BLOG

Het SER-ontwerpadvies en balletje-balletje

Het SER-ontwerpadvies en balletje-balletje

Na wekenlange one liner-discussies in de verkiezingsdebatten, was het een hele verademing om het SER ontwerpadvies aan het kabinet over goede, toegankelijke en betaalbare zorg met voldoende personeel te lezen. Het gaat immers om veel meer dan de hoogte van het eigen risico en ‘de marktwerking’.

Natuurlijk, marktwerking is een onderwerp, maar kent veel aspecten, zo laat de SER mooi zien. Het gaat over de beloningssystematiek van zorgverleners, selectieve inkoop, zorgverzekeraars die de gunst van de verzekerden willen winnen, de mogelijkheid voor zorgaanbieders om winst te maken, de rol van persoonsgebonden budgeten, schaalvergroting, ’productmaximalisatie’, de rol van de mededingingsautoriteit en de invloed daarvan op samenwerking. Dit is maar één voorbeeld van hoe de SER de complexiteit van de zorg laat zien. Veel waardering voor de beleidstechniek in dit rapport.

Homo economicus

Maar dan de oplossingen waarmee Rutte en Samson verder moeten. Het advies kent een sterk systemische aanpak. Je draait aan de knoppen van het stelsel en daarmee wordt de zorg toekomstbestendig. De SER gelooft in de homo economicus, die rationeel handelt. Geld stuurt mensen en mensen sturen geld; hun kant op wel te verstaan! De SER stelt vast dat er grote aantallen verkeerde prikkels in het systeem zitten en dat partijen proberen af te wentelen wat hen niet past.

Het zorgveld heeft vijf tot tien jaar nodig om het spel in een nieuw stelsel te leren kennen, zo stelde prof. Guus Schrijvers onlangs in de Volkskrant (28 september 2012, Wachtlijst zo gek nog niet). Dan hebben we weer wat anders nodig en moeten we het stelsel weer vervangen!

Geldstromen

Het ontwerpadvies speelt dit spel mee. Het bevat tal van adviezen om met geldstromen te gaan schuiven, tussen AWBZ naar ZVW of Wmo, van tweede naar eerste lijn, van zorg naar wonen, tussen gehandicaptenzorg en jeugdzorg met daarbij een component sociale zekerheid. En dat per doelgroep anders. Er wordt zoveel met potjes geschoven in het advies, dat het soms wel balletje-balletje lijkt. En als we even niet opletten, weet niemand meer waar de bal is. Kortom, onze kabinetsformateurs moeten wel goed lezen, willen ze überhaupt nog aan de bal zijn. Maar goed, zo ingewikkeld is dit mega-dossier nou eenmaal.

Maar zijn we er met al die systeemmaatregelen? Lossen we daarmee het vraagstuk van betaalbaarheid, personeel, kwaliteit en toegankelijkheid op? Ik denk het niet. Het advies gaat sterk uit van zorg zoals die nu geleverd wordt en dan op onderdelen wat anders vormgegeven: zelfmanagement, integraal, vooral in de wijk, formeel met informeel. Goede teksten voor een geleidelijke transformatie. Echter, wat ontbreekt is een toerustingsagenda voor deze transformatie en de randvoorwaarden daarvoor.

Alternatieven

Het is eigenlijk armoe dat er weer een taskforce voor technologie moet komen. Waarom geen investeringsprogramma voor een technologische infrastructuur in de samenleving, pre-concurrentieel, als technische voorwaarde voor formele én informele zorg op afstand? Waarom geen visie op en uitwerking van essentiële veranderingen in de opleidingen van zorgprofessionals van alle niveaus? Interdisciplinair samenwerken, werken in ketens en netwerken, je weg vinden in zelfsturende teams, zelfmanagement overbrengen, technologie toepassen, met mantelzorgers en met empowerde cliënten werken, vragen rond ethiek en gepaste zorg hanteren, keuzes maken in de zorg. Het zijn thema’s die voor bijna alle beroepen in de zorg gelden.

