BLOG

Integrale Ouderenzorg onder Rutte II: Bruggen slaan wordt uitdaging

Integrale Ouderenzorg onder Rutte II: Bruggen slaan wordt uitdaging

Bruggen slaan wordt voor de ouderenzorg een grote uitdaging, want het regeerakkoord van Rutte II lijkt de ouderenzorg uit elkaar te trekken. Het regeerakkoord biedt echter ook kansen voor bruggenbouwers met een krachtige visie op de ouderenzorg, zolang de budgettaire kaders maar gerealiseerd worden.

Pijlers uit regeeerakkoord

Hoog tijd voor een hoofdlijnenakkoord voor integrale ouderenzorg. Integrale ouderenzorg lijkt verder weg dan ooit. De AWBZ wordt afgebouwd tot een nationale rompvoorziening van verpleeghuizen, met een eigen regiem. Ter onderbouwing noemt het regeerakkoord het terugdringen van onverklaarbare regionale praktijkvariatie en tarief­verschillen. Door de verpleeghuizen apart te zetten ontstaat een vreemd derde compartiment, naast de gemeentelijke Wmo-voorzieningen en de zorgverzekeringsaanspraken. Bovendien worden allerlei voorzieningen herverkaveld naar andere stelsels. Zo gaan de langdurige GGZ en de verpleging naar de zorgverzekering, en de resterende begeleiding en persoonlijke verzorging naar de WMO, in combinatie met een stevige budgetkorting. De gemeenten krijgen veel beleidsvrijheid en worden een belangrijke speler in de ouderenzorg, met functies als (groeps)begeleiding, huishoudelijke en persoonlijke verzorging. Daarbij wordt huishoudelijke hulp ingeperkt tot een maatwerkvoorziening voor degenen die het echt nodig hebben en het niet uit eigen middelen kunnen betalen. Nieuwe vormen van praktijkvariatie dreigen, nu tussen ruim 400 gemeenten. Daar stokt bovendien de ontwikkeling van beschut wonen voor kwetsbare doelgroepen, door de economische (bank)crisis en herbezinning op woningbouwcorporaties (ook onderdeel van regeerakkoord).

De eerste lijn wordt versterkt met een stevige impuls voor extramurale (wijk)verpleging zonder indicatiestelling, door substitutie van 250 miljoen euro uit het ziekenhuisbudget. Maar in de ouderenzorg zijn de grenzen tussen gemeentelijke verzorging en verzekerde verpleging diffuus, net als die tussen persoonlijke verzorging en huishoudelijke hulp. Er ontstaan grote afwentelingsrisico’s tussen gemeenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars, die zich mogelijk terugtrekken in de eigen kolommen. Dat risico wordt versterkt omdat het kabinet doorgaat met sectorgewijze sturing en kostenbeheersing via afzonderlijke hoofdlijn­akkoorden met ziekenhuizen, de GGZ en de eerstelijn. Met de zorgverzekeraars zou er een hoofdlijnenakkoord voor preventie en gezonde leefstijl moeten komen. Voor de ouderenzorg is dat nog veel urgenter. Wie wil de meer kwetsbare ouderen nog langer thuis houden via integrale arrangementen van wonen, zorg en welzijn?

