Als Eerste Kamervoorzitter zat Bruijn ruim 230 plenaire debatten en op Prinsjesdag zes keer de Verenigde Vergadering voor. Vorig jaar nam Bruijn na dertien jaar afscheid van de Kamer omdat hij als demissionair VWS-minister aan de slag ging in het kabinet-Schoof.
VWS-minister
Ondanks de demissionaire status zag Bruijn kansen om knopen door te hakken. Als minister probeerde Bruijn zijn eigen partij (VVD) warm te maken voor budgetfinanciering van de spoedzorg. Ook meldde hij in een Kamerbrief een verkenning te starten naar wet- en regelgeving voor het vastleggen van een basiscapaciteit van IC-bedden. De veldpartijen schrokken daar zo van dat het na eindeloze discussies toch lukte de handen ineen te slaan en zelf met een plan komen.
Ook luidde Bruijn de noodklok over informatiebeveiliging in de zorg en maakte hij budget vrij om de inspectie te verbeteren. In Brussel pleitte hij met succes voor een herziening in de Europese geneesmiddelenwetgeving om heruitgifte van ongebruikte medicatie mogelijk te maken.
Onderscheiding
Bruijn ontving 7 juli de koninklijke onderscheiding in de plenaire zaal van de huidige Eerste Kamervoorzitter Mei Li Vos.
