Finance

84 Procent ggz-instellingen vraagt bijcontractering

84 Procent ggz-instellingen vraagt bijcontractering

Maar liefst 84 procent van de instellingen heeft bij een of meer verzekeraars een verzoek tot bijcontractering gedaan in 2018. Aanbieders willen dat bijcontracteren in het jaar na de gemaakte kosten mogelijk wordt. Dat concludeert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in de Monitor zorginkoop voor de ggz.

Verschillende instellingen geven aan dat de lange doorlooptijd van dbc’s maakt dat zorgkosten voor 2018 soms pas ver in 2019 gedeclareerd worden. Daardoor worden de daadwerkelijke kosten ook pas laat inzichtelijk. Het bereiken van het omzetplafond wordt daardoor soms pas in het volgende jaar duidelijk. Aanbieders zien daarom graag dat bijcontracteren in het jaar erna nog mogelijk is. Dat blijkt uit de eerste Monitor zorginkoop voor de ggz die de NZa heeft gepubliceerd.

Bijcontracteren

De zorgverzekeraar kan extra zorg bij de zorgaanbieder inkopen, bijcontracteren. Ook kan de verzekeraar er voor kiezen de wachtenden bij een andere gecontracteerde zorgaanbieder onderbrengen. Van alle aanbieders die bijcontractering hebben aangevraagd voor 2018, heeft 68 procent een afwijzing ontvangen. Voor deze monitor is niet onderzocht wat de redenen van afwijzing waren. Wat in ieder geval opvalt, is dat de helft van de zorgaanbieders zegt dat de ontvangen afwijzingen niet onderbouwd waren. Echter, 6 van de 7 zorgverzekeraars geeft aan afwijzingen altijd te onderbouwen. In de volgende monitor zal de NZa deze discrepantie verder onderzoeken.

Redenen voor bijcontractering

Bij instellingen geeft 88 procent aan dat het bereiken van het omzetplafond een belangrijke reden is voor het aanvragen van bijcontractering. Bij 58 procent spelen ook gewijzigde afspraken over gemiddelde prijs een rol. Het gaat dan bijvoorbeeld over een zwaardere patiëntenpopulatie. Het terugdringen van de wachtlijsten wordt door 15 procent genoemd als reden voor bijcontractering.

Onder vrijgevestigde zorgaanbieders was het percentage dat bij een of meer verzekeraars een verzoek tot bijcontractering maar 30 procent. Waarom is niet duidelijk. De NZa hoopt in een volgende monitor hier meer inzicht in te kunnen geven. Wel geeft deze 30 procent voornamelijk als reden voor bijcontractering het omzetplafond aan.  

De NZa stelt dat omzetplafonds alleen verruimd dienen te worden als daardoor daadwerkelijk extra patiënten geholpen worden, die anders op een wachtlijst komen te staan. Daarbij moet de zorgaanbieder bereid en in staat zijn om extra patiënten te behandelen.

Afspraken Hoofdlijnenakkoord

Zorgverzekeraars dienen heldere en reële afhandelingstermijnen te stellen en tijdig te reageren op verzoeken tot bijcontractering. Dat is zo afgesproken in het Hoofdlijnenakkoord. De termijn tussen het officiële verzoek en het definitieve besluit was bij de meeste verzekeraars naar eigen zeggen echter niet opgenomen in het beleid. Uit de monitor blijkt dat het 1 tot 3 maanden duurt voordat de zorgverzekeraar een beslissing neemt op de aanvraag tot bijcontractering.

In het Hoofdlijnenakkoord is ook afgesproken dat zorgaanbieders een aanvraag tot bijcontractering altijd moeten onderbouwen. Niet alle zorgverzekeraars communiceert met aanbieders welke specifieke gegevens aangeleverd moeten worden voor bijcontractering. Dit leidt tot onduidelijkheid bij aanbieders.

Verbeteren proces bijcontracteren

Het proces van bijcontractering kan dan ook verbeterd worden, signaleert de NZa in de monitor. Zorgverzekeraars kunnen beter communiceren over officiële reactietermijnen, criteria voor bijcontracteren en welke gegevens zorgaanbieders hiervoor moeten aanleveren. Wanneer hier duidelijker over wordt gecommuniceerd, kunnen aanbieders in één keer de aanvraag goed indienen. Dit leidt weer tot minder administratieve lasten, voor beide partijen.

De NZa adviseert zorgverzekeraars sneller dan 1 tot 3 maanden te reageren op verzoeken tot bijcontractering. Hiervoor zouden verzekeraars een officiële reactietermijn in het beleid moeten opnemen. Daarmee ontstaat er ook een prikkel bij de zorgverzekeraar om vóór een bepaalde datum een uitspraak te doen. De NZa ziet daarnaast graag dat het beleid rondom bijcontractering tegelijk met het inkoopbeleid wordt gepubliceerd, in plaats van gedurende het jaar.

Nulmeting

De monitor vormt een nulmeting. De NZa wil de monitor jaarlijks herhalen gedurende de looptijd van het Hoofdlijnenakkoord. Hierin zijn maatregelen afgesproken door de partijen, waarmee contractering verbeterd wordt. De monitor zorginkoop brengt het inkoopproces in kaart en geeft handvatten voor het contracteerproces. Volgens de NZa zetten ze zich in om actief zorgaanbieders te benaderen, differentiatie in tarieven te creëren en administratieve lasten voor gecontracteerde zorg te verlagen. Ook zetten ze zich in om het contracteerproces te vereenvoudigen. De NZa hoopt in de volgende monitoren het effect van deze maatregelen in kaart te brengen.

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top