HRM

Dementieverpleegkundigen voor casemanagement 2.0

V&VN publiceert het vernieuwde Expertisegebied dementieverpleegkundige. Was dat eerst een 'casemanager dementie' en bij voorkeur een hbo-verpleegkundige, nu wordt dat de 'dementieverpleegkundige' op hbo-niveau. Wat zijn de overwegingen bij deze aangescherpte inhoud en titel?

De groeiende variatie in casemanagement dementie schept verwarring bij mensen met dementie en hun mantelzorgers. Vanuit het Actieplan casemanagement dementie zijn daarom de benodigde competenties aangescherpt via o.a. zes panels met professionals en opleiders. Voor de aanpassing van inhoud en titel pleiten vier soorten overwegingen: historisch, inhoudelijk, professioneel en systeemtechnisch. Maar er zijn ook kanttekeningen.

Historische lijn

De verpleegkundige inbedding loopt al jaren. De eerste versie van het expertisegebied in 2012 gold al als addendum op het Beroepsprofiel verpleegkundigen. Casemanagement is in een combinatie van hulpverlening én coördinatie. Daarom hanteert V&VN als competentie-raamwerk de zeven CanMEDS-rollen, met zorgverlener als centrale rol. In 2012 was al zo’n 70 procent van de casemanagers verpleegkundigen. De overgang naar de Zvw in 2015 heeft dat versterkt, naar 85 procent. Onveranderd blijft de eis over een post-hbo opleiding casemanagement dementie én praktijkervaring.

Inhoudelijke argumenten

Thuiswonende mensen met dementie zijn vaak complexe cliënten voor de zorg, die zelf nogal gefragmenteerd en zelden 24/7 integraal beschikbaar is. Verzorgingshuizen zijn vrijwel afgeschaft en verpleeghuizen hebben steeds minder plaats. Mensen blijven langer thuis en moeten meer zelf doen, met hun (vaak overbelaste) mantelzorgers.

Náást de ziekte dementie ontstaan bovendien andere ziekten en verouderings¬problemen. Deze co-morbiditeit en zorgzwaarte nemen toe, terwijl sociale systemen afbrokkelen. Casemanagement vergt daarom deskundige en ervaren dementie-verpleegkundigen die helemaal thuis zijn in de oorzaken, varianten en gevolgen van dementie en het hele repertoire van behandeling, verzorging en ondersteuning voor cliënt én cliëntsysteem. Dat vergt ook hechte samenwerking met huisarts, thuiszorg, sociaal domein, specialist ouderengeneeskunde en ggz.

Beroepsontwikkelingen

Waren verpleegkundigen in de Awbz-tijd vooral (productie)gericht op verpleegtechnische en ADL-handelingen, de moderne verpleegkundige is een allround professional die cliënt- én systeem¬gericht coacht; stuurt op eigen regie en zelfmanagement; stimuleert vanuit positieve gezondheid, leefstijl en preventie; informatie, educatie en advies geeft; lichamelijk, geestelijk én emotioneel ondersteunt.

Vanuit een holistische visie en systeembenadering heeft de dementieverpleegkundige een verbindende rol tussen wonen, zorg en welzijn. Ook in de niet-pluis fase kan zij daardoor het casemanagement 2.0 prima uitvoeren. Bovendien kan ze zelf indiceren bij de start van het diagnostisch traject en de zorg organiseren, als vast aanspreekpunt.

Maatschappelijk werk en Wmo?

De vraag leeft of maatschappelijk werk nuttig kan blijven, zeker bij dementie-cliënten die (nog) geen ADL- of verpleegtechnische zorg nodig hebben. Ook hier speelt een historische lijn. Al in 2012 was de betreffende beroepsorganisatie gevraagd een eigen competentieprofiel voor casemanagement te ontwikkelen. In mijn panels waren beide beroepsgroepen het inhoudelijk erg eens met de geactualiseerde competenties.

De huidige maatschappelijk werkers functioneren naar tevredenheid en moeten zeker niet ontslagen worden. Maar hun aandeel in het casemanagement is gehalveerd tot ruim 13 procent. Zij hebben geen BIG-erkenning als zorgverlener en kunnen daardoor niet het hele pakket van casemanagement uitvoeren en declareren in de Zvw.

