In essentie biedt de mobiele app van Thuisarts hetzelfde als de website: begrijpelijke en betrouwbare medische informatie bieden. Toch heeft het team van Thuisarts er nog een aantal functies aan toegevoegd, zoals het bewaren van pagina’s en ze offline beschikbaar maken. Ook kunnen gebruikers de informatie laten voorlezen. In de spreekkamer kan een patiënt via een QR-code een Thuisarts-pagina openen in de app. Dit moet gerichte verwijzing eenvoudiger maken en de noodzaak om informatie na te sturen verminderen. Dat verkleint volgens Thuisarts de administratieve belasting van de zorgverlener.
App personaliseren
Thuisarts heeft veel plannen om de app verder door te ontwikkelen. Zo moet het mogelijk worden om de informatievoorziening te personaliseren, vertelde directeur Swanet Woldhuis onlangs in een interview met Zorgvisie. Daarin zegt ze over de app “Die zou je in de toekomst kunnen personaliseren door voor jezelf je eigen data op te slaan”. Ook zou Thuisarts kunnen koppelen met een Persoonlijke Gezondheidsomgeving (pgo) of Mijn Gezondheidsoverzicht, de toepassing die VWS momenteel ontwikkelt. De uitrol daarvan verloopt tot op heden echter uitermate stroef.
AI-assistent
Ook wil Thuisarts nog voor de zomer een AI-assistent presenteren. Die moet de concurrentie aangaan met de zorgdiensten van de grote Amerikaanse tech-bedrijven OpenAI (ChatGPT Health) en Anthropic (Claude for Healthcare). Die zijn momenteel nog niet beschikbaar in Nederland, maar de algemene chatdiensten worden al veelvuldig geraadpleegd voor zorgvragen.
Financiering
“Doordat de urgentie om betrouwbare informatie beschikbaar te stellen ineens gezien wordt, krijgen wij de wind in de rug”, zegt Woldhuis in Zorgvisie over de snelle ontwikkelingen. Een belangrijke stap daarbij is dat de dienst vanaf komend jaar structurele financiering krijgt via de Zorgverzekeringswet. De inzet op Thuisarts is overeengekomen in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Het moet misinformatie tegengaan en de druk op de zorg verlichten. “Goede digitale tools kunnen mensen helpen om in te schatten of het nodig is om een beroep te doen op zorg”, schreef toenmalig demissionair minister Bruijn destijds aan de Kamer.
