De inspecteurs interviewden 8 huisartsen, 8 apothekers en 8 wijkverpleegkundigen over het medicatieproces bij kwetsbare ouderen thuis. Ook spraken zij ouderen thuis over hun medicijngebruik. Op basis hiervan concludeert de Inspectie dat de verschillende zorgverleners elkaar goed weten te vinden en komen ze met aanbevelingen over dingen die nog beter kunnen.
Verbeteringen
Zo moeten zorgverleners hun eigen en elkaars digitale systemen kennen om te voorkomen dat ze met de verkeerde gegevens werken. Vaak zijn de systemen verschillend, zodat ze niet goed op elkaar aansluiten.
Ook bij de overdracht van een patiënt van de ene naar de andere zorgverlener kan het soms mis gaan. Bijvoorbeeld als een vervangend arts tijdens een avond- of nachtdienst de medicijnen moet veranderen. Of als een patiënt vanuit een ziekenhuis terug naar huis gaat. Nieuwe medicatiegegevens moeten dan onmiddellijk bij iedereen bekend zijn.
Naast receptmedicijnen gebruiken veel ouderen ook zelfzorgmedicijnen. Alleen als die ook op de toedienlijst staan, kan de wijkverpleging helpen bij het toedienen of innemen. Goede afspraken met alle betrokken zorgverleners zijn daarvoor nodig.
De IGJ schrijft: “Van fouten en bijna-fouten valt te leren. Maar daarvoor moeten alle betrokken zorgverleners de incidenten wel structureel met elkaar bespreken. Sowieso is het belangrijk dat de verschillende zorgverleners goed en structureel overleg met elkaar hebben over hun taken, verantwoordelijkheden en samenwerking.”
