Beeld: jbrizendine / Getty Images / iStock
Medewerkers in zorg en welzijn hebben nog steeds te maken met discriminatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Zowel van collega’s en leidinggevenden als van cliënten en hun naasten. Daarom deden Amsterdam UMC en Pharos onderzoek naar de knelpunten om de slag van beleid naar de praktijk te maken.
Genormaliseerd
Het rapport ‘Is allemaal mooi, op papier’ toont dat veel zorgorganisaties beschikken over beleid, gedragscodes en instrumenten tegen discriminatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag. “Maar dat deze in de praktijk onvoldoende worden geïmplementeerd en zijn verankerd”, schrijft demissionair VWS-minister Jan Anthonie Bruijn in een brief aan de Tweede Kamer. “Medewerkers in zorg en welzijn ervaren een duidelijke kloof tussen wat ‘op papier’ is vastgelegd en hun ervaringen op de werkvloer.”
Daarnaast blijkt dat discriminatie en ongewenst gedrag in sommige zorgcontexten genormaliseerd wordt. Bijvoorbeeld door de hoge werkdruk, onduidelijke verantwoordelijkheden of het idee dat bepaald gedrag van cliënten ‘erbij hoort’. Een combinatie van discriminatiegronden wordt vaak onvoldoende herkend. “Leidinggevenden spelen een sleutelrol, maar voelen zich regelmatig handelingsverlegen door gebrek aan tijd, ondersteuning of duidelijke kaders.”
Ook blijkt dat de verantwoordelijkheid vaak bij de individuele medewerker wordt gelegd, waardoor getroffen medewerkers minder snel een melding maken. Dat leidt weer tot meer onveiligheid.
Geen bijzaak
Bestaand beleid is volgens de onderzoekers onvoldoende om discriminatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag effectief tegen te gaan. “Structurele aandacht, duidelijke normstelling en actieve betrokkenheid van management en leidinggevenden zijn essentieel om een sociaal veilige werkcultuur te realiseren”, aldus Bruijn.
Het rapport benadrukt dat sociale veiligheid geen bijzaak is, maar een randvoorwaarde voor duurzame inzetbaarheid, behoud van personeel en het terugdringen van verzuim en verloop in zorg en welzijn.
Werkgevers aan zet
VWS onderschrijft de conclusies en aanbevelingen uit het rapport. Ook benadrukt Bruijn dat het creëren van een sociaal veilige werkomgeving in de eerste plaats een verantwoordelijkheid is van werkgevers in zorg en welzijn. “Zij zijn primair verantwoordelijk voor goed personeelsbeleid, het stellen en handhaven van duidelijke normen en het voorkomen en aanpakken van discriminatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen hun eigen organisatie.”
Naar aanleiding van het rapport heeft kennisinstituut Movisie de opdracht gekregen om een praktisch handvat te ontwikkelen. Dit moet werkgevers en leidinggevenden ondersteunen bij het herkennen en bespreekbaar maken van discriminatie en bij het bevorderen van een sociaal veilige werkomgeving. “Het combineert praktische gesprekstips, evidence-based interventies en beleidsmatige richtlijnen, waardoor het zowel in de dagelijkse praktijk als in strategische hr- en beleidsinstrumenten kan worden ingezet”, schrijft Bruijn. Het handvat wordt vanaf februari 2026 breed verspreid binnen de zorg- en welzijnssector.

