ACTUEEL

RVZ zoekt input voor governance-advies

Met een blog van voorzitter Rien Meijerink heeft de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) het startschot gegeven voor een campagne rond governance in de zorg. Via ondermeer blogs op Skipr.nl zoekt de RVZ nadrukkelijk input uit het veld.

Hebben zorgbestuurders voldoende instrumenten om de kwaliteit van zorg te waarborgen? Zijn zorgbestuurders primair hoeders van het algemeen belang of gaat het instellingsbelang voor? Leidt meer transparantie tot betere zorg of vooral tot bange professionals en strategisch opererende bestuurders? De komende weken legt Meijerink deze en andere vragen in blogvorm voor aan deskundigen, belanghebbenden en andere geïnteresseerden. Eventuele reacties worden door de RVZ meegenomen in de voorbereiding van een advies aan minister Schippers eind december 2013.

Accreditatie

In zijn eerste blog plaatst Meijerink vraagtekens bij nut en noodzaak van accreditatiesystemen in de zorg. “Opvallend is dat enkele calamiteiten die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan plaatsvonden in zorginstellingen die een HKZ- of NIAZ accreditatie hadden”, aldus Meijerink op Skipr.nl. “Kennelijk zijn deze systemen onvoldoende in staat potentiële risico’s bloot te leggen. Deze kwaliteitssystemen bevatten overwegend procesindicatoren. Dat is beslist nuttig (geweest) voor de instellingen om gestructureerd te werken aan de borging van de kwaliteit(scyclus) van zorgprocessen, maar geeft geen garantie dat ook daadwerkelijk goede zorg wordt geleverd. En dat is nu juist wat de buitenwereld van zorginstellingen verwacht. Wordt het daarom niet eens tijd voor een volgende stap in de ontwikkeling van kwaliteitssystemen?”

4 Reacties

om een reactie achter te laten

van der Wel

16 oktober 2013

Zorgmanagers zijn broodheer en bakker tegelijk. Die belangen passen slecht in het huidige bekostigingssysteem van de zorg met een onbalans in de verhouding regie vs. belang van zorgverlener/instituut en verzekeraar en zorggebruiker. Professionals laten zaken voor hun klanten/instellingen niet snel in het honderd lopen en dat fenomeen zorgt voor een scheef beeld van kosten en baten van zorg. Een systeem wat de waarden van de zorggebruiker centraal stelt moet de basis zijn voor kwaliteits- en bekostigingsmodellen.

Wolves

17 oktober 2013

Mensen die werken zoals ze vinden dat ze moeten werken, wat vastgelegd zou moeten zijn in een goed kwaliteitssysteem, kennen weinig calamiteiten. Het is een illusie te denken dat we alle calamiteiten kunnen voorkomen. Door aandacht en betrokkenheid van medewerkers en management, mede met steun in de rug van beschreven werkwijzen, komen calamiteiten zo min mogelijk voor.

Anoniem

17 oktober 2013

De gevestigde orde debatteert in de publieke ruimte nooit echt. Veel gesprek (misschien niet eens debat) vindt plaats achter gesloten deuren op feesten en partijen van de zorg-elite (Zeneca, St Paul, enze).
Ook de ‘toppers’ van Skipr onderscheiden zich alleen van Geert Wilders door de lengte van hun bijdrage. Wilders twittert in 140 tekens en geeft geen gelegenheid voor gesprek, beleidsbepalers kiezen een forum (blog, interview of P+W als het lukt) om hun boodschap te brengen en gaan ook niet echt in gesprek. En dan zijn die bijdragen vaak ook nog van een abstractienniveau waar gebruikers van zorg en de werkvloer niets mee kunnen.

Gevestigde belangen zijn goed georganiseerd: ziekenhuizen via NVZ, BOZ, etc, artsen via Orde, personeel nog redelijk via vakbond, en patiënten heel onduidelijk (niet op instellingsniveau daar hebben ze werkelijk niets in de melk te brokkelen, en ‘macro’ hoogstens via zorgverzekeraars die proberen kosten te drukken wat misschien in belang van premie- en belastingbetaler is op lange termijn, maar als je vervolgens minder zorg krijgt dan maakt het uiteindelijk nog niets uit, wordt alleen de minister van financiën vrolijk van).

De gevestigde orde hoeft dus ook helemaal niet te reageren op of in debat, want belangrijke beslissingen lijken alleen genomen te worden door een uitruil van (gevestigde) belangen.

Een van de weinige positieve uitzonderingen de laatste tijd lijkt staatssecretaris Martin van Rijn te zijn. Als bestuurder komt hij niet weg met eenrichtingsverkeer in de communicatie en moet hij wel de publieke arena in. Dat gaat hem redelijk goed af. Het is te hopen dat hij zo zichtbaar blijft, ook als de besluitvorming straks rond is, en er in de uitvoering allerlei aanloopproblemen zich voordoen. Want let op ‘aanloopproblemen’ zijn nog altijd mensen met zorgen, gezondheidsklachten, etc, en dat vaak in kwetsbare posities!

Wat zich hier wreekt is dat nagenoeg alle mensen met invloed technocraten zijn geworden. Die kunnen vaak helemaal niet omgaan met echt debat. (Denk even terug aan de beruchte confrontatie van Melkert en Fortuyn na de gemeenteraadsverkiezingen begin deze eeuw.) Op hun eigen manier zijn ze wel betrokken, gemotiveerd, etc. Maar altijd vanuit de eigen comfortabelen positie. Een voorbeeld? Daar waar laagbetaalde thuiszorgmedewerkers in de huidige transitie van de ene op de andere dag massaal hun baan verliezen en voor het minimum als schoonmaker bij Asito verder mogen, hebben bestuurders via de WNT een overgangstermijn van zeven (7!) voor zichzelf geregeld (zie daar een illustratie van de kwaliteit van een lobby van gevestigde belangen). Dan gaat de NVZD naar de rechter, etc. Maar strijden bestuurders ook zo hard voor die thuiszorgmedewerker? Nee, dan geldt de abstractie van de continuïteit van de instelling.

Ik onderschat echt niet de zwaarte van een verantwoordelijke baan als bestuurder in de zorg. Ik benijd de bestuurders niet vanwege onvoorspelbare volksvertegenwoordigers en Haagse bestuurders. Ik begrijp ook de ondoorgrondelijke wegen van de NZa, etc. ook niet altijd.

Maar de nog steeds niet veranderde houding van de mensen die het goed en heel goed hebben (ook in de omvangrijke zorgsector) maakt dat er helaas (!) niet veel valt te verwachten van dit RVZ-initiatief.

Schoot

24 oktober 2013

Ruwweg werkt toezicht op minstens 3 niveau's. Dat van de zorgprofessionals (via attitudevorming, training, verslaglegging, kwaliteitsbeheer, intervisie, e.d.). Daarnaast het interne toezicht en het externe toezicht (bijv. Inspectie). Vraag is uiteraard hoe deze vormen elkaar aanvullen en welke weging van zorginhoudelijke criteria en belangen plaatsvindt naast bedrijfsmatige zaken. Meer onafhankeljkheid, transparantie en een sterkere positie van de zorggebruiker kunnen het toezicht
verder brengen. Overigens zijn de toezichtkaders voor zorg die buiten organisatieverband wordt verleend, veel zwakker. Deze asymmetrie vraagt m.i. om een professioneel/maatschappelijk initiatief.

Top