ACTUEEL

Voorkeursbeleid Achmea stoort GGZ Nederland

Branchevereniging GGZ Nederland is niet te spreken over Achmea over de manier waarop de zorgverzekeraar het gebruik van het mirro-keurmerk probeert te bevorderen. Achmea betaalt zorgaanbieders een hogere vergoeding als ze gebruik maken van de vragenlijst annex screeningsmethode voor psychologische zorg die mede door Achmea is ontwikkeld.

“Veel van onze leden voelen zich onder druk gezet om mee te doen. We hebben niets tegen het instrument op zich, maar wel tegen de manier waarop Achmea daar mee omgaat. Andere methodes krijgen zo geen kans'', liet een GGZ-woordvoerder zaterdag weten naar aanleiding van een artikel daarover in de Volkskrant.

Niet verplicht

Een van de mede-ontwikkelaars van de zogeheten mirro-screeningsmethode is de Parnassia Groep, de grootste aanbieder van ggz in Nederland. “Iedere verzekeraar stelt eisen aan zorgaanbieders, daar is Achmea niet anders in”, reageert bestuursvoorzitter Stefan Valk. “Als we iets niet doen wat verzekeraars willen, worden we normaal gesproken gekort.'' Dat instellingen samen met een verzekeraar een vragenlijst hebben ontwikkeld, vindt Valk positief. “Dit is de eerste vragenlijst waar ook een advies uit komt. Over die uitkomst zal nooit discussie ontstaan met Achmea. Overigens is het niet verplicht om het advies op te volgen.''

Transparant

In reactie op Kamervragen van PvdA-Kamerlid Kuzu heeft minister Schippers onlangs nog laten weten positief te staan tegenover gebruik van het screeningsinstrument. “Door aanlevering van de al dan niet gevolgde screeneruitkomst bij de declaratie werken zorginstellingen transparant en kan inzicht in praktijkvariatie gepast gebruik bevorderen”, aldus Schippers. “Deze ontwikkeling wordt door het stelsel mijns inziens ook beoogd.”

Schippers bestrijdt dat het instrument een aantasting van de professionele autonomie van zorgverleners is. “Het is altijd aan de zorgprofessional om, op basis van de eigen klinische blik, te besluiten het advies van het screeningsinstrument wel of niet op te volgen.

Van de circa 200 ggz-instellingen hebben zich meer dan de helft bij Stichting mirro aangemeld voor het keurmerk. (ANP/Skipr)

 

3 Reacties

om een reactie achter te laten

Essed

10 maart 2014

Achmea stelt met mirro het middel boven het doel. Dat heeft alle schijn van belangenverstrengeling.

Het verplichten (15% korten = hetzelfde) van één methode is funest voor kwaliteit van zorg. Achmea zou beter moeten weten en benadeelt zo haar eigen verzekerden. Als mirro zo goed is, dan sluiten instellingen zich wel vrijwillig aan.

Bas de Bruijn

10 maart 2014

In de berichtgeving staat een aantal feitelijke onjuistheden.
Ten eerste: Achmea stimuleert niet alleen de mirro werkwijze maar ook het keteninitiatief Vicino van VGZ met een hoger tarief in 2014. Ook in de toekomst zal Achmea aanbieders niet verplichten tot deelname aan één specifieke werkwijze. Achmea zal huisartsen en GGZ aanbieders daarentegen met een hoger tarief blijven belonen, die laten zien dat ze zich extra inspannen om kwalitatief betere en passende GGZ zorg te bieden aan hun patiënten en onze verzekerden.
Ten tweede: niet de verzekeraar maar het zorgveld heeft alle inhoudelijke kennis ingebracht voor de ontwikkeling van de mirro producten, waaronder het screeningsinstrument. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door financiering vanuit Achmea. Het screeningsinstrument is dan ook inhoudelijk ontwikkeld door zorgprofessionals zelf en niet door de verzekeraars. Welke behandeling een patiënt krijgt bepaalt de zorgaanbieder.
Ten derde: het is logisch dat er vragen worden gesteld over de validatie van het screeningsinstrument. Met de komst van de Basis GGZ deed echter ook een nieuw, in opdracht van VWS door het veld ontwikkeld verwijsmodel haar intrede. Net als enkele andere marktinitiatieven past de mirro screener het kersverse verwijsmodel toe en is het gebaseerd op wetenschappelijke vragenlijsten. Om die reden bevinden de verschillende instrumenten zich in de validatiefase en kunnen critici eenvoudig uitspreken dat er op dit moment geen gevalideerd instrument bestaat.

