ACTUEEL

MSD-topman kraakt innovatieklimaat Nederland

MSD-topman kraakt innovatieklimaat Nederland

Hans Kortlever, senior vice-president van MSD, vindt dat Nederland ‘geweldige kansen laat liggen’ als het gaat om innovatie. Hij zei dit tijdens het Health Valley Event 2012, donderdag in Nijmegen.

Kortlever noemt innovatie een ‘buzz word’, waar iedereen het over heeft. Tegelijk ziet hij dat innovatie in Nederland steeds vast loopt op regelgeving. De implementatie van nieuwe middelen en innovaties in Nederland gaat daardoor langzaam. “Nederland is samen met het Verenigd Koninkrijk het land waar jaarlijks de minste innovatieve geneesmiddelen worden opgenomen in het dagelijks arsenaal.” Kortlever wijt dat in belangrijke mate aan de terughoudende opstelling van de medische beroepsgroepen, in het bijzonder de richtlijnencommissie van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). “Zij schakelen innovatie gelijk met stijgende kosten."

Onethisch

In antwoord op een vraag van dagvoorzitter Cathy van Beek, UMC St Radboud, stelt Kortlever dat het bovendien niet ethisch is dat patiënten in Nederland zo lang moeten wachten op nieuwe innovatieve geneesmiddelen. Hij wijst op de introductie van een middel waarmee voorkomen kan worden dat patiënten met hepatitis een levertransplantatie moeten ondergaan. “Door innovatie tegen te gaan, doe je de patiënt te kort,” aldus Kortlever. "Bovendien is dit medicament goedkoper dan een transplantatie."

Ambitieniveau

Kortliever stelt dat het innovatieklimaat in Nederland ook slecht is doordat het ambitieniveau van Nederlandse universiteiten en hogescholen is teruggeschroefd. “Geen enkele Nederlandse universiteit staat in de internationale innovatieve top-50.” Kortlever laat doorschemeren dat dit voor de aanwezigheid van MSD in Nederland op de lange termijn schadelijk kan zijn. MSD is met 5500 medewerkers groot in Nederland. Alleen de vestiging in de Verenigde Staten is groter. Door gebrek aan politieke interesse staat het Europese hoofdkantoor van MSD echter in Zwitserland. Kortlever omarmt de oproep van minister Edith Schippers (VWS), dat bedrijfsleven, onderwijs en onderzoekers veel nauwer moeten samenwerken.


10 Reacties

om een reactie achter te laten

Bart Brandenburg

16 maart 2012

De oproep van dhr. Kortlever klinkt sympathiek en daadkrachtig. Er is uiteraard altijd een "maar". Durft dhr. Kortlever er zijn hand voor in het vuur te steken dat "nieuw" ook altijd "beter" is. En wanneer daarover twijfel bestaat (en wanneer is die er nou niet?) dan prijs ik mij gelukkig in een land te wonen waar een bewezen, veilig, effectief (en vaak ook goedkoop) geneesmiddel pas wordt ingeruild voor een nieuwe variant als vast staat dat het ook echt om een verbetering gaat. En dat het Nederlands Huisartsen Genootschap daarin in de meeste gevallen de rug recht houdt. Want het gaat niet alleen om geld, maar ook om mensenlevens. Lees er de verhalen over de innovatieve geneesmiddelen Lipobay of Avandia nog maar eens over na...

