Artikel

Pieter Hasekamp

Pieter Hasekamp(1965) is sinds 1 januari 2008 algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Eerder werkte hij in verschillende functies op het ministerie van Financiën en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Als directeur Zorgverzekeringen bij VWS was hij nauw betrokken bij de invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet in 2006.

Opleiding en nevenfuncties

Hasekamp studeerde algemene economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en promoveerde aan het European University Institute in Florence, Italië. Zijn proefschrift, “Essays on the Credibility of Economic Policy”, gaat over de rol van vertrouwen en reputatie in het economisch beleid. Pieter Hasekamp bekleedt een aantal toezichthoudende functies op het terrein van zorg en verzekeringen, onder meer als commissaris bij het CAK en de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden (NHT) en als bestuurslid van het Revalidatiefonds.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Gerrit Zwart

17 mei 2010

Inleiding:

Het Zwarte Gat is een cliëntgestuurd kennisnetwerk dat verrezen is uit het moedernetwerk van de gezamenlijke cliëntenraden uit de verslavingszorg. Het Zwarte Gat neemt het initiatief om het perspectief op maatschappelijk herstel voor cliënten in de verslavingszorg te vergroten. Het net¬werk bestaat uit ervaringsdeskundigen die allemaal een achtergrond in cliëntenraden hebben.

Primair staat denken en doen vanuit netwerken. (Ervaring, s)Kennis is de grondstof, wederzijdse aantrekkelijkheid het bindmiddel. Het opbouwen van nieuwe kennis door deze te delen met pro¬fessionals, onderzoekers en beleidsmakers en meerdere netwerken en vorm geven aan nieuwe praktijken.

De basis voor deze aanpak is in gelegd in de verslavingsweekenden van de gezamenlijke Neder¬landse VZ cliëntenraden.

Samen met verschillende bij de innovatie van Zorg voor Verslaafden betrokken partijen zullen we , onder regie van ervaringsdeskundige cliënten, de komende jaren richting geven aan:

• betekenis geven aan het begrip verslavingservaringsdeskundigheid

• het ontwikkelen van op herstel georiënteerde systemen in de VZ

(Ervaring, s)Kennis als grondstof, wederzijdse aantrekkelijkheid als bindmiddel. Het opbouwen van nieuwe kennis door deling met professionals, onderzoekers en beleidsmakers. Vorm geven aan nieuwe praktijken



De partijen, die zich via de netwerkaanpak van het Zwarte Gat hieraan verbonden hebben, zijn:

Lectoraat Rehabilitatie Hanze Hogeschool Groningen, Lies Korevaar.

VU, metamedica, EMGO, Guy Widdershoven/ Tineke Abma, Arnold van Elteren.

OdysseeMaastricht, Kirsten Lammers

Scool of social Works Inholland: Hans-Jan kuipers

Lectoraat OGGZ, Hanze Hogeschool Groningen, Gert Schout.

En natuurlijk de raden van bestuur van 15 verslavingszorg instellingen











Onze Visie

Een mens met verslavingsproblemen is meer dan zijn verslaving, zijn somatische, psychische (en/of psychiatrische), sociale, relationele, arbeidsgerelateerde en of justitiële problematiek. Een cliënt met verslavingsproblemen is zelfs meer dan een optelsom van dit alles. De stichting het Zwarte Gat vindt dat een cliënt in de eerste én op de laatste plaats mens is!

• Wij vinden dat de inzet van ervaringsdeskundigheid een noodzakelijke voorwaarde is om werkelijk op herstel georiënteerde systemen te ontwikkelen.

• Wij vinden dat de verslavingszorg, samen met haar cliënten, haar koers moet verleggen naar een meer cliëntgerichte benadering van verslavingsproblematiek.

• Wij vinden dat het vergroten van perspectief op maatschappelijk herstel het uitgangspunt moet zijn bij het vormgeven van Zorg voor Verslaafden.

• Wij vinden dat voor, tijdens en na de behandeling de individuele kracht van de verslaafde de basis vormt van zijn herstel

Onze missie

De verslavingszorg zal haar koers verleggen naar een Zorg voor Verslaafden’.

Het netwerk Het Zwarte Gat zal kennisontwikkeling en kennisdeling met betrekking op de versla¬vingszorg stimuleren. Het doel is om (via proeftuinen) op herstel georiënteerd systemen, waarin de cliënt centraal staat, te ontwikkelen.



