ACTUEEL

Zelfmanagement komt lastig van de grond

Het zelfmanagement komt maar moeilijk van de grond bij de zorg voor patiënten met astma en COPD. Zowel patiënten als de zorgverleners moeten nog erg wennen hun nieuwe rol. Dat blijkt uit onderzoek van NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) uitgevoerd met subsidie van het Astma Fonds.

Regisseur eigen zorg

Bij deze groep patiënten komt, net als bij de zorg voor andere chronische ziekten, de nadruk steeds meer op ‘zelfmanagement’ te liggen. Patiënten krijgen een meer actieve rol als ‘regisseur’ van hun eigen zorg. De patiënt moet hierbij het voortouw nemen en de zorgverlener coacht en ondersteunt. Het aannemen van deze nieuwe rollen is wennen voor beide partijen, zo blijkt uit onderzoek van het NIVEL.

Moeite

De adviezen die zorgverleners geven, bieden patiënten vaak te weinig houvast om zelf het probleem aan te pakken of hun gedrag aan te passen. Een deel van de patiënten heeft behoefte aan meer concrete hulp. Met name oudere en laag opgeleide mensen met astma of COPD, astmapatiënten die de symptomen slecht onder controle hebben, en COPD-patiënten met bijkomende ziekten, kunnen moeilijk zelfstandig hun gedrag aanpassen. Voor hen is ondersteuning op maat noodzakelijk, aldus de onderzoekers.

Persoonlijk zorgplan

Volgens het NIVEL is het belangrijk de voors en tegens die patiënten en zorgverleners zien bij hun nieuwe rol in kaart te brengen. Daarmee kan het zorgplan, een hulpmiddel om zorg op maat te kunnen bieden, gerichter worden invoeren. Het persoonlijk zorgplan wordt nog maar nauwelijks gebruikt in de zorg. Van de mensen met astma of COPD heeft slechts 14 procent een persoonlijk zorgplan.

Meerwaarde

NIVEL-onderzoeker Monique Heijmans: “Patiënten en zorgverleners lijken nog onvoldoende overtuigd van de meerwaarde van het werken met een persoonlijk zorgplan en een actieve bijdrage van patiënten. Wennen aan het idee van de eigen regie, heeft tijd nodig. Patiënten kiezen toch veelal nog voor een meer passieve rol, ook omdat ze niet precies weten hoe ze die actievere rol zouden moeten invullen. En zorgverleners dringen niet echt aan om dat te veranderen.”

6 Reacties

om een reactie achter te laten

ANH Jansen

12 maart 2012

http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMp0903166

What Works in Market-Oriented Health Policy?

Meredith B. Rosenthal, Ph.D.

N Engl J Med 2009; 360:2157-2160May 21, 2009

"Many efforts to improve health care markets involve providing consumers with technical decision support — helping them to determine when to seek care, how to manage chronic conditions, and how to participate in decisions regarding treatment choices. Payers have invested billions of dollars in efforts to engage patients in self-care and making decisions about treatment. Evidence of the efficacy of such efforts, however, is in short supply. Disappointing results from the recent Medicare experiment with disease-management services provided by third parties have called into question the approaches most commonly used to engage consumers.3

Substantial effort has also gone into arming consumers with information to help them select physicians and hospitals that are high-quality, low-cost, or both. The combined goals of this effort are improving average quality or efficiency by directing patients to the best providers and creating competition among providers by inspiring them to improve care along the dimensions that are assessed and reported. Provider report cards have been available and evolving since the 1980s, but research has cast doubt on their value, since patients frequently do not understand, trust, or rely on such reviews in selecting providers."

"Although reformers point to economic principles to support market-oriented policies, in many cases there is a gap between belief and evidence. Yet research and practice with such policies provide some lessons. First, consumers and providers respond predictably to policies requiring them to share the burden of health care costs: they find ways to reduce utilization and spending. Second, there is strong evidence that increased consumer cost sharing causes unintended reductions in the use of services that are important for better health — a problem unlikely to be solved by simply offering consumers information or advice. But no similar body of evidence documents negative effects on quality from increased risk sharing by providers. Moreover, providers' information advantage over consumers, along with professional ethics, suggests that essential or effective services are less likely to be underused as a consequence of provider risk sharing than consumer cost sharing. Pay for performance and risk adjustment could minimize any negative effects on the quality of care."

The focus on providers should not mean an absence of involvement by patients in improving the effectiveness and efficiency of care. Along these lines, there may be promise in efforts to reward consumers for the same care-quality processes included in provider pay for performance. Consumers, too, must have some perceived financial stake — and choices — in cost control. Offering them a financial incentive to entrust their care to a provider team with the capabilities and incentives to deliver coordinated, effective, and efficient care might be a near-term way of accomplishing this goal.

No potential conflict of interest relevant to this article was reported.
Source Information

Dr. Rosenthal is an associate professor of health economics and policy at the Harvard School of Public Health, Boston.

Tja. Ons voorland, de USA, heeft e.a. allang uitgeprobeerd en terzijde geschoven.

NIVEL heeft natuurlijk een eigen verdienmodel en dubbel werk wordt in de research nog altijd fors betaald.

Elke de Quay - Beter in Gesprek

14 maart 2012

Iedere verandering blijft een uitdaging die begint met experimenteren en verbeteren. Voor mij is het duidelijk waar veel winst te behalen valt: patienten educatie!

Een wat ouder (meta)onderzoek laat zien dat een combinatie van interventies, waaronder patienten educatie het beste lijkt te werken. Voor mij meer dan logisch: een manager van willekeurig welke afdeling heeft een gedegen opleiding en ervaring in de rugzak. Hoe irreeel is het om van een patient te verwachten dat hij zonder enige kennis/vaardigheden en ervaring zichzelf en zijn aandoening effectief weet te managen?