Radicale transformaties

Daarnaast ontbreken uitgewerkte voorstellen voor radicale transformaties, ook die hebben we nodig. Het rapport zegt bijvoorbeeld wel iets over burgerinitiatieven in coöperaties voor langdurige zorgverlening; maar ook hier geen toerusting. Natuurlijk, veel van dit soort initiatieven zit niet te wachten op een overheid die het voor hen regelt. Maar wel op een overheid die het makkelijker maakt dat zij als betrokken burgers hun rol kunnen nemen. Daar zijn meer voorbeelden van te geven naar aanleiding van dit advies.

Gelukkig spreken we over een ontwerpadvies. Het definitieve advies kan het kabinet handvatten aanreiken voor zo’n uitvoeringsagenda. Minder balletje-balletje, maar een goede voorzet die het veld kan inkoppen.

Henk Nies

6 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn

13 oktober 2012

"Het zorgveld heeft vijf tot tien jaar nodig om het spel in een nieuw stelsel te leren kennen, zo stelde prof. Guus Schrijvers onlangs in de Volkskrant (28 september 2012, Wachtlijst zo gek nog niet). Dan hebben we weer wat anders nodig en moeten we het stelsel weer vervangen!"

FC: Als dat echt zo zou zijn kunnen we beter stoppen, want de invoering van steeds nieuwe stelsel kost waarschijnlijk net zoveel als dat ze opleveren. Maar ik ben het hartgrondig oneens met deze stelling. Ik nodig de lezer graag uit om www.gezondezorg.org door te nemen en aan te geven hoe het stelsel dat daarin beschreven staat 'gekraakt' kan worden.

Het SER-rapport zou dus inderdaad beter terug naar de tekentafel gaan, zoals dhr. Nies stelt.

Wat ik echter niet begrijp van dhr. Nies is waarom hij niet ingaat op de hoofdvragen waar de politiek nu mee zit:
* Concurrentie tussen zorgaanbieders (i.c. selectieve zorginkoop c.q. bonus-malusbeloning) of budgettering (i.c. populatiebekostiging)?
* Wat te doen met het eigen risico?
* Zorgverzekeraars laten opgaan in één, publieke zorgverzekeraar?

Anoniem

14 oktober 2012

Wat een onzin allemaal. Het stelsel is best overzichtelijk en het SER rapport is helder voor economen. Mensen die zich niet willen verdiepen in de economie moeten niet klagen over hun gebrek aan economische kennis. En sinds het plan Dekker (1987) wordt er gewerkt aan de invoering van hetzelfde stelsel. Wat nou elke 5 a 10 jaar een nieuw stelsel?

Schulte

14 oktober 2012

Mensen die het SER-advies lastig vinden kunnen advies inwinnen bij een van de vele partijen die het wel begrijpen, waaronder vele gezondheidseconomen aan universiteiten of gezondheidseconomische adviesbureau's.

Bal

16 oktober 2012

Het grappige van ideale systemen is dat je ze niet vooraf hoeft te kraken; dat doet de praktijk wel als je ze invoert. Ofwel: ideale systemen bestaan niet, zeker in een zo'n complexe sociale, politieke, technologische, ethische etc omgeving als de zorg lukt het je niet alles van te voren in te calculleren. Economen die dat wel beweren maken eenvoudigweg een fout. Het gaat bij Nies gelukkig ook niet om een gebrek aan economische kennis; hij wijst er terecht op dat een inhoudelijke visie op de zorg leidend moet zijn. Ook die kan niet ideaal zijn, trouwens, om precies dezelfde redenen.

Frank Conijn

16 oktober 2012

@ Bal:
Als het al niet mogelijk is om van tevoren aan te geven waar de zwakke plekken in een systeem zitten is de kans groot dat het een solide systeem is.

Voorafgaande aan bijvoorbeeld de invoering van vrije prijsvorming in de tandartszorg is door diverse auteurs gesteld dat dat een mislukking zou worden omdat o.a. er geen overschot aan tandartsen is en zij ook hun capaciteit niet kunnen verhogen, uitgaande van dat ze al volle werkweken maken.

Hetgeen uitkwam, zoals we inmiddels weten. Het is allemaal hogere wiskunde, zoals ik het zie.

Frank Conijn

16 oktober 2012

Ik bedoelde uiteraard dat het allemaal geen hogere wiskunde is. Althans niet een dermate hoge orde dat het niet te begrijpen zou zijn.

Top