Verslavingservaringskennis, de ‘stille’bron van kennis, moet worden ontwikkeld tot een volwaar¬dige kennisbron.

Specifieke ervaringsdeskundigheid vanuit verslavingsperspectief zal op ons initiatief worden ge¬bundeld en verspreid. Proeftuinen zullen worden opgezet, uitgetest en bij succes elders worden geïmplementeerd. Onderzoek op initiatief van het netwerk zal zorgdragen voor ‘de zorg voor ver¬slaafden’. Alle bij de Zorg voor Verslaafden betrokken partijen moeten intensiever gebruik kunnen maken van verslavingservaringskennis: de instelling voor Verslavingszorg, maar ook alle andere spelers in het maatschappelijke veld, die een rol kunnen betekenen bij het herstel van verslaaf¬den. Cliënten in de Verslavingszorg moeten in de nabije toekomst hun eigen realistische doelen ten aanzien van hun maatschappelijk herstel kunnen bereiken. Cliënten worden die hun verslaving aanpakken, zelf bepalen welke betekenis ze aan hun problemen geven, hoe ze met hun proble¬men omgaan, hoe ze hun leven weer willen opbouwen en welke hulp ze daarbij nodig hebben. Hulpverleners, ervaringswerkers, andere stakeholders en de cliënt zullen, op basis van evenwaar¬digheid, samenwerken om vorm te geven aan een individueel herstelplan. De zorg zal zijn focus verleggen van de beperking van de cliënt (verslaving), naar zijn individuele mogelijkheden als mens.



Het Zwarte Gat zal de komende jaren als een katalysator deze noodzakelijke cultuuromslag in de Verslavingszorg versnellen.





Onze doelen

De deelnemers van Stichting het Zwarte Gat en hun samenwerkingspartners willen de komende vier jaar de volgende doelen realiseren:

• afname recidive van cliënten in de Verslavingszorg.

• 20 % ervaringsdeskundigen werkzaam in Verslavingszorg.

• 60 nieuwe cliëntgestuurde projecten in Verslavingszorg.

• Stimuleren (wetenschappelijk) onderzoek naar ervaringskennis en publicatie standaard¬werk over verslavingservaringsdeskundigheid

• Het opzetten van proeftuinen om deze doelen te realiseren.

Netwerken als kennisgenerator



Een ding staat vast: waar de vorm aan kracht inboet neemt de beweeglijkheid toe. Netwerken als de opkomende theorie van de handelende personen is hier een goed voorbeeld van. Het maakt een nieuwe kijk op de organisatorische kant van de samenleving zichtbaar. Een samenleving waar onderstromen altijd een rol spelen. Als onderstromen aan de oppervlakte komen zorgen ze voor woeling en beweging. Zo ook met netwerken. Onvoorspelbaar, turbulent, soms chaotisch soms zeer geordend, vaak van richting veranderend, nieuwe wegen zoekend.



Nieuw concept

Sommigen stellen zich al de vraag of de tijd rijp is voor een verandering naar een nieuw concept dat zich richt op organisatorische en functionele innovatie. Een omwenteling naar niet méér van het zelfde. Naar evidence based werken wat legitimatie verschaft en effectiviteit bevordert, vol¬gens hun aanhangers. Eraan voorbijgaand dat evidence werken leunt op naast beschreven, sto¬chastisch ingestoken onderzoek leunt op twee subjectieve bronnen, professionele kennis en erva¬ringskennis. Een omwenteling met oplossingen die nauwelijks verrijken, voorbijgaan aan het alle¬daagse, niet aanpakken wat zich feitelijk voordoet. Gevat in - als dan - redeneringen, de voorba¬rige neiging om te definiëren.

