BLOG

Dure kankermedicijnen: bittere pil van de toekomst?

Dure kankermedicijnen: bittere pil van de toekomst?

Er zijn van die onderwerpen die als een hete aardappel worden doorgeschoven: iedereen weet dat het een belangrijk thema is om te bespreken en aan te pakken, maar niemand wil zijn vingers er aan branden. De toegankelijkheid van dure kankergeneesmiddelen is zo’n onderwerp.

Als we niets doen dreigt de gelijke toegang tot dure oncologische medicijnen te verdwijnen. Dan wordt straks – noodgedwongen – op basis van financiële overwegingen in het ziekenhuis of zelfs in de spreekkamer bepaald welke patiënt een duur medicijn krijgt en welke niet. In haar op 20 juni verschenen rapport ‘Toegankelijkheid van dure kankergeneesmiddelen’ waarschuwt de Signaleringscommissie Kanker (SCK) van KWF Kankerbestrijding voor de gevolgen: dreigende willekeur en het risico dat patiënten niet de optimale behandeling krijgen. De SCK roept overheid, zorgverzekeraars en medische beroepsverenigingen op hun verantwoordelijkheid te nemen.

Cocktail

Wat is er aan de hand? De Signaleringscommissie ziet een aantal ontwikkelingen die op elkaar ingrijpen. Ten eerste: het aantal kankerpatiënten zal de komende decennia nog drastisch stijgen. In 2020 verwachten we 125.000 duizend nieuwe kankerpatiënten, tegen ongeveer 100.000 nu. De behandeling van deze patiënten is, op zijn zachtst gezegd, een uitdaging voor de zorg. Daar komt bij dat de kosten van de zorg stijgen en er door innovatie nieuwe kankergeneesmiddelen op de markt komen. Deze nieuwe geneesmiddelen zijn vaak duur, erg duur. Zie hier de cocktail (meer patiënten, meer zorg en nieuwe dure behandelingen) die maakt dat de Signaleringscommissie aan de bel trekt.

Voorop gesteld: KWF Kankerbestrijding juicht de komst van nieuwe, werkzame geneesmiddel toe en vindt dat zij zo snel mogelijk beschikbaar moeten komen voor patiënten.  Maar we kunnen niet de ogen sluiten voor de maatschappelijke kant hiervan. Zijn al die nieuwe medicijnen kosteneffectief? Is het betaalbaar. Wat zijn we als samenleving bereid te betalen voor een gewonnen levensjaar? En als er, op financiële gronden, keuzes gemaakt moeten worden, hoe gaan we die dan als samenleving maken – of laten we de lastige dilemma’s die aan deze discussie kleven over aan individuele artsen en ziekenhuisbestuurders?

Afzien van behandeling?

De Signaleringscommissie signaleert niet alleen het probleem, maar doet ook suggesties voor oplossingsrichtingen. Deze lijken te liggen in de prijsstelling van de medicijnen, in scherper kijken naar kosteneffectiviteit, beter anticiperen op- en registeren van nieuwe behandelingen en het sneller opnemen van nieuwe medicijnen in de richtlijnen van de beroepsgroepen. In de spreekkamer zal de arts op basis van eerlijke voorlichting samen met de patiënt moeten besluiten over de te kiezen behandeling (zonder het over de kosten te hebben), waarbij afzien van verdere behandeling soms ook een te rechtvaardigen keuze is.

Felle reactie

KWF pretendeert niet alle antwoorden te hebben. Het is een zeer lastig, gevoelig probleem op het snijvlakken van ethiek, economie, medische technologie en solidariteit. Ook de ons omringende landen worstelen hiermee en zoeken naar oplossingen. Maar het is onvermijdelijk dat de discussie over betaalbaarheid en toegankelijkheid van dure geneesmiddelen in Nederland gevoerd word. In 2012 lekte een advies van ZiNL uit over het vergoeden van dure geneesmiddelen voor de ziektes van Pompe en Fabry. Zowel politiek als maatschappij reageerde fel op dit advies. Alle mogelijke perspectieven werden in beeld gebracht maar een duurzame oplossing is toen niet gevonden.

Makkelijk zal het zeker niet zijn, maar als we willen dat nieuwe effectieve behandelingen tegen kanker of welke andere ernstige ziekte dan ook toegankelijk blijven voor patiënten, dan zullen we door deze gevoelige en ingewikkelde discussie met elkaar moeten voeren. KWF breekt hier een lans voor en doet een oproep aan onze volksvertegenwoordigers, overheid, beroepsgroepen, ziekenhuizen, farmaceuten, verzekeraars en de maatschappij om de benodigde aanpassingen aan het zorgsysteem te realiseren, die de toegankelijkheid van dure oncologische medicijnen waarborgen; nu en in de toekomst.

Michel Rudolphie
algemeen directeur van KWF Kankerbestrijding

1 Reacties

om een reactie achter te laten

tjark reininga

23 juni 2014

het is natuurlijk een merkwaardige ontwikkeling dat omdat verzekeringsmaatschappijen niet meer wensen te doen waarvoor zij zijn opgericht (mensen ervan verzekeren dat zij de beste behandeling kunnen krijgen, die ze nodig hebben) de overheid - de collectiviteit - dat risico moet overnemen. en dat die overheid tegelijkertijd de regie over het macrobudget aan die zelfde verzekeraars laat.

dat zo zijnde, heeft mij in deze column de opmerking verbaasd dat "zelfs in de spreekkamer" zou moeten worden bepaald welke behandeling - ook, of volgens de blogger wellicht vooral, om financiële redenen wel of niet kan worden uitgevoerd. in de eerste plaats, omdat de discussie tussen patiënt en behandelaar over de toe te passen behandeling juist in de spreekkamer thuis hoort; de financiële afweging moet daarbij niet primair zijn, maar komt natuurlijk wel ter sprake. en de verzekeraar zou daarbij de optimale behandeling voor zijn verzekerde mogelijk moeten maken. maar diens regierol op macroniveau hindert dat.
daarnaast moeten we niet de illusie hebben, dat het financiële aspect van een behandeling in het verleden in de spreekkamer niet aan de orde was; en niet evenzeer buiten de patiënt om werd beslist.

Top