BLOG

De NMa is overbodig

  • Onbekend
  • 1 februari 2013
  • 2951 keer gelezen
  • 2 reacties
De NMa is overbodig

Gezien de recente inzichten met betrekking tot de organisatie van de zorg, is de NMa als toezichthouder op de oorspronkelijk beoogde competitie in de zorgsector, overbodig geworden.

Samenwerking, integrale benadering, keten- en netwerkontwikkeling zullen in hoge mate leidend zijn voor de voortgang van het liberaliseringsproces. Dat verhoudt zich niet meer tot de zwaarte van het toezicht en de algemene eisen ten aanzien van mededinging die de NMa hanteert. 

Marktwerking

Hoe was het ook al weer? Ruim tien jaar geleden hakten  de toenmalige minister Hoogervorst en directeur generaal Van Rijn (de huidige staatssecretaris) enkele knopen door om de zorgsector een andere organisatievorm te geven. Hoewel het accent in eerste aanleg lag op de invoering van de ZorgVerzekeringsWet, waren de stappen die werden gezet ten aanzien van de positie van de zorgaanbieders veel indringender. De sector ging echt op de schop. Het proces ging de wereld in onder de noemer “marktwerking”. Deze term was volledig verkeerd gekozen en is er ook de oorzaak van dat velen de hakken in het zand zetten. “Marktwerking” als term voor het introduceren van marktgedrag in het publieke domein bestaat niet en suggereert een ontwikkeling die het niet heeft. De zorgsector kan bij een financiële en wetgevende invloed van de zijde van de overheid ter grootte van bijna honderd procent van de zorgprestaties nooit in de buurt komen van een marktsector die bepaald wordt door vraag en aanbod. In formele zin ging het niet om marktwerking maar om liberalisering. Liberalisering betreft het geven van vrijheden en het bewerkstelligen van competitief gedrag binnen het publieke domein.

Competitie

Die vrijheden zijn aan de zorgsector gegeven en die competitie (marktgedrag) is zeker ontstaan. De Tweede kamer schrok van het gedrag van de zorgaanbieders (‘zo hadden wij (Kamer) het toch niet bedoeld?’) en ging op de rem staan. De Kamer begreep niet dat competitie ook gepaard kan gaan met geoorloofd overleg, samenwerking en fusie. Met de ingrepen vanuit de Kamer werd het proces van remmen en gas geven geïntroduceerd. Resultaat: frustratie bij de zorgaanbieders. Onderling overleg stokte, elkaars nieren proeven ten behoeve van beoogde samenwerking werd verboden geacht, en fusies (wat je er ook van vindt) stagneerden. Met name de consequentie die de opstelling had ten aanzien van inhoudelijke samenwerking, heeft veel schade veroorzaakt (in efficiency, kwaliteit van zorg, financieel, etc.). De NMa (als uitvoerder van ’s Rijks mededingingsbeleid) zag zeer streng toe op processen waarbij informele en formele samenwerking nuttig werd geacht. Invallen bij zorgaanbieders, het opleggen van boetes en de wijze van procesgang hakten erin.

Liberaliseringsproces

Hoe zeer is deze benadering van het liberaliseringsproces in de loop van 2012 gewijzigd. Enkele voorbeelden:

  • (DBC) ketenzorg in competitief verband is mislukt;
  • Het besef dat fusies vaker nodig zijn dan eerder toegestaan is een feit (laatstelijk nog bevestigd door de voorzitter van de NMa);
  • Afstemming tussen zorgaanbieders wordt bevorderd;
  • Reorganisatie van de zorg op lokaal en regionaal niveau leidt tot fors onderling overleg;
  • Populatiegebonden bekostiging wordt ingevoerd (hoezo competitie?);
  • Er ontstaan vele informele en formele structuren om de zorg efficiënter (lees goedkoper) te maken;
  • Verzekeraars bevorderen samenwerkingsgedrag door dat te sturen met bekostiging.
  • Toenemende integrale benadering van de organisatie en bekostiging van aandoeningen, handicaps en chronische ziekten.