Dit alles komt in kennisnetwerken in een ander daglicht te staan. Verwonderd raken,zoeken naar verbinding, anders denken met een andere bril zorgen voor een nieuwe organische ordening. Een andere positionering en constante verandering zijn de opkomende (emergente ) verschijnselen. In tegenstelling tot klassieke oorzaak- gevolg aanpakken:wordt effectiviteit verzekerd als de betref¬fende kennis ware beweringen oplevert gecombineerd met de relatie tussen de interventies en hun maatschappelijke effecten. In en buiten ons netwerk zo met elkaar omgaan dat er ruimte blijft voor nieuwe visies op het probleem en voor veranderde verhoudingen tussen partijen. Het proces van interactie staat dus centraal, niet de (technische) oplossing van het herstel

Kennis als subjectief gegeven

In de wereld van netwerken regeert echter subjectiviteit, verbinding en beweging. Daardoor zijn veel werelden tegelijk ’waar’. Zeggenschap is dan ook democratisch verdeeld. Er is géén bepa¬lende centrale actor. De kunst van het aanpassen aan elkaar en organisaties. Het (mee)veranderen en meebewegen is hier aan de orde. Kennis is van iedereen en iedereen bezit kennis. De kennis die het beste in staat is om zich aan de omstandigheden aan te passen en omgekeerd de omstandigheden weet te beïnvloeden is effectief.

de rol van kennis is in de loop van de jaren behoorlijk veranderd , evenals de dominante gedach¬tegangen over leren. Een verloop van pragmatisme via constructivisme naar een leertheorie ge¬stoeld op een mix biologische en fenomenologische principes/ We staan aan het begin van het tijdperk van - embodied cognition -. Waarin (neurale) netwerken, connectivisme en zelfvoortbren¬ging(=autopoiesis) de centrale mechanismen zijn.









Drie kennisbronnen

a) A) Evidence, onderzoeksresultaten over de werkzaamheid van interventies;meestal monodisciplinair samengesteld

B) Expertise van professionals,

klinische inzichten die uitgekristalliseerd zijn bij zorgprofessionals na jarenlange behan¬delcontacten met cliënten;

C) Ervaringskennis/Expertise van patiënten/consumenten over:

1e De aandoening.

2e Het systeem waarin deze aandoening behandelt , c.q. tot een dragelijke vorm van chronische ziekte wordt gereduceerd, waarin de kwaliteit van leven vooropstaat.

3e de ideeën,projecten en werkwijzen waarin de gevolgen van de aandoening tot een ac¬ceptabele kwaliteit van leven leidt :

Kortom, de cognitie* waarin de wensen, voorkeuren, ervaringen en betekenisgeving van cliënten de hoofdrol spelen

*Cognitie is het proces waarmee kennis wordt verkregen over waarnemingen en ideeën.

Het is de manier waarop mensen informatie opnemen, zich bepaalde zaken herinneren, problemen oplossen, leren en beslissen.

Bij het begin van deze eeuw is in het denken over cognitie, dus ook over kennis en leren aan sterke verandering onderhevig

Netwerk cliëntenraden

Partners in het netwerk onderhouden goede duurzame netwerkrelaties om zicht te krijgen of te houden op nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld vanuit de omgeving of overheid), nieuwe part¬ners en/of veranderende vragen en behoeften van raadsleden, ervaringsdeskundigen, cliënten etc.. Indien relevant, zoekt de keten ook partners in aanpalende sectoren als welzijn, onderwijs of wonen. Nieuw ontwikkelde kennis in een keten moet ook haar weg kunnen vinden naar (nieuwe) opleidingen. In het licht hiervan zijn hogescholen en universiteiten interessante netwerkpartners.



Basisprincipes van ketenzorg

Zorgproces

Het zorgproces dat een cliënt doorloopt is het uitgangspunt voor de keten. Goede afspraken over wie wat doet en over beslis, coördinatie- en overdrachtsmomenten in de keten voorkomen hiaten en overlap. De afspraken zijn helder vastgelegd.

Indicatoren

De partners spreken indicatoren af die toetsen of de dienstverlening de beoogde doelen, kwaliteit en veiligheid haalt.

Vertrouwen

Tussen de partners in de keten geldt vertrouwen. Vertrouwen vereist kennis van en begrip voor elkaar, duidelijke afspraken en het aanspreekbaar zijn op het nakomen van deze afspraken evenals open communicatie over nieuwe kansen en knelpunten.

Kennis delen

In de keten wordt kennis gedeeld in gemeenschappelijke leeromgevingen of ontmoetingen en wordt geïnvesteerd in nieuwe kennis en competenties van patiënten en professionals.

Informatie-uitwisseling

De keten maakt afspraken over het doel van informatie-uitwisseling en welke informatie wordt uitgewisseld door wie. In het geval van digitale informatie-uitwisseling

spreken we van keteninformatisering.