Nieuwe bruggen in ouderenzorg

De eurobedragen uit de bijlage blijken belangrijker dan de hoofdtekst van het regeerakkoord. Dat biedt onderhandelingsruimte voor betere voorstellen voor de ouderenzorg, mits die binnen het budgettaire kader blijven. In totaal 14 veldpartijen, waaronder Actiz, de Orde, KNMG, NPCF, LHV, LVG, V&VN, NVZ, de koepel van ouderenorganisaties CSO en ZN, maar niet de gemeenten, hadden in “De agenda voor de zorg” al gepleit om de ouderenzorg in zijn geheel naar de zorgverzekeringswet te brengen. Dan is integrale ouderenzorg mogelijk met een betere kwaliteit tegen beheerste kosten. Koppeling tussen cure en care levert veel betere zorgtrajecten tussen eerstelijns- en thuiszorg, revalidatie-, ziekenhuis- én verpleeghuiszorg. De juiste zorg, op de juiste plaats, op het juiste moment, door de juiste hulpverlener; dat vergt overal besturing van de waardeketen. Bijvoorbeeld samenhangende ketenzorg voor de aanstormende dementiegolf. Dementerenden kunnen veel langer thuis blijven, terwijl de kwaliteit van leven en zorg omhoog en de kosten naar beneden gaan. Door inhoudelijk gedreven substitutie is ook de capaciteit van verpleeghuizen af te bouwen en de resterende capaciteit grotendeels om te zetten naar kleinschalig wonen. Er zullen nieuwe vormen van beschut wonen in het publieke en private domein nodig zijn, want het scheiden van wonen en zorg wordt doorgetrokken tot en met ZZP4. De filosofie klopt, want de zorg(verzekering) moet geen huisvesting dekken. Maar dan moet er wel goede opvang zijn voor met name ZZP 3 en 4, want dat gaat over kwetsbare ouderen. Het regeerakkoord biedt kansen voor betere medische en verpleeg­technische lijnen tussen ziekenhuis en eerste lijn. Beide voorzieningen zijn nu al grotendeels ouderenzorg aan het worden, het KNMG standpunt uit 2010 over sterke medische zorg voor ouderen preludeerde daar al. Overigens biedt de overgang van de GGZ naar de zorgverzekeringswet ook kansen om soma en psyché  beter bij elkaar te brengen, met name in de dementiezorg! Integrale eerstelijnszorg, met consultatiefuncties en andere outreachende inzet vanuit ziekenhuis en GGZ kunnen nieuwe bruggen slaan. Dat geldt ook de medische as tussen eerste en tweede lijn die oudere patiënten zo lang mogelijk thuis houdt en daar zo snel mogelijk weer terug krijgt na een incident of escalatie daar. Dat vergt ook sterke wijkverpleging, in nauwe samenwerking met huisarts en transfer­verpleegkundige, maar hopelijk zonder nieuwe domeinstrijd met POH-ers. Nieuwe bruggen tussen al deze losse puzzelstukjes zijn te slaan in een hoofdlijnenakkoord voor integrale ouderenzorg.

Kom over de brug

Rutte II wil in de langdurige en welzijnszorg een omslag maken naar meer maatwerk, meer zorg in de buurt, meer samenwerking tussen de verschillende aanbieders maar ook naar houdbaar gefinancierde voorzieningen, zodat ook latere generaties er nog gebruik van kunnen maken. Kostenbeheersing is cruciaal voor duurzame houdbaarheid en de intergenerationele solidariteit van onze ouderenzorg. Die handschoen moet nu worden opgepakt. Sturing op hogere kwaliteit leidt tot lagere kosten, aldus het regeerakkoord. Dat geloof ik zelf ook, maar alleen als schotten worden afgebroken. Combinatie van de verschillende assen in de medische, verpleegkundige, verzorgende en welzijnsdomeinen leidt tot hogere kwaliteit van leven. Mits de behoeften van ouderen als gezamenlijk uitgangspunt worden genomen en ouderen en hun sociale omgeving optimaal geactiveerd worden tot zelf- en mantelzorg, met ook nieuwe e-Health oplossingen en domotica. Sturing op de toegevoegde over de hele klantketen is cruciaal voor vitaliteit van ouderen, kwaliteit van leven en zorg én kostenbeheersing, tesamen!

Robbert Huijsman
Senior manager Kwaliteit & Innovatie bij de divisie Zorg & Gezondheid van Achmea en bijzonder hoogleraar Management & Organisatie Ouderenzorg bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

22 november 2012

Feitelijk hoeft het regeerakkoord alleen maar gruwelijke maatregelen te bevatten. Vervolgens kan het maatschappelijk middenveld gezamenlijk tot een betere oplossing komen. De huidige staatssecretaris is prima in staat om de goede van de slechte maatregelen te scheiden en pas na die ronde zal duidelijk worden wat er met de AWBZ zal gebeuren.

Als de sector echter geen initiatief neemt dan zal het regeerakkoord worden doorgevoerd. Vrijwel niemand verwacht of hoopt dat. Het is echter wel een mooie stok achter de deur waarmee Martin van Rijn prettig zal kunnen werken.

POH

23 november 2012

Helder verhaal. Wat ik mis is dat er meer gestuurd /geïnvesteerd kan worden op gezond gedrag van de zorg-consument, rekening houdend met gezondheidsvaardigheden (low health literacy) .
De praktijkverpleegkundige /POH kan meer inzetten op (secundaire) preventie t.a.v diabetes, hypertensie en COPD/stoppen met roken en toezicht houden op medicatie/therapietrouw. Waar mogelijk sturen op zelfmanagement, dat is zorg op maat en de regie bij de cliënt houden, zie Vilans.
Dit is uiteindelijk kostenbesparend en levert meer kwaliteit van leven is al gebleken uit onderzoek. Stop de invaliderende infarcten.
Het is aan het parlement armoedebestrijding hoog op de agenda te houden.

Top