De Wmo is wellicht een alternatief, maar slechts enkele gemeenten betalen voor casemanagement. Zij worstelen met doelgroepenbeleid en ziekten zoals dementie. Elk van de 388 gemeenten kent bovendien een eigen inhoud, procedures, budget en eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen.

Stelselontwikkelingen

Sinds 2015 geldt de Zvw-aanspraak Verpleging en Verzorging met daarin casemanagement als vast maar te onderscheiden onderdeel. Cliënten en mantelzorgers hebben zo een verzekerd recht, dat sterker is dan een Wmo-subsidieregeling. Zorgverzekeraars met zorgplicht moeten naar omvang en kwaliteit voldoende casemanagement inkopen. De NZa gaat daarop steviger toezien en pleit voor passende tarieven voor dit soort specialistisch werk. De basisverzekering geeft ook professionals en hun werkgevers meer zekerheden (door tijdelijke NZa-regelingen in de Awbz waren casemanagers elk jaar weer onzeker over hun baan).

Overgangsregime

Dat dementie specialisatie vergt was binnen V&VN aanvankelijk niet vanzelfsprekend, want de generalistische tegenstroom is stevig. De praktijkvariatie is groot en er loopt een moderniserings-traject voor verpleegkundige beroepen. Daarop vooruitlopend zou de titel 'regieverpleegkundige dementie' nog treffender zijn, maar dat kan wellicht later.

De huidige arbeidsmarkt heeft serieuze fricties, maar zie dat los van een beroepsprofiel. Vanwege hbo-tekorten worden andere verpleegkundigen ingezet, zelfs zonder opleiding casemanagement. Voor maatschappelijk werkers en andere ervaren professionals moeten landelijke partijen zo snel mogelijk een (meerjarig) overgangsregime uitzetten. Denk daarbij aan bijscholing op maat (richting hbo-niveau én casemanagement), verlengde arm tussen maatschappelijk werker en dementieverpleegkundige en eenduidige systeemtechniek (zorgplan, registratie en declaratie). Plus een nationale informatiecampagne, want mensen met dementie hebben recht op casemanagement door een vast aanspreekpunt op het juiste kwaliteitsniveau, zonder wachtlijsten.

Robbert Huijsman

Hoogleraar Management & Organisatie van Ouderenzorg en projectleider Actieplan casemanagement dementie (vanuit EUR); programmaleider van Dementiezorg voor Elkaar (vanuit Vilans).

Robbert Huijsman_311

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Johan Lambregts

28 september 2017

Complimenten voor de wijziging van het Expertisegebied Casemanager Dementie in de nieuwe naam Dementieverpleegkundige. Het doet recht aan wat we van een verpleegkundige mogen verwachten in de zorg voor patiënten met dementie. Immers de centrale rol in het beroep van verpleegkundige is de CanMEDSrol zorgverlener. De andere rollen zijn zeer relevant maar dienend aan de rol Zorgverlener (Leren van de toekomst, 2012).
Mijn advies zou zijn om nooit over te gaan tot functie titel regie-dementieverpleegkundige. Het risico is groot dat het hart uit de functie wordt gehaald en dat we hbo-verpleegkundigen krijgen die achter bureaus belanden ver van de patiënten af. Dat is juist wat we niet willen toch?
De discussie over generalisten en gespecialiseerd verpleegkundigen dienen we vooral voort te zetten. Immers in de toekomst zijn er 7 miljoen mensen met chronische aandoeningen als dementie, diabetes, reuma etc. Verpleegkundigen in alle sectoren zullen ermee te maken krijgen ook bv in de GGZ, de revalidatiezorg en zelfs openbare gezondheidszorg. Dat maakt dat het gespecialiseerde gewoon wordt of al is.
Dat vraagt ook om een continue afweging en monitoring van wat we mogen verwachten van de verpleegkundige en wat extra nodig is aan kennis c.q. vaardigheden. De rapporten van de Commissie Kaljouw en Commissie Kervezee van het Zorginstituut Nederland bieden goede input om daarover afwegingen te maken. Maar ook het interessante artikel De professional maakt het verschil van Pauline Meurs in Tijdschrift Gezondheidswetenschappen 2017 95 p47-49 inspireert bij discussies en de evaluatie van expertisegebieden.

Johan Lambregts



Top