Innovatie

Er wordt geïnvesteerd in nieuwe toepassingen en methodieken.Deze innovaties vinden in eerste instantie in een pilotvorm plaats, met implementatie in de hele keten voor ogen. Voor experimen¬ten is veel ruimte. Ervaringsdeskundigen en professionals met creatieve of innovatieve ideeën krijgen faciliteiten om hun ideeën uit te voeren.

Bezieling

Essentiële keuzes maken in de keten vraagt om de inzet van sleutelfiguren. Sleutelfiguren zijn personen met visie, durf en kennis van de praktijk. Zij kunnen vaak scherp verwoorden wat de keten nodig heeft. Bezieling ontstaat ook door een keertje samen iets heel anders doen!

Creatief met kaders

De randvoorwaarden voor ketenzorg zijn momenteel niet optimaal. Toch liggen er vaak voldoende mogelijkheden binnen de bestaande kaders en in experimenten. Er zijn met name kansen voor verbeterpunten waar mensen enthousiast van worden. Enthousiasme werkt aanstekelijk. Elke nieuwe kans vraagt wel om een gezamenlijke aanpak en het vroegtijdig betrekken van financiers en opdrachtgevers.

Eigen rol kennen

Om goed te functioneren in de keten, is het behulpzaam de eigen rol te verhelderen en te explici¬teren. Hebben partners meerdere rollen? Kijk dan of deze niet conflicteren en of de benodigde rollen goed over de ketenpartners verdeeld zijn.

Patiëntgerichtheid en empowerment en zelfmanagement

Ketenzorg richt zich op meer samenhang voor patiënt en professional en ervaringsdeskundige. De keten betrekt patiënten niet alleen in de opstartfase van de ketensamenwerking, maar heeft ook een methode om regelmatig feedback van patiënten te vragen. empowerment speelt een belang¬rijke rol: er wordt in hoge mate houden rekening gehouden met rekening gehouden met de eigen kracht van

Patiënten en het stimuleren van zelfmanagement. of nog beter vanuit herstel denken zal het hoofdaccent hierop liggen en dan pas de professionele bemoeienis om de hoek komen kijken

Sturing

De keten maakt heldere afspraken over wie opdrachtnemer/hoofdaannemer is, wie de prestaties van de keten monitor,t,waar besluiten genomen worden en aan wie verantwoording wordt afge¬legd als opdrachtgever van de keten. Van belang hierbij zijn (locale) cliëntengroepen( hoeft niet de Clientenraad te zijn). Eveneens is het van belang dat de consequenties van de samenwerking inzichtelijk worden gemaakt en besproken.







Handvest Maastricht Raamovereenkomst

Van de cliëntenraden en bestuurders van :







Opgemaakt op in Maastricht: Wordt dus ondertekend op 21 mei 2010 te Amersfoort en aangeboden aan Marleen Barth Voorzitter GGZ Nederland

De cliëntenraden en bestuurders komen overeen op 21 mei 2010 dat op het terrein van:

1 Herstel*:

Van begin tot eind de herstelaanpak als uitgangspunt hanteren; gericht op:

- maatschappelijk herstel en

- kwaliteit van leven

Ervaringskennis: •Ervaringskennis is de erkende, derde kennisbron, naast de wetenschappelijke en professionele kennis, en deze is voorwaarde voor de inrichting en uitvoering van herstel

Proeftuin: In de proeftuin worden praktijken ontwikkeld waarin activiteiten en projecten ten dienste van herstel worden beproefd

• Voor het concept herstel, verwijzen wij naar de desbetreffende documenten van GGZ Nederland en Kennisnetwerk het Zwarte Gat.



Een gezamenlijke resultaatsverplichting wordt aangegaan. Deze verplichting houdt in dat:

- Ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid al datgene zal doen dat nodig is voor het realise¬ren van een nader af te spreken resultaat uitgedrukt in meetbare, kwantitatieve en de benodigde kwalitatieve doelen.

- De maximale looptijd voor het behalen van het resultaat is twee jaar en eindigt op21 mei 2012. Over uiterlijk 2 jaar zal het resultaat van de gezamenlijke inspanning bekend wor¬den gemaakt en gedeeld met alle deelnemende raden en bestuurders van deze raamover¬eenkomst.

- Er een gezamenlijke inspanningsverplichting is om eendrachtig financiers aan te trekken.

- De noodzakelijke monitoring en de systematische evaluatie (halfjaarlijks) zal worden opge¬zet en uitgevoerd onder regie van Kennisnetwerk het Zwarte Gat.