Samenwerking

Dat betekent niet dat er nog vele vormen van competitie blijven ontstaan. Zie daarvoor de aanbestedingen van de WMO, de toedeling van verpleeghuisplaatsen in de Verpleeghuiszorg (Verzorgingshuiszorg bestaat nog maar heel even)), de verdere uitbreiding van de ZBC’s, en de contractering van tweedelijns curatieve zorg. Maar deze laatste leidt weer tot (zowel door verzekeraars als NMA toegestaan) fusiegedrag. Zo gaan er allerlei processen van samenwerking en concurrentie door elkaar spelen. De “slag om de patiënt/bewoner” zal wel doorgaan. Maar dan in een toenemend samenwerkende omgeving.

Relatie tussen prijs en prestatie

Overigens ontwikkelt zich de beoordeling van de relatie tussen prijs en prestatie zich in de goede richting. In de zorg is dat moeilijk te meten, maar de pogingen daartoe zijn hoopgevend. In dat kader kan daar dan ook in toenemende mate op worden gecontracteerd.

Taakstelling NMa

In dit beeld past niet meer de taakstelling van de NMA en de wijze waarop deze wordt uitgeoefend. Zij hebben de laatste tijd alle fusieverzoeken toegestaan en daarmee ook aangegeven dat de zorgsector niet vergelijkbaar is met de marktsector. Daarmee houdt de functie van de NMa in de zorgsector op te bestaan. Het toezien op een bepaald niveau van competitie kan dan worden verlegd naar NzA en zorgverzekeraars. Zij zullen daar, ook gedwongen door de noodzaak tot efficiency en kwaliteit van zorg, prudent mee moeten omgaan. Het zal interessant zijn om deze beweging gade te slaan, of kritisch te bezien bij onbedoelde effecten.

Paul Baks
Partner BMC Advies en Management

2 Reacties

om een reactie achter te laten

tjark reininga

4 februari 2013

een terechte analyse: zorg is geen markt in de economische zin/ dus is er geen ruimte voor marktwerking in de economische betekenis en zijn de mededingingscriteria van de NMa ongeschikt om vormen van samenwerking door zorgleveranciers te beoordelen. exit NMa.

maar dat betekent niet dat zorgaanbieders vrij spel hebben: beschikbaarheid en toegankelijkheid van kwalitatief goede zorg voor iedereen die deze nodig heeft, stelt scherpe grenzen. de eerste stap die nu genomen moet worden is de erkenning dat een beleid dat zich er primair op richt de zorgsector betaalbaar te houden voor de belastingbetaler, aan dit doel niet automatisch bijdraagt. het heeft er helaas toe geleid dat zorg steeds meer kost voor degene die deze nodig heeft, ongeacht de sociale en maatschappelijke gevolgen.

de kernvraag moet zijn en blijven hoe verspilling en oneigenlijk gebruik van de schaarse middelen die voor zorg beschikbaar zijn tegen te gaan. dat vereist mondige en goed geïnformeerde patiënten en minder door economische motieven gedreven zorgaanbieders.

schulte

4 februari 2013

Paul Baks beschrijft de vermenging van concurrentie en samenwerking goed, maar ik zie twee problemen:
1. in andere markten is concurrentie en samenwerking ook heel gebruikelijk en geen reden om niet van marktwerking te spreken (zo heeft de leverancier van mijn tuinhout ook een offerte uitgebracht voor het plaatsen, maar deze ging naar een andere hovenier die wel bij mijn leverancier hout bestelde).
2. Paul Baks mag dan de indruk hebben dat de zorg doelmatiger worden, de cijfers vertellen een ander verhaal. Zo gaat in 2012 de gebudgetteerde groei in de ziekenhuizen gepaard met een afname van de productie waardoor de prijzen snel stijgen. In de jaren daarvoor zaken we een snelle stijging van de productie bij patienten die minder ziek waren en voorheen die zorg niet ontvingen.

Top