BLOG

Mondzorg kan ambitie goed gebruiken

De ggz is een lichtend voorbeeld voor de mondzorg, die als sector ver achter begint te lopen.

Binnen de ggz is sprake van een geweldige collectieve ambitie. Er is een gezamenlijke toekomstagenda opgesteld, een wetenschapsagenda voor de komende jaren en het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling ggz timmert stevig aan de weg met richtlijnen, zorgstandaarden en generieke modules. Tegen die achtergrond past de introductie van het Kwaliteitsstatuut dat vanaf 2017 richting moet geven aan de inrichting van de zorgverlening en de inkoop van ggz door zorgverzekeraars. Kwaliteit, transparantie en gepast gebruik met de patiënt als gids, zijn hierbij sleutelbegrippen. Een lichtend voorbeeld voor de mondzorg die als sector ver achter begint te lopen.

Anders dan binnen de ggz, komt de ontwikkeling van richtlijnen zeer moeizaam van de grond binnen de mondzorg. Tandartsen ruziën al jaren openlijk over het oprichten van een instituut voor richtlijnontwikkeling, het KiMo. En in de praktijk blijft de certificering van tandartsenpraktijken ver achter bij bijvoorbeeld een van de andere mondzorgverleners, de tandprothetici. Het is symptomatisch voor de geïsoleerde positie die de mondzorg al decennia lang heeft. Tandartsen sluiten nauwelijks contracten met zorgverzekeraars en maken dus geen afspraken over extra kwaliteit, garantie, service en waarom zouden ze? De zorgverzekeraar vergoedt ook nu het maximale NZa-tarief. Ondertussen lijken de beroepsverenigingen voor tandartsen kwaliteit vooral te vertalen in 'regie voor de tandarts' en dat leidt tot bestuurlijk 'gedoe'.

Regiebehandelaar

Dat laatste is herkenbaar vanuit de ggz. Het model Kwaliteitsstatuut GGZ is immers een uitwerking van het advies van de Commissie Meurs: 'hoofdbehandelaar GGZ als noodgreep'. Meurs introduceerde in dit advies de nieuwe rol van regiebehandelaar omdat het veld maar bleef bakkeleien over het hoofdbehandelaarschap. Deze regiebehandelaar is verantwoordelijk voor de coördinatie en integraliteit van de zorg voor een cliënt. Per 1 januari 2017 zal elke zorgaanbieder, vrijgevestigd of instelling, een kwaliteitsstatuut moeten hebben wanneer zij toegang wil tot vergoeding van het verzekerde pakket curatieve ggz van de zorgverzekeringswet. Het model Kwaliteitsstatuut is daar het raamwerk voor en heeft een drieledig doel: 

• de cliënt weet waar die aan toe is als deze in zorg komt;

• de samenwerkingsafspraken tussen professionals en zorgaanbieders zijn helder beschreven;

• financiers en toetsende instanties hebben zicht op de kwaliteit van zorg van de aanbieder.

Hoe werkt het? De zorgaanbieder moet een aantal zaken in zijn Kwaliteitsstatuut opnemen:

1) hoe de organisatie de cliënt centraal stelt in de zorgverlening;

2) afstemming en samenwerking;

3) inzicht bieden in de patient journey;

4) antwoord op de vraag wie de regiebehandelaar is;

5) vormgeven van gepast gebruik

6) verantwoording, toetsing en controle aan de hand van een aantal normen.  

Op al deze gebieden kan de mondzorg wel wat ambitie gebruiken, de welwillende mondzorgverlener niet te na gesproken. Denk aan de spectaculaire stijging van de kosten voor orale implantologie, de gebrekkige mondzorg voor ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen, het bestuurlijk armpje drukken over het oprichten van een kwaliteitsinstituut en samenwerken onder het mom van 'als je maar doet wat ik zeg'.

Eisen

Binnen de mondzorg wordt het werken binnen dentale teams bepleit door de Samenwerkende Mondzorgkoepels (bestaande uit de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici, de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten en de Nederlandse Vereniging van Instellingen voor Jeugdtandzorg). Hierbij kan de regierol worden belegd bij de tandarts, de mondhygiënist of de tandprotheticus mits hij aan bepaalde eisen voldoet en afhankelijk van het soort patiënt. Een patiënt met een gebitsprothese is bijvoorbeeld beter af bij de tandprotheticus en voor preventie is dat de mondhygiënist. De tandarts is er vooral voor algemene en academische mondzorg.

Dat zal leiden tot effectieve samenwerking in het belang van de patiënt en tot efficiënte inkoop van mondzorg door zorgverzekeraars. Immers de duurste zorgverlener voert niet als vanzelfsprekend de regie en dient dus ook niet de bijbehorende declaratie in. Juist ja, als de condities daarvoor dan wel in een Kwaliteitsstatuut Mondzorg worden vastgelegd. En net als binnen de ggz geldt dan: als je als mondzorgaanbieder, vrijgevestigd of als instelling, toegang wilt tot vergoeding uit de zorgverzekeringswet dan moet je Kwaliteitsstatuut op orde zijn.

Marnix de Romph

Directeur van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici

Marnix de Romph_311

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top