- Onder auspiciën van Kennisnetwerk het Zwarte Gat wordt onderzoek opgezet in het ka¬der van deze raamovereenkomst.

- De resultaten en innovatieve kennis zullen in een nader te bepalen vorm met de sector en de stakeholders gedeeld worden. Om zo de overgang naar herstelgericht werken binnen de kaders van het Kennisnetwerk het Zwarte Gat en GGZ Nederland duurzaam te realise¬ren.

- Het intellectueel eigendom van de resultaten van de raamovereenkomst berust niet exclu¬sief bij één van beide geledingen. Daar waar mogelijk zal de kennis in internationaal ver¬band worden verspreid.

Aldus opgemaakt en getekend op 21 mei 2010

Namens

netwerk directeuren verslavingszorg : Ruud Rutten (voorzitter)

Kennisnetwerk het Zwarte Gat: Jos oude Bos (voorzitter)



De proeftuinen:

Proeftuinen in de verslavingszorg zijn bedoeld om praktijken te ontwikkelen waarin activiteiten en projecten ten dienste van herstel worden beproefd. Zo luidt de tekst over proeftuinen uit het Handvest van Maastricht. Een overeenkomst tussen bestuurders van verslavings¬zorginstellingen, cliëntenraden en Kennisnetwerk Het Zwarte Gat. Hierin staat het concept herstel centraal. Herstel wordt gedefinieerd als het individueel proces, dat mensen met verslavingspro¬blemen aangaan, om weer meer controle te krijgen over het bereiken van realistische concrete doelen en zingeving in hun eigen leven. De behandeling is een onderdeel van het herstelproces bij cliënten die dit niet op eigen kracht kunnen realiseren. Herstel is een visie die nadere uitwerking behoeft. Het product ervan levert instrumenten, methodieken en bepaald leergedrag op

Het begrip maatschappelijk herstel wordt in de verslavingszorgcliënten beweging als verbijzonde¬ring gehanteerd en onderscheidt zich hiermee enigszins van de GGZ. In deze opvatting richt de het streven op (weer) een zo volwaardige mogelijke verwerven inde maatschappij, met nadruk op de gebieden wonen, werken , zingeving/welzijn. Bij maatschappelijk herstel is tevens inzet nodig van andere instellingen op deze leefgebieden. De verslavingszorg biedt niet alle zorg, begeleiding of ondersteuning zelf. In de overeenkomst, het handvest van Maastricht, staan de voorwaarden en doelen beschreven.

Het concept proeftuinen is nieuw voor de cliëntenbeweging, maar ook voor de sector versla¬vingszorg. Het idee is dat we met de drie kennisbronnen, ervaringskennis, professionele kennis en wetenschappelijk kennis innovaties op het terrein van maatschappelijk herstel kunt creëren. Hiertoe zijn bepaalde opvattingen over leren en kennis vereist die we in deze toelichting uit¬een proberen te zetten. Geïnspireerd door de visie -leren door te doen -. Afkomstig uit het sociaal constructivisme , dat is een stroming in de leertheorie die als belangrijkste uitgangspunt heeft mensen zelf betekenis verlenen aan hun omgeving en dat sociale processen hierbij een promi¬nente rol spelen. Kennis wordt door ieder mens op een eigen wijze geconstrueerd. Kennis wordt niet alleen individueel geconstrueerd, maar wordt ook steeds weer gespiegeld aan de opvattingen van anderen. Kennis komt tot stand door interpretatie van informatie. De werkbaarheid, van een theorie of aanpak bestaat daarin dat ze bevestigd wordt in de praktijk. Dus gericht op actie en verandering,. “Waarheid is wat werkt.”



Uitgangspunten en definities

Op de eerste plaats geven we de centrale gedachten weer over leren, zoals die ook in Resultaten Scoren zijn omarmd.[2] Kennistransfer is het creëren van actieve vormen van leren. Betrokkenen in het geval van proeftuinen kunnen dat professionals en studenten zijn, maar zeker ook erva¬ringsdeskundigen, kunnen in situaties gebracht worden waarin kenniscreatie voorop staat; proeftuinen als leerwerkplaats. Daarin kunnen betrokkenen een nieuwe bekwaamheid ver¬werven of nieuwe kennis ontwikkelen.