Bart Brandenburg, arts
Manager Kenniscentrum Medicinfo

Burgers, hoofd Richtlijnontwikkeling en Wetenschap NHG

16 maart 2012

Het NHG is inderdaad terughoudend met het introduceren van nieuwe geneesmiddelen. Maar dat is niet omdat wij vernieuwingen willen tegenhouden maar omdat de vernieuwingen meestal geen klinisch relevante meerwaarde hebben boven de bestaande zorg. Wij, en vele andere richtlijnmakers over de hele wereld, hanteren de principes van evidence-based medicine, waarbij strenge eisen worden gesteld aan het wetenschappelijk bewijs van potentiële interventies. Bij nieuwe geneesmiddelen is vaak wel bewijs van werkzaamheid ten opzichte van placebo aangetoond, maar geen bewijs van zogenoemde 'comparative effectiveness', dat wil zeggen meerwaarde boven de bestaande geneesmiddelen die voor dezelfde indicatie worden gegeven. Veel geneesmiddelen zijn zogenoemde 'me too' preparaten die geen echte vernieuwingen zijn. Daarnaast zijn er vaak weinig gegevens over de veiligheid op de langere termijn en houdt het introduceren van nieuwe geneesmiddelen altijd een risico in (zie bijvoorbeeld de COX-2 remmers die later slecht voor het hart bleken te zijn). Zelfs in de VS, het land van de innovaties, wordt steeds meer waarde gehecht aan çomparative effectiveniss en heeft de Agency for Healthcare and Research (vergelijkbaar met ZonMw) een groot onderzoekprogramma met honderden miljoenen dollars hiervoor beschikbaar gesteld (zie http://www.effectivehealthcare.ahrq.gov). Nederland en Engeland/Wales kunnen beschouwd worden als voorlopers omdat zij over krachtige richtlijnprogramma's beschikken (in Engeland is dit NICE) die de meerwaarde van innovaties systematisch en zorgvuldig in kaart brengen alvorens deze op grote schaal aan te bevelen. Dit heeft als doel om de zorg daadwerkelijk te verbeteren en onnodige schade bij patiënten te voorkomen. Bij onvoldoende bewijs kan er overigens nog wel gekozen worden voor introductie onder gecontroleerde omstandigheden met een periodieke evaluatie.

De kosten spelen een rol bij de besluitvorming binnen de richtlijnontwikkeling als blijkt dat de meerwaarde van innovaties de samenleving veel geld gaat kosten. Dan moet er een afweging gemaakt worden of de meerwaarde opweegt tegen de kosten. Hiervoor kunnen kosteneffectiviteitsanalyses en/of budgetimpactanalyses worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld bij cardiovasculair risicomanagement is gebeurd. Het meenemen van doelmatigheidsoverwegingen is ook een eis van richtlijnkwaliteit volgens de Richtlijnen voor richtlijnen van de Regieraad en het internationale AGREE Instrument. Alle grote richtlijnorganisaties in Nederland onderschrijven deze richtlijnen.

Kortom, 'de terughoudende opstelling van de medische beroepsgroepen' wordt gerechtvaardigd doordat gestreefd wordt naar hoogwaardige kwaliteit. Nederland kan gezien worden als voorloper op gebied van richtlijnontwikkeling met de krachtige rol van de beroepsorganisaties als belangrijke peiler in het kwaliteitsbeleid. Zij worden daarin gesteund door de overheid en zorgverzekeraars die de richtlijnontwikkeling al geruime tijd faciliteren.

Dutrée

16 maart 2012

Kortlever stipt een serieus probleem aan: onvoldoende gevoel voor de noodzaak van innovatie om voorop te blijven lopen. Bovendien kunnen innovatieve middelen ook hogere kosten elders in de zorg of samenleving tegengaan. Het gevaar is reëel dat de patiënt in Nederland straks niet meer over de nieuwste middelen kan beschikken.
Dat heeft vandaag de dag echter meer te maken met politieke besluitvorming en trage procedures dan met de opstellers van behandelrichtlijnen, die juist in toenemende mate oog hebben voor de bij bedrijven aanwezige kennis.


Epping

18 maart 2012

Innovatie wordt hier wel erg eenzijdig uitgelegd: geneesmiddelen... en dan ook nog het niet snel toelaten tot de markt. In dat opzicht komt de innovatie niet vanuit ons land... Als er over innovatie wordt gesproken denk dat bijv ook aan andere sectoren. Ik wijs hier 'slechts' op de ontwikkelingen op gebied van nanotechnologie, chipontwikkeling, duurzame energie, waterbeheersing, etc. Hoezo niet innovatief?
Wel een punt dat we niet goed scoren op onderwijs. Dat is al langer een doorn in het oog. Het effect dat daarmee samenhangt is dat ons talent in buitenland gaat studeren. Dat baart mij zorgen. Daar zou meer innovatie en minder traditionele lesmethoden op zijn plaats zijn.
Moraal: innovatie is breder dan 'geneesmiddelen'.