Het onderzoek waaraan ik refereer beschrijft meerdere interventies:
Classification of interventions
Intervention components were classified as follows:
x Provider education—Materials or instruction given
to healthcare providers regarding appropriate care for
patients with the condition targeted by the programme
x Provider feedback—Information given to healthcare
providers regarding the specific care or results of care
received or experienced by their patients
x Provider reminders—Prompts given to providers to
perform specific patient care tasks
x Patient education—Materials and instructions issued
to patients providing information on their condition
and how it could be managed
x Patient reminders—Prompts given to patients to
perform specific tasks related to care for their
condition
x Patient financial incentives—Payments (direct mon­
etary payments, discounts, or services) made to patients
for achieving specific treatment related goals.

Met als conclusie:
Our study showed that many different interventions—
including provider education, provider feedback,
provider reminders, patient education, patient remind­
ers, and patient financial incentives—were associated
with improvements in provider adherence to guide­
lines and patient disease control. {...}
Further research is needed to
determine the effectiveness and costs of different
implementation strategies that could be used in disease
management programmes. {...} and to understand the rela­
tive effectiveness of different disease management
interventions for improving the care of patients with
chronic diseases.

Interventions used in disease management programmes
for patients with chronic illness—which ones work?
Meta­analysis of published reports
Scott R Weingarten e.o. bmj.com 2002;325:925

Karin Idema, beleidsadviseur De Hart&Vaatgroep

14 maart 2012

De resultaten van dit Nivel-onderzoek komen in grote lijn overeen met onze ervaringen met zelfmanagement bij mensen met (een verhoogd risico op) hart- en vaatziekten.
In 2010 heeft De Hart&Vaatgroep samen met Vilans het Individueel Zorgplan Vitale Vaten ontwikkeld, aansluitend bij de Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement: Dit werkboekje kan helpen bij het verminderen van het risico op (nieuwe) hart- en vaatziekten. Het zorgplan is een hulpmiddel bij zelfmanagement: samen met de zorgverlener worden persoonlijke gezondheidsdoelen geformuleerd en een plan opgesteld hoe dit doel gehaald kan worden. De praktijkervaringen laten zien dat het werken met een individueel zorgplan niet vanzelf gaat. Na bijna twee jaar wordt steeds duidelijker dat de beste resultaten worden bereikt door uit te gaan van de unieke, persoonlijke situatie: de centrale vraag waar zorgverleners bij moeten stilstaan is wat op dit moment voor deze persoon voor zijn kwaliteit van leven belangrijk is. De risicofactoren worden in kaart gebracht, mede op basis hiervan wordt samen een gezondheidsdoel geformuleerd en afspraken gemaakt hoe dat doel behaald kan worden. Voor zorgverleners kan dit lastig zijn, zeker als patiënten in hun ogen onverstandige keuzes maken. Tegelijkertijd weten we stoppen met roken niet gaat lukken als patiënten hiervoor niet gemotiveerd zijn. Voor het bereiken van goede resultaten moeten niet alleen persoonlijke gezondheidsdoelen geformuleerd worden, maar moet ook de begeleiding afgestemd wordt op die persoonlijke situatie. Maatwerk dus. Waar voor die hoogopgeleide workaholic een online leefstijlbegeleiding dé oplossing kan zijn voor zijn gezondheidsprobleem, zal een laaggeletterde baat kunnen hebben bij groepsbegeleiding. Nee, zelfmanagement gaat niet vanzelf. Het vraagt echt een andere rol van zorgverleners én patiënten. Maar ik ben er van overtuigd dat er met zelfmanagement nog veel gezondheidswinst te behalen is. Zolang we maar uit blijven gaan van de persoonlijke levenssituatie.
Karin Idema, beleidsadviseur De Hart&Vaatgroep

Anoniem

15 maart 2012

Op 24 april vindt in Media Plaza, Utrecht, het Zelfmanagement Congres plaats. Op het congres verzorgt het NIVEL de workshop 'Onderzoek: zelfmanagementondersteuning vraagt om een recept op maat'. Meer informatie en inschrijven op www.zelfmanagement.com/congres

ZyUdirJDYfs

7 augustus 2012

Beste Monika,Je spreekt van een klomp cleeln, maar zijn wij in biologische zin niet allemaal een klomp cleeln, waarbij de ene klomp cleeln langer geleefd heeft, en dus meer mans is dan de andere? Het probleem lijkt bij deze discussie te zijn, dat er geen biologische definitie voor een mens is, terwijl dat toch heel eenvoudig zou moeten zijn. Ik zie via de link van de wetgeving, dat er wel een definitie voor een embryo is, maar geen definitie voor een mens. Is het niet een feit, dat als je deze klomp cleeln zou terugplaatsen in een vrouw, dat er over 9 maanden een baby zou zijn, met dezelfde genetische eigenschappen als degene van wie het gebruikte DNA is?Je zegt, dat doen we niet, we gebruiken de klomp cleeln voor therapeutische doeleinden. Maar als er geen duidelijke definitie voor een mens is, zullen sommige mensen dan niet zeggen, dat het de wetenschapper is, die bepaald wie er een mens is, en wie er therapeutisch materiaal is? Wat is volgens wetenschappers de biologische definitie van een mens?

WywQEUTmfFqVRISSNm

7 augustus 2012

dhHwlf <a href="http://bzhytynbdwiu.com/">bzhytynbdwiu</a>

Top