We willen de gedachten achter deze manier van leren graag verduidelijken, omdat ze het kader en het kompas vormen om herstel georiënteerde werkwijzen gestalte te geven. Deze gedachten vormen het fundament voor de innovatieve aanpak volgens het Kennisnetwerk Zwarte Gat. In de hoop dat ze niet verworden tot een serie mechanische technieken, maar daadwerkelijk beleefd worden. En ervoor zorgen dat er kennisopbouw plaatsvindt voor herstelgericht werken

We gaan in op wat kennis is , de consequentie daarvan voor leren, zoals beschreven door Kes¬sels en Smit. En in het daaropvolgende deel hoe kenniscreatie in de ogen van Nonaka en Tak¬euchi verloopt. Van impliciete kennis(Tacit) naar expliciet en vervolgens weer impliciet wordt.

Kennis als bekwaamheid; leren is bekwaam worden

In de huidige tijd speelt kennis een grote rol. Kennis is economisch van grote waarde, maar ook voor individuen om een bestaan op te bouwen en zich maatschappelijk te handhaven en beteke¬nis te geven aan het leven. Maar ook is kennis is nodig om nieuwe ontwikkelingen vorm te ge¬ven. Naast kwaliteit te verbeteren ook om problemen op te lossen. In ons geval om het vraagstuk maatschappelijk herstel met nieuwe kennis vorm te geven.

Het succes van organisaties, ook van netwerken, hangt in hoge mate af van het vermogen om kennis te delen en te verspreiden. Maar misschien wel nog meer om kennis te vernieuwen.

We hebben het dan over kennis als bekwaamheid (vermogens, vaardigheden); niet over traditio¬nele kennis in de zin van het beschikken over informatie (niet ‘weten’ maar ‘kunnen’).

Kennis zien als bekwaamheid klinkt vreemd, vooral omdat kennis tot voor kort meestal werd ge¬splitst in kennis, vaardigheden en attitude. In die driedeling heeft kennis de betekenis van weten of inzicht,

Het gaat dan bij kennis vooral om theorie. Vaardigheden en attituden zijn nodig om die theorie te kunnen toepassen.

Kennis zien als bekwaamheid zorgt ervoor dat weten en toepassen ook erbij betrokken raken. Leren wordt dan, veel meer dan vroeger, een proces van bekwaam worden

Deze opvatting over kennis als vermogen heeft grote gevolgen voor het toepassen van kennisme¬thoden/leermethoden.

kennis los van mensen bestaat niet

Want kennis als vermogen zien betekent allereerst dat kennis verankerd is in mensen. Als kennis losgemaakt wordt van mensen raken we de essentie kwijt. Als bijvoorbeeld een chirurg opschrijft of vertelt hoe hij een complexe operatie uitvoert aanpakt, heeft hij daarmee nog niet zijn vermo¬gen overgedragen. We hebben dan alleen de informatie op papier over hoe doe taak aangepakt kan worden; het vermogen om het uit voeren hebben we dan nog niet verworven. Natuurlijk kan een dergelijke beschrijving iemand anders helpen. Een dergelijk persoon moet dan de informatie op papier weer omzetten in een vermogen. Of dat lukt en hoeveel energie dat kost hangt natuur¬lijk weer af van het vermogen van deze persoon. Als hij een expert is op hetzelfde vakgebied, zal hem dat gemakkelijker af gaan, dan in het geval hij een beginnend beroepsbeoefenaar is.

Het gegeven dat kennis gebonden is aan mensen stelt eisen aan het delen en verspreiden hier¬van. Dat lukt dus niet door alleen papieren informatie door te geven. Daar horen leerprocessen die ontworpen moeten worden. In het geval van proftuinen leerprocessen rond maatschappelijk herstel voor professionals, ervaringsdeskundigen en mogelijk ander betrokkenen. Het vraagt in dit geval ook dat die leerprocessen niet allen op het delen van kennis zijn gericht, maar ook nieuwe kennis gecreëerd wordt.

Informatieoverdracht is geen kennisoverdracht

Een ander gevolg is dat klassiek kennisoverdracht eigenlijk in deze zin dus niet bestaat. Die over¬dracht blijft beperkt tot informatieoverdracht. Omdat we het vermogen niet van iemand kunnen krijgen, moet we dat vermogen zelf vermogen opbouwen. Iedereen moet dat zelf doen. Kennis zien als een vermogen, als een competentie, heeft ook invloed hoe kennis gedeeld wordt.

We kunnen zoals hiervoor gezegd hooguit informatie overdragen, die iemand kan helpen zelf ken¬nis op te bouwen, eigen kennis te construeren (deze benadering van leerprocessen wordt ook wel aangeduid met de term ‘constructivisme’).

Maar vaak neemt informatieoverdracht in veel leerprocessen nog een grote plaats in, omdat vaak nog gedacht wordt dat het een efficiënte vorm van kennisoverdracht is. Voor het ontwikkelen van bekwaamheid (competenties) is informatieoverdracht geen een sterk middel. Meer geschikt daarvoor zijn actievormen van leren, waarin de lerende in situaties gebracht worden zoals ze die ook in hun werk tegen komen. Daarin kunnen ze voor zichzelf nieuwe kennis creëren, een nieuwe competentie ontwikkelen of hun competenties op een hoger plan brengen. In leerprocessen die bepaald worden door sociaal leren. Een vorm van leren waar actie, relatie en interactie en de terugblik erop de belangrijkste ingrediënten zijn. Er is dan sprake va kennisproductiviteit.

Kennis wordt van waarde in het toepassen ervan

Kennis krijgt pas waarde krijgt in de toepassing is nog een gevolg van deze opvattingen over kennis en kennisproductiviteit, Want een bekwaamheid die niet gebruikt wordt, is als gereed¬schap dat in de schuur ligt: hoe duur het ook was om het te verwerven, de waarde is nul. En juist dat toepassen, kennis echt benutten in de dagelijkse werkpraktijk, blijkt vaak zo lastig. We hebben het dan al snel over implementatieproblemen. We zullen in een kennismethodiek daarom niet alleen het genereren van kennis moeten ondersteunen, maar ook het verspreiden en toepas¬sen, zodanig dat dit een logisch en samenhangend proces wordt.

Kiezen voor netwerken

Het Zwarte Gat kiest voor de netwerkaanpak. Kennisontwikkeling in netwerken. Netwerken van mensen die samen ergens enthousiast over zijn: over hun streven, of hun vak, hun doelgroep, de problematiek. Wie een dergelijk netwerk gezond wil krijgen en houden moet kunnen navigeren in onbekend gebied. De werkelijkheid verandert immers voortdurend. Als je de creatieve kracht van het Zwarte Gat wilt aanboren is het essentieel dat de leden met elkaar in verbinding zijn. Hun betrokkenheid en inzet voor de zaak in combinatie met een open en krachtige verbinding leidt automatisch tot ideeën voor oplossingen, doelen en vernieuwing van de missie(Unieke)Samenvatting

Via deze weg en via de digitale weg dien wij hierbij het verzoek in, van een financiële bijdrage voor het opzetten en/of uitbreiden van dit veelomvattende, innovatief project.

Het is een veelomvattend, langdurend initiatief met zijn eigen werkvorm, en is uniek in Nederland. Het unieke bestaat uit de erkenning van de directeuren in de verslavingszorg (getekend convenant) van ervaringsdeskundigheid als derde kennis bron. Uniek is ook dat in proeftuinen met wetenschap, ervaringsdeskundigheid, professionals,studenten, hogescholen en alle stakeholders zaken opgezet en beproeft gaan worden. We steken hierbij in op wonen, werken, welzijn, weten en zingeving

Het unieke is ook ons doel om 60 cliëntgestuurde projecten op te zetten wat dus een wisselwerking wordt tussen opgeleide ervaringsdeskundige en studenten, zij kunnen kennis maken met hun toekomstige doelgroep en ervaringsdeskundige, kunnen gebruik maken van hun kennis en mogelijkheden voor bv. Onderzoek.

Één van de eerste cliëntgestuurde projecten die zijn opgezet is het project “help mijn buurman (ver) zuipt” waarvan de projectleider van mening dat dit past (en eigenlijk al is) in een proeftuin, omdat zoals hierboven omschreven, iedereen samen werkt

Omdat dit een innovatief project is, hebben wij hiervoor ook een aanvraag ingediend bij het innovatie fonds van zorgverzekeraars.

Hopende U hiermee voldoende te hebben ingelicht, en uiteraard hopende op een positieve reactie van uw zijde, verblijf ik namens het Zwarte Gat,met de meeste hoogachting,

Hoogachtend

Gerrit Zwart

Top