Vastgoed

Waar komt de belangstelling voor het zorgvastgoed vandaan?

Beleggers in vastgoed hebben grote interesse voor zorgvastgoed. Waar komt deze belangstelling vandaan? Zij zijn nou niet ineens begaan met de zorg. De verklaring ligt in de vastgoedmarkt zelf. Er is behoefte aan nieuwe typen vastgoedbeleggingen, want de vooruitzichten in de traditionele vastgoedmarkt zijn niet meer zo rooskleurig en obligaties zijn geen alternatief.

Jarenlang ben ik werkzaam geweest in de beleggingswereld, het grootste deel van de tijd als vastgoedbelegger. De rente op staatsobligaties daalde gedurende mijn loopbaan van ruim 12 procent begin tachtiger jaren naar minder dan 1 procent nu. Obligatiebeleggingen zijn niet meer zo interessant.

Tot 2008 kende de vastgoedsector in Nederland hoogtijdagen enerzijds door de krachtige groei van de dienstensector en anderzijds vanwege de toenemende bestedingskracht van de consument. Veel kantoren, maar ook winkels en winkelcentra, zijn in deze tijd gebouwd. Dit type vastgoed heeft nu structurele problemen. Leegstand is hoog. Er zijn veel teveel kantoren gebouwd en zoveel winkels als Nederland nu kent, zijn niet meer nodig nu de consument meer en meer inkopen doet via Internet.

Vergrijzing

Wat is er dan nu nog interessant voor de vastgoedbelegger? Of meer precies voor onze pensioenfondsen, want die zijn verreweg de grootste belegger in vastgoed via vastgoedfondsen. Het antwoord moet gezocht worden bij de vergrijzing van Nederland. Die zorgt ervoor dat 50-plussers het liefst de eigen woning verkopen om een huurwoning te betrekken in de vrije huursector. Bij voorkeur met zorgvoorzieningen in de buurt, voor het geval dat nodig mocht zijn. Er zijn echter veel te weinig woningen in de vrije huursector. Met veel vraag en weinig aanbod is dat een mooie beleggingscategorie voor de vastgoedbelegger. Is dit ook een (beleggings)markt voor zorginstellingen?

De vergrijzing zorgt ook voor een sterke toename van de zorgvraag in zowel de cure als de care en daarmee voor een toename van de vraag naar zorgvastgoed. Het beursgenoteerde Cofinimmo bijvoorbeeld kijkt naar projecten zowel in de lange termijn zorg als in de acute zorg. Eind 2014 kocht dit fonds voor 90 miljoen euro acht operationele centra en vijf ontwikkelingsprojecten. De huurcontracten hebben gemiddeld een looptijd van vijftien jaar. Cofinimmo wil nog meer zorgvastgoed kopen voor haar vastgoedportefeuille, zoals ook vele andere vastgoedbeleggers die nu het vizier op de zorgvastgoedmarkt hebben gezet.

Wonen en zorg

De aantrekkingskracht voor de vastgoedbelegger ligt vooral in de lange termijn huurcontracten. Zorgvastgoed is toch vooral specifiek van karakter en als het leeg komt, vaak niet makkelijk meteen weer te verhuren zonder additionele investeringen te moeten doen. Een groot deel of wellicht wel het grootste deel van het zorgvastgoed is vastgoed waar zorg en wonen gecombineerd wordt. Door de aanscherping van de toelatingscriteria door de overheid sluit een deel van dit zorgvastgoed niet meer aan op de vraag en lijkt het de functie te verliezen.

De vraag is er overduidelijk wel. Nu komt het erop aan deze aansluiting weer te vinden door woonvoorzieningen te combineren met zorgpakketten die de bewoner kan inkopen. Hier ligt een vraag voor de zorgmarkt. Succesverhalen zijn er reeds en belangstelling dus ook. De vastgoedbelegger is er klaar voor, maar dit is ook een interessante markt voor woningcorporaties. Zo transformeert de Stichting Ouderenhuisvesting Rijnmond nu een voormalig verzorgingshuis naar een appartementengebouw waar wonen en zorg mogelijk zijn, en waar de bewoners zelf de zorg inkopen. Dit concept wordt ingevuld door de nieuwe franchiseformule de Zorgbutler.

De ontwikkelingen in de grote en groeiende markt voor zorg en wonen is voor mij aanleiding om op 24 november samen met Skipr een masterclass te organiseren waar twee casussen centraal staan met oplossingen in zorg en wonen. Ik nodig u graag uit voor deze masterclass.

Wim Fieggen

Directeur IVVD

----------------------

De zorg voor ouderen verschuift naar gemeenten. Zorginstellingen en zorgondernemers spelen actief in op de ontwikkelingen in de nieuwe woonzorgmarkt. Nieuwe woonvormen ontstaan. Voor welke oplossingen wordt gekozen? Hoe zit het met de financiering? Twee casussen staan centraal tijdens deze masterclass. Deze interactieve masterclass wordt georganiseerd door het Instituut voor Vastgoed en Duurzaamheid en Skipr en wordt gehouden in het inmiddels gesloten verzorgingshuis de Schutse in Rotterdam en dat nu wordt getransformeerd naar de nieuwe zorgformule De Zorgbutler. Hier vindt u meer informatie over de masterclass.

