ACTUEEL

Praktijkvariatie blijkt onverklaarbaar groot

Praktijkvariatie blijkt onverklaarbaar groot

Er zijn in Nederland aanzienlijke regionale verschillen tussen het aantal operaties dat ziekenhuizen uitvoeren bij dezelfde aandoening. Dat blijkt uit een onderzoek van Vektis en Plexus in opdracht van Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

Voor het eerst is voor twaalf veel voorkomende aandoeningen gekeken naar hoe vaak artsen overgaan tot een operatieve ingreep. Het blijkt dat operaties in een bepaalde regio soms 2 tot 5,5 keer vaker voorkomen dan elders in het land. Het is niet duidelijk waarom artsen in het ene ziekenhuis eerder besluiten tot opereren, terwijl behandelaars in een ander ziekenhuis juist terughoudend zijn met de ingreep.

Kwaliteit

Praktijkvariatie kan duiden op over- of onderbehandeling en daarom is er vaak een directe relatie met de kwaliteit van de geleverde zorg. Voor ZN reden om met de medisch specialisten in gesprek te gaan om te kijken hoe ze gezamenlijk de praktijkvariatie kunnen verminderen.

Operaties

Van de twaalf aandoeningen zijn de grootste regionale verschillen te vinden bij operaties in het geval van rughernia, spataderen, vaatvernauwing in de benen, beknelde polszenuw en goedaardige prostaatvergroting. Zo is bijvoorbeeld de kans op een operatieve ingreep bij spataderen in de kop van Noord-Holland bijna drie keer groter dan in de Achterhoek. Bij rughernia opereren sommige ziekenhuizen 5,5 keer vaker dan elders. Bij de operatieve behandeling van staar, galstenen, halsslagadervernauwing, heup- en knievervanging, liesbreuk en het knippen van amandelen is het verschil kleiner. Daar voeren artsen in sommige regio’s ongeveer twee keer zo veel operaties uit als in andere regio’s.

5 Reacties

om een reactie achter te laten

D.Post

4 augustus 2011

In de jaren '80 en '90 deed ik uitgebreid onderzoek naar de interdoktervariatie. De verschillen waren in die tijd even groot en hier en daar nog groter. In ons rapport "Hier meer, daar minder..." tonen we aan dat baarmoederoperaties in het ene gebied 3 maal zoveel werden uitgevoerd dan in het andere. Bij chirurgie is die factor 4 maal, septumcorrecties werden in het ene ziekenhuis 7 maal vaker uitgevoerd dan in het andere.
Overigens vond ik de grote variatie ook bij de husiartsen waarbij voor antibiotica de hoogste praktijk 20 maal zoveel voorschreef dan de laagste. Bij de benzodiazepines was die factor 10 maal.
Er is dus niets nieuws onder de zon. Vaststellen is één maar corrigeren is het andere.
Teveel doen geeft meer iatrogene schade en ik beschreef dat destijds in mijn boek "Iatrogene ziekten". Ik heb toen de stelling ontwikkeld dat de prognose voor een patient niet alleen afhankelijk is van zijn ziekte maar vooral ook van de dokter die hij treft.

Anoniem

4 augustus 2011

@ D. Post. Inderdaad vaststellen is een en corrigeren is iets heel anders. Juist daarom is het interessant om te zien wie de opdrachtgever is. Ik vermoed dat jij in opdracht van de overheid of op basis van wetenschappelijke onderzoeksgelden hebt gewerkt.

Deze opdrachtgever is niet geïnteresseerd in de uitkomst als ze niet dachten dat zij zelf of haar leden hier ook wat aan kunnen doen. Of dat lukt zal moeten blijken, maar ze hebben in ieder geval een groot belang en veel macht. En vergeet niet dat de verzekeraars de inkoopmacht van de apothekers hebben weten te breken waar de overheid jaar in jaar uit faalde. Dit is dus een interessante ontwikkeling.

Anoniem

4 augustus 2011

Dat het variieert krijgt pas betekenis als het succespercentage ook bekend is. Zonder dat gegeven wordt het een oeverloze discussie waarbij verzekeraars -terecht- alleen maar kijken naar debijbehorende schadelast.

ANH Jansen

4 augustus 2011

Zoals altijd is zelf lezen van het rapport aan te raden.

Praktijkvariatie speelt wereldwijd. Ook in landen waar de medisch specialisten in loondienst zijn en geen financiele prikkel hebben om maar los te opereren om maar meer inkomsten te verwerven. De Orde gaat hier wel op in en geeft de financiele prikkel wel als mogelijke verklaring voor de praktijkvariatie. Dat is vragen om problemen.

Plexus en Vektis doen immers zeer forse aannames en erkennen dat zelf ook. Na overlegging van de conceptversie zijn er vele aanpassingen gedaan omdat de onderzoekers wat over het hoofd hadden gezien.
Insteek van ZN, de opdrachtgever, is kostenverlaging. Gaat niet werken. Stelling in rapport is immers dat er sprake is van onderbehandeling en overbehandeling. Gemiddeld is de geleverde zorg "doelmatig".

Men gaat uit van aangeleverde data uit totaal verschillende bronnen en die worden samengevoegd.

Dat is vragen om problemen. Men werkt met statistieken.

Praktijkvariatie bestaat gewoon. Ook in beide grootste groepspraktijken in de USA, Cleveland en Mayo Clinic wordt er voortdurend strijd geleverd om gelijke kwaliteit en volgens richtlijnen te werken. Zoveel mogelijk standaardiseren. Is allemaal niet vanzelfsprekend gezien de aard van het werk.

Een constant muterend organisme en de voordurende kennisontwikkeling, alle zorgverleners werken met de kennis van nu en die is morgen al verouderd, maakt praktijkvariatie onvermijdelijk. De mate waarin is een onderzoek waard.

Vervolgens open en bloot alles transparant maken; harde uitkomsten en laat de patiënt zelf maar kiezen. Dan zul je zien hoe het gaat met de praktijkvariatie.

merhai

15 augustus 2011

Dergelijke onderzoeken roepen altijd meer vragen op dan antwoorden.
Zou het kunnen dat ook hier geldt dat de opdrachtgever bepaald?
Hoeveel premiegeld kost een dergelijk onderzoek?
Is de technische opzet van het onderzoek adequaat?
Is het mogelijk om maatwerk te leveren aan onze patienten en ook te standaardiseren?
Hoe is de mix van zekere en onzekere variabelen bij het maken van een diagnose-behandeltraject?
Hoeveel invloed mag een zorgverzekeraar, als profit organisatie, hebben op het primaire patientenproces? Hebben zij of Plexus daar voldoende kennis voor?

Top