed onderzoek helpt ons verder. En dan bedoel ik niet het onderzoek waarin de minister in zijn Kamerbrief over sprak. Verder in mijn blog: http://zorgenstelsel.nl/analyse-niet-gecontracteerde-zorg-nodig-voor-goede-zorgrelatie-2/

Top