Jaspers

18 maart 2012

De MSD - topman zou eens na kunnen gaan denken over het aanpassen van zijn business model, ipv anderen verantwoordelijk te houden voor het falen van de gehele farmasector.

http://bit.ly/afDesu

Mijn 3 jaar oude blogpost hierover is helaas nog steeds actueel. Nederland is inderdaad prima innovatief (@Epping) en NHG (@Burgers) heeft erg gelijk dat ze comparatieve effectiviteit zwaar laat meewegen in de boordelingen. Het zou NHG sieren om bijvoorbeeld eens mee te werken aan open data onderzoek.

Want hoe interessant zou het niet zijn als we (het publiek, studenten, ondernemers etc) de ICPC-code (wat heeft u) konden kruisen met de ATC-code (wat slikt u). Een geanonimiseerd (niet herleidbaar naar consumenten - wél herleidbaar naar voorschrijver) databestand van zeg de afgelopen 10 jaar zou al wonderen gaan doen in het verschaffen van inzicht.
Maar ik vrees dat deze bronbestanden vanwege het pseudo-argument van privacy nog jaren geheim gehouden worden.

De zorgsector kan leren van bijvoorbeeld de IT-sector, waar open standaarden en het delen van data leiden tot enorme innovaties, in korte cycli, tegen steeds lagere investeringen.

Help er graag aan mee. Open source dan wel.


van Driel

19 maart 2012

Als mantelzorger van een hepatitisC patiënte moet ik inderdaad beamen dat de procedures voor toelating en vergoeding van nieuwe geneesmiddelen uiterst traag verlopen. Dat staat een goede zorg in de weg. Uiteraard moeten geneesmiddelen zorgvuldig getest worden en het is goed dat hier strenge richtlijnen voor zijn in ons land. Liever eerst grondig getest, dan middelen op de markt met veel schadelijke bijwerkingen. Maar de ambtelijke molen na goedkeuring is veel te log en daar moet zeker wat aan gebeuren.
Theo van Driel, voorzitter werkgroep hepatitis van de Nederlandse Leverpatiëntenvereniging

Anoniem

19 maart 2012

Wat een gekleurd verhaal. Natuurlijk vindt een farmaceut dit. En dat in een tijd waarin iedereen zoekt naar het antwoord op de vraag hoe we de zorg betaalbaar kunnen jouden. Als de farmaceutische industrie zijn geneesmiddelen nou eens wat geodkoper maakt, maken wij misschien geld vrij voor innovatie.

Mensink

21 maart 2012

Als behandelend arts leidt innovatie tot een kans op succes voor de patiente en de dokter tegenover de zekerheid van twee soort spijt: spijt achteraf dat je onbedoeld iemand schade hebt berokkend (zoals bij de problemen met de metaal op metaal heupprothesen) en spijt achteraf dat je een patient een goed resultaat hebt onthouden. Opvallend is dat veel huisartsen kiezen voor de zekerheid en de spijt op de koop toenemen. Patiënten willen meestal geen proefkonijn zijn en versterken zo de keus van de dokter. Maar als ik terug kijk op 35 jaar praktijk dan zie ik dat met enig geduld er wel veel verbeteringen zijn gekomen.
Paul Mensink, huisarts

Vermeer PhD

21 maart 2012

Jaspers@ verwoord in elk geval baarlijke nonsens met zijn opmerking over het "aan te passen businessmodel" en als ie stelt dat de "hele farmasector gefaald heeft". Kortlever heeft gewoon een punt. In essentie is farmacotherapie onlosmakelijk verbonden met goede en kostengunstige geneeskunde: verbeterde levensverwachting, betere kwaliteit van leven tijdens ziekte en behandeling, palliatie en het overbodig maken van vele (heelkundige) behandelvormen en diagnostiek (die uiteindelijk ook tot kostenreductie hebben geleid hetgeen op haar beurt weer teniet is gedaan door een niet op EBM gebaseerd, totaal ontspoord vergoedingenbeleid). Vanuit dergelijke perspectieven zouden alle betrokkenen: patient, behandelaars, vergoeders en overheid maar beter "dikke vrienden" moeten zijn met de farmaceutische industrie. Het faciliteren van innovaties binnen de farmaindustrie is daar een kenmerkend ingredient en daar schiet het in NL zeker tekort. Het verdient zelfs overweging farmaca toe te laten die weliswaar niet altijd een belangrijke verbetering opleveren maar als dat leidt tot het genereren van financiele bronnen waarmee de sector fundamentele geneesmiddelen kan ontwikkelen en introduceren dan worden we er uiteindelijk allemaal "beter" van. Voorts hebben sommige partijen, met name de overheid zelf, er de afgelopen decennia alles aan gedaan om het imago van deze industrietak in de opinie van velen zo negatief als mogelijk af te schilderen. En dat in een land met bijna de laagste geneesmiddelenconsumptie van heel Europa. E.e.a. heeft er inmiddels toe geleid dat een aantal (multinationale) bedrijven en biotechlabs Nederland de rug hebben toegekeerd en de toekomstverwachtingen doen het ergste vrezen. Als Kortlever dan aan de bel trekt lijkt me dat prima.

vriesendorp

22 april 2012

In NL wordt vrijwel exclusief 'commercially driven' Big Pharma sponsored klinische research bedreven. De 'ouderwetse' vorm van klinisch research is 'investigator driven' research. In het verleden waren klinische wetenschappers/doktors gemotiveerd om hun eigen nieuwe geneesmiddelen/behandelingen zonder winstbejag bij patienten te onderzoeken. Daarbij deden zij hun best zich te houden aan de 'Eed van Hippocrates' waarin onder andere staat: Bezorg de patient geen lichamelijke of financiele schade met je nieuwe behandeling/geneesmiddel.
Inmiddels vinden Directies van Ziekenhuizen en Universiteiten dat arbeid verricht aangaande IP- intellectual property- van de onderzoeker die een salaris krijgt van het ziekenhuis/universiteit inkomsten hoort te generen voor zijn/haar werkgever. Hierdoor worden de extra kosten verbonden aan het klinisch toetsen van nieuwe geneesmiddelen uiteindelijk betaald door de belastingbetaler/patient. Hierdoor gaat in de VS, waar ik woon en nog steeds praktiseer als bestralingsarts, 40% van de kankerpatienten failliet tgv de hoge kosten verbonden aan het gebruik van nieuwe chemotherapie, onbewezen dure bestralingsmachines van BiG Pharma en de lineaire versneller/proton industrie.

Een van de oorzaken van de hoge prijzen van Big Pharma medicijnen is het insisteren op "evidence based medicine' in zg phase 3 studies, waarin het nieuwe middel vergeleken wordt in een double blind randomized study met een oud middel. dergelijke studes bewijzen 5-10 jaar en 1 biljoen dollars later dat middel in arm 1 met een p-waarde <0.05 beter is dan middel uit arm 2. Door de eis van 'equipoise', gelijke risico's voor arm 1 en arm 2 is het verschil tussen arm 1 en 2 wel statistische significant, maar niet klinisch bruikbaar omdat de verschillen zo klein zijn dat je zonder schade patienten net zo goed met middel 1 als 2 kunt behandelen. beide hebben te weinig activiteit en ongeveer dezelfde bijwerkingen. De bestralingsmachines producenten hebben bij voorbaat afgezien van het uitvoeren van dergelijke studies.

Cinderella is een voorstander van korte, snelle,goedkopere, 1 armige, fase 2 studies van nieuwe behandelingsmethodes, waarvan de verwachtingen zo hoog gespannen zijn en de bestaande behandelingsmethodes zo onvolmaakt zijn dat een randomised double blind fase 3 studie niet nodig is, vergelijk bijv. met introductie van insuline, penicilline, arsenicum zouten (voor syphilis) in het verleden.
Gelukkig laat de Europese wetgeving en NL wetgeving toe dat medische onderzoekers na toetsing/goedkeuring door METC op kleine schaal zonder drug registration, zonder patent, zonder winstbejag kleinschallig onderzoek doet met veelbelovende nieuwe geneesmiddelen, behandelingsmethodes.

Nu ondervindt Cinderella dat de meerderheid van de medische klinische onderzoekers in NL een financieel 'conflict of interest' hebben ontwikkeld door vrijwel exclusief te participeren in Big Pharm studies, waar zij en de instellingen waarvoor zij werken royaal voor beloond worden. Jammer! Het is in het belang van alle betrokken partijen en zeker de patienten de koppen bij elkaar te steken en een bevredigende vooruitgang verhogende, kosten verlagende oplossing te vinden voor de introductie van nieuwe geneesmiddelen/ behadelingsmethodes.

Top