BLOG

'Making a murderer' van de tandarts

De overheid leidt in Nederland willens en wetens onvoldoende tandartsen op. Met een experiment met grotere bevoegdheden voor mondhygiënisten wil VWS dit tekort oplossen.

De mondzorg heeft alleen geen tijd meer om te gokken op het succes van een experiment dat gedoemd is om te mislukken. Binnen tien jaar gaat namelijk eenderde van de tandartsen met pensioen. Deze generatie werkt vaker fulltime en bedient relatief grote patiëntenpopulaties. De aanwas aan de onderkant is onvoldoende, en het effect wordt versterkt door feminisering van het beroep en meer nadruk op parttime functies. Tegelijkertijd neemt de complexe zorgvraag toe door de vergrijzing. Een tandarts opleiden kost zes jaar; over vijf jaar is het definitief te laat, het beleid moet dus nú om!

De overheid leidt willens en wetens te weinig tandartsen op, het staat klip en klaar in rapporten en is bevestigd door de rechter. De verlaging van het aantal opleidingsplaatsen is ingezet in 2006 op basis van het rapport Commissie Innovatie Mondzorg. Tandartsen zouden namelijk 62 procent van hun werkzaamheden kunnen delegeren aan mondhygiënisten en assistenten. De werkgroep mondzorg van het Capaciteitsorgaan heeft dit alles gemonitord. In hun rapport van 2013 werd nogmaals geadviseerd om 15 procent als realistisch potentieel voor taakherschikking aan te houden en het aantal opleidingsplaatsen te verhogen van 240 naar 287. Een advies dat slecht viel bij het ministerie van VWS. Prompt werd hun subsidie ingetrokken.

Buitenlandse tandartsen

Capaciteitsbeleid baseren op 62 procent als 15 procent volgens de experts realistisch is, is vragen om problemen. Het alsmaar stijgende tekort wordt volledig opgevuld door de instroom van in het buitenland opgeleide tandartsen en dat terwijl jaarlijks meer dan duizend studenten worden uitgeloot. Momenteel staan drieduizend tandartsen met een buitenlands diploma geregistreerd en zij leveren ongeveer de helft (220) van alle nieuwe tandartsregistraties. Ironie van de situatie is dat de schatkist jaarlijks 20 miljoen euro misloopt omdat al deze tandartsen gebruik kunnen maken van de zogenaamde 30 procent-expatregeling. Dus financiering van meer opleidingsplaatsen kan budget neutraal geschieden. Over doelmatigheid gesproken!

De overheid blijft vol inzetten op de mondhygiënist om het tandartstekort weg te poetsen. Willen ze die rol? Zijn ze er voor opgeleid? En wat vindt de patiënt van dit alles? Die patiënt betaalt de mondzorg immers grotendeels zelf, hecht veel waarde aan een vaste relatie met zijn mondzorgverlener en heeft recht op vrije keuze. Een recht dat nu wordt afgenomen door enerzijds te weinig tandartsen op te leiden en anderzijds de mondhygiënist de rol van poortwachter op te dringen. En over de voldoende opleiding is het laatste woord nog niet gezegd. Met name op gebied van röntgen gaat de wetswijziging mijlen te ver en zal veel nascholing vereist zijn voor de circa 3200 mondhygiënisten. Experts hebben tevergeefs VWS al begin van dit jaar hierop gewezen.

Wishful thinking

Tien jaar na de start van het experiment boort slechts 7,5 procent van de mondhygiënisten en bijna altijd in de praktijksetting van een tandarts. Het is wishful thinking van VWS dat deze beroepsgroep voldoende geïnteresseerd is in curatie. Uit onderzoek blijkt bij hen preventieve mondzorg juist arbeidssatisfactie te geven. Bovendien constateren tandartsen dat er ook een tekort is aan mondhygiënisten. De maatregel van VWS gaat deze toch al schaarse preventieve capaciteit verder onder druk zetten met alle gevolgen voor de daarmee verbonden algemene gezondheid op onder andere het gebied van hart- en vaatziekten.

Verreweg de meeste patiënten willen door een tandarts geboord worden en als de mondhygiënist boort dan wel graag in een praktijk met de tandarts als eindverantwoordelijke. De wet lijkt daarom vooral toegeschreven te worden naar de circa 25 procent vrijgevestigde mondhygiënisten die juist niet geïnteresseerd zijn in boren maar de AMvB steunen uit commerciële motieven. Een radicale stelselwijziging die in alle opzichten contraproductief zal blijken te zijn. En waar de belangen van de patiënt met voeten gaan worden getreden. Of is de politiek nu wel bereid bijtijds de juiste keuzes te maken! Geen verdere experimenten in de mondzorg maar een juiste aanpak van het capaciteitsprobleem. Meer vragen we niet.

Jan Willem Vaartjes

Voorzitter van de Associatie Nederlandse Tandartsen

Jan Willem Vaartjes_311

1 Reacties

om een reactie achter te laten

WJA

2 oktober 2016

Dit ANTwoord is onderdeel van het probleem. Het gaat in de Mondzorg niet alleen over boren, niet over the Thrill of the Drill ,Filll and Bill, zie de zojuist genoemde commerciële motieven. Mondzorg dient gericht te zijn op het voorkomen van cariës (gaatjes) ontstaan door bizarre combinaties van overmatig suikergebruik en ondermaats onderhoud (nalatigheid) thuis. Tientallen jaren is het bekend dat zelfzorg “boren” in hoge mate kan voorkomen, maar ja, wat moet een tandarts dan nog. Ergo taakherschikking van het VWO opgeleid Boren-en-meer naar Preventief gerichte HBO-ers, de mondhygiënist die weliswaar de laatste jaren is opgeleid tot het “geringere boorwerk”,is een heilloze weg. Herschik de preventie geheel naar de mondhygiënist, want tandartsen zijn restauratief gericht en delegeren de preventie over de heg naar hun preventieassistente,(MBO?) in loondienst. Maak van HBO Mondhygiënist en MBO preventie assistent een preventief winning team als voorportaal voor restauratieve/reparatieve tandheelkunde.
Tweede oplossing ,importeer geen duizenden buitenlandsetandartsen, communicatieprobleem, en gooi ervaren zestigplussers weg door het afnemen van BIGregistratie:kennis en kapitaalvernietiging. Ook paar duizend stoppers kunnen grotendeels in deeltijd benut worden, mits ze de afgelopen tien jaar genoeg relevant postacademisch onderwijs hebben gevolgd.

Top