Wim Fieggen_311

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Hans ter Brake

15 oktober 2015

Het zijn veelal zorgorganisatieportalen en bedoeld om patiënten of cliënten te laten participeren in (zorg)processen van de betreffende organisatie. Natuurlijk wil de zorgorganisatie daarnaast graag de patiënt faciliteren. Essentie is, dat de patiënt de functies, workflow en UI zoals die voor de zorgorganisatie zijn geïmplementeerd gebruikt op gegevens die door de zorgorganisatie worden beheerd. Autorisatie en authenticatie zijn generiek. Rabo en ING gaan niet anders om met hun portalen; als ik totaalsaldo's wil moet ik alsnog een eigen 'kasboek' verwerven. In de zorg zou dit dus een PGD zijn. Hiervan is de belofte dat zorgorganisaties participeren in het proces (leven) van de patiënt of cliënt - de omgekeerde situatie dus waarbij het gegevensbeheer door of namens de patiënt gebeurt. Het PGD en de daarmee verbonden Apps hebben een universele, meer op consumenten gerichte UI en werkwijze. Spannend wordt, welke 'functies van het portaal/EPD van het ziekenhuis' je rechtstreeks kunt benutten binnen het PGD - zoals het maken van een afspraak - of dat je voor bepaalde, meer complexe functies alsnog doorgelinkt wordt naar het zorgorganisatieportaal van de zorgorganisatie.

Bert Huisman

15 oktober 2015

Beste Jan,
Het gaat natuurlijk niet alleen om ziekenhuizen die ieder hun eigen portaal aanbieden, maar ook om tal van andere zorgaanbieders: huisartsen, thuiszorgorganisaties, apotheken, e.a. Ze doen dat misschien gedeeltelijk om te scoren en er mooie sier mee te maken, zoals jij denkt, maar ze doen het ook omdat ze de patiënt op een relatief makkelijke manier inzage willen geven in zijn/haar dossier. Daar is op zich niets mis mee. Ze kunnen ook niet meer doen dan de informatie waarover zij de beschikking hebben raadpleegbaar te maken. Ze kunnen en mogen immers niets met informatie die elders opgeslagen ligt. De mogelijkheid om die informatie te verzamelen ligt daarmee echt in een ander domein.
Je vraag blijft niet minder relevant, maar er is dus een PGD nodig om die rol te vervullen. Er zijn twee essentieel problemen met het PGD. Allereerst is er geen business case voor. Veel te weinig patiënten zijn bereid te betalen voor een PGD omdat ze niet begrijpen wat het is en wat het voor ze kan doen. Ten tweede zijn (of voelen) zorgaanbieders zich nu niet genoodzaakt om de dossier-informatie op een gestandaardiseerde wijze aan de patiënt te verstrekken. Als ze dat namelijk wel zouden doen zou zo'n PGD ook daadwerkelijk snel worden gevuld en wint het aan betekenis.
De oplossingen:
1) Er moet een massale business case komen. Dat kan door een model te gebruiken wat bij de automatisering van de huisartsen zeer succesvol is geweest. Voor het PGD werkt dat als volgt: als de patiënt aan zijn verzekeraar aangeeft een gecertificeerd PGD te gebruiken dan betaalt de verzekeraar aan de betreffende leverancier zeg 2-3 Euro. Alle verzekeraars betalen dezelfde vergoeding. De verzekeraar laat vervolgens al zijn communicatie met deze patiënt verlopen via zijn/haar PGD, dat spaart die 2-3 Euro waarschijnlijk al uit. Dit levert een markt op van 30-60 miljoen Euro, genoeg voor een aantal leveranciers om een goed product te ontwikkelen.
2). Nu iedereen een PGD heeft (????) hoeft het alleen nog maar gevuld te worden met dossier-informatie. Dat kan als alle zorgaanbieders op gezette tijden de patiënt een verslag verstrekken van de behandelrelatie. Bijvoorbeeld bij ontslag uit het ziekenhuis of per kwartaal door de huisarts, of vaker op verzoek van de patiënt of de zorgaanbieder. Eigenlijk is het vreemd dat dat nu al niet gebeurt, omdat leveranciers van andere producten en diensten dat namelijk al lang wel doen (verplicht!). Als de noodzaak er is informatie te verstrekken hebben de zorgaanbieders er alle belang bij om snel standaarden af te spreken, omdat ze anders veel extra kosten moeten gaan maken. Misschien is het zelfs wel mogelijk om deze informatieverstrekking op basis van bestaande wetgeving voor producten en diensten af te dwingen.
Twee vrij simpele maatregelen, lijkt me, die snel een serieus effect kunnen sorteren. De ontwikkeling van de positie van de patiënt in de zorg zou er een grote stap voorwaarts mee maken en mogelijk ook de efficiency van de zorgverlening. Op naar de verzekeraars, lijkt me, als eerste stap.

Top