Dick Nieuwpoort

12 maart 2014

Reeds in december 2012 uitte de Landelijke Ver. van Eerstelijnspsychologen haar zorgen over deze ontwikkeling. Voordat de Volkskrant op 8 maart jl. het artikel publiceerde is ook in een vroegtijdig stadium contact geweest met de journalist, Anneke Stoffelen, waarin wij die zorgen nogmaals hebben geuit. Wij hebben ook duidelijk gemaakt dat als zorgverzekeraars zich druk maken over de kwaliteit; zij bijvoorbeeld middelen ter beschikking moeten stellen voor een onafhankelijk fonds, zodat de beroepsgroep zelf haar kwaliteitsstandaarden kan financieren en ontwikkelen.
Waarom hebben wij problemen met het Mirro-initiatief? Het model is ontwikkeld door Achmea en tweedelijns GGZ-instellingen die zich jaren gelden al op de eerstelijns GGZ hebben gestort. Het heeft alles weg van het opnieuw uitvinden van een eerstelijns GGZ; de basiszorg en basis generalistische GGZ, in de vorm van ’GGZ-light’. Wij vinden dit in deze vorm en intensiteit een kwalijke zaak, los van het gegeven dat Achmea van gekkigheid weer eens niet weet op welke stoelen ze nu weer eens moet gaan zitten. Enkele jaren gelden moest iedereen van Achmea verplicht naar Scott Miller, want dat was de enige weg naar een effectieve en doelmatige GGZ. Daar zijn ze van teruggekomen en nu weer dit, met dien verstande dat dit nog veel verder gaat.

Centraal in de uitwerking staan kortdurende, gestandaardiseerde en stoornisgerichte behandelingen. Triage, screening en e-health zitten standaard in het pakket. Mirro moet sturend werken in de regio’s waar Achmea de dominante verzekeraar is. Daar waar Achmea dat niet is wordt (stilzwijgend) het Vicino-initiatief van VGZ 'geaccepteerd' is de indruk. Als reden voor het Mirro-initiatief wordt opgegeven dat het bedoeld is als stimulerend voor het kwaliteitsbeleid. Inmiddels is bekend dat Achmea van plan is om hier een soort Mirro-certificering aan te koppelen, en misschien op termijn alleen nog Mirro-gecertificeerde zorgaanbieders toe te laten in de eerstelijns GGZ en dat Achmea de ambitie heeft om dit tot een landelijke standaard te maken.
Dit gaat te ver vinden wij. Het initiatief en de invulling gaat volgens ons voorbij aan de werkelijkheid van de eerstelijnspraktijk en de uitgangspunten zoals die onder meer beschreven zijn in het ’Pact van Garderen’ van VELO (7 eerstelijnsorganisaties: LHV, KNGF, KNMP, NMT, Actiz, V&VN, KNOV en LVE)en de uitgangspunten van 3PO (LVE, NIP en NVVP). Het is een zoveelste poging van een zorgverzekeraar om op de stoel van anderen te gaan zitten èn om het eerstelijns wiel uit te vinden; maar nu luid en duidelijk met een tweedelijns, specialistisch sausje. De valse concurrentie bestond al, maar nu wordt een bestaande doelmatige en doeltreffende praktijk aan eerstelijnspsychologische hulp en andere vormen van generalistische zorg genegeerd en overgeslagen. Dit is niet voor het eerst. Wij vermoeden dat het belang voor Achmea er eigenlijk vooral uit bestaat dat ze op deze manier gemakkelijk de zorginkoop kunnen beheersen. En zich daarbij niet zoveel gelegen laten liggen aan de inhoud. Dat geldt niet voor de GGZ-partijen die erbij zijn betrokken: het is een andere manier om grip te krijgen op de cliënten- en geldstroom in de GGZ. Dat verhaal kennen we al vanaf 2002, toen duidelijk werd dat de eerstelijns GGZ wel eens een ‘wingebied’ kon worden voor de institutionele GGZ. De zorgverzekeraar en de instellingen hebben naast een inhoudelijk wel degelijk ook een direct commercieel belang. Aansluitend heeft Achmea met dezelfde instellingen ook al meer dan een flinke vinger in de pap bij de ontwikkeling van de poh-GGZ. Zoals reeds opgemerkt kunnen ze op deze manier ook gemakkelijk de zorginkoop beheersen; denken ze. Voor hen die zich willen aansluiten is het ’take it or leave it’.

Deze keuze is even gratuit als misleidend. Het leidt tot gerommel en willekeur. In veel regio’s zijn meerdere zorgverzekeraars actief. Als iedere zorgverzekeraar een dwingend inhoudelijk model zou gaan ontwikkelen dan heeft dit voor de zorgaanbieders en de cliënt ongewenste gevolgen. De zorg wordt dan immers volgens het inhoudelijk en organisatorisch model van de zorgverzekeraar geleverd en het is dan de zorgverzekering die bepaalt bij welke zorgverzekeraar een cliënt het best terecht kan en voorgeschreven hulp ontvangt. Is dit voor de specialistische gezondheidszorg mogelijk acceptabel, voor de eerstelijnsgezondheidszorg is dit een slecht model. Een alternatief zou zijn dat iedere psycholoog zich dan maar volgens alle modellen laat certificeren en dan per cliënt moet zien welke methode gevolgd moet worden, afhankelijk van de zorgverzekering van de cliënt. Afgezien van het feit dat dit ondoenlijk en gekunsteld is, betekent ook dit geen eenduidige zorg van een herkenbare praktijk in de wijk, maar zorg die geleverd wordt volgens het model van de zorgverzekeraar.
Vervolgens is het ook maar de vraag of en hoe de ontwikkeling van Mirro zich verhoudt tot de uitwerking van het bestuurlijk akkoord GGZ 2013 – 2014. Staat het een verzekeraar vrij om, met een direct commercieel belang, hier een eigen vergaande eigen invulling aan te geven en vervolgens alleen de door hem ontwikkelde en goedgekeurde producten te vergoeden? Een en ander nog los van de wetenschappelijk houdbaarheid? Schoenmaker houdt je bij je leest! Zorgverzekeraars hebben verzekerden en hulpverleners/zorgaanbieders patiënten en cliënten.

Wij verzetten ons tegen deze schijnbaar vrijblijvende ondersteuning van Achmea en deze ‘lightvariant’ van specialistische GGZ. Dat er meerdere modellen mogelijk zijn realiseren wij ons, maar die moeten dan wel vrij naast elkaar kunnen bestaan. Dat kan alleen als het eerstelijns veld zelf organisatievormen en vakinhoud ontwikkelt, waarop de verzekeraar vervolgens zijn inkoop kan bepalen gebaseerd op prijs, kwaliteit en volume. Registratie- en uitkomstmetingssystemen (ROM) en kwaliteitscriteria zijn en worden door de beroepsgroepen ontwikkeld en gemonitored; zie ook het bestuurlijk akkoord. Wij staan als LVE voor generalistische cliëntgerichte zorg met een herkenbaar gezicht en een menselijke maat. Nauwe samenwerking met de huisarts en een in die praktijk ingebedde poh-GGZ is daarbij erg belangrijk. De door Achmea gepropageerde opvatting zorgt voor een in onze ogen ongewenste knip in de eerstelijns GGZ, tussen de huisartsenzorg - inclusief de poh-GGZ - en de basis generalistische GGZ. In het Mirro-model is dit alles een vooruitgeschoven post van de specialistische GGZ, terwijl wij de basis GGZ met zijn vooral generalistisch karakter als onlosmakelijk en inherent onderdeel van de eerstelijns GGZ ziet. Huisarts en eerstelijns-/GZ-psycholoog nemen samen de verantwoordelijkheid voor de eerstelijns GGZ. De invulling van de poh-GGZ functie wordt geflexibiliseerd en functioneel en maakt consultatie en gezamenlijk spreekuur mogelijk. De poh-GGZ valt onder de huisarts, maar kan worden begeleid door de eerstelijnspsycholoog. De specialistische GGZ stelt haar expertise op verzoek van de eerstelijns GGZ consultatief ter beschikking.

Aangezien hier sprake is van een gezamenlijk initiatief van belanghebbende instellingen met de verzekeraar zou er wel eens sprake kunnen zijn van een vorm van kartelvorming. Omdat de in de regio dominante verzekeraar samen met de in die regio's ook nog eens dominante GGZ instellingen een verplicht aanbod aan GGZ wil opleggen, is het wellicht niet gek om te onderzoeken of er sprake is van koppelverkoop - in een 'take it or leave it - jasje' en van aanmerkelijke marktmacht. Een NMa- en/of NZa-zaak?

Sorry Bas, zo vrijblijvend en stimulerend is het niet